Het verhaal van de BOOG

Wonen onze kleinkinderen straks in Harderwijk aan Zee?
Of maken ze – nog erger- vanuit de kustplaats Enschede een boottochtje naar het eiland Harderwijk? Daarvandaan kun je namelijk het verdronken land van Ermelo en Putten zien.
Aan het einde van de eeuw zou de waterspiegel immers veel hoger kunnen staan dan nu.
Een belangrijke consequentie van de klimaatcrisis.
Heeft de geschiedenis van Noach en de Zondvloed iets aan ons te zeggen als het hier om gaat?

Of is het een achterhaald verhaal?
Wij kunnen ons immers niet voorstellen dat dit werkelijk zo gegaan is.
Er zijn zoveel vragen bij te stellen! Hoe kan de hele wereld overstromen? Pasten alle dieren in de ark? Hoe kun je een jaar lang met zoveel dieren in de ark overleven? Heb je alle ruimte in een boot van 150 bij 25 bij 15 (lxbxh) alleen al niet nodig voor alle voedsel die deze dieren in leven moet houden. Zijn er ooit wereldwijd bewijzen voor zo’n overstroming gevonden? En is er wel eens iets van die boot (de Ark) teruggevonden?

Ik heb als jongere spannende boeken gelezen over expedities naar het Araratgebergte, waar in een gletsjer resten van de Ark gevonden zouden zijn. Later nog documentaires van National Geographic gezien over de enorme ankerstenen van de Ark. En er is ook nog het destijds in christelijke kringen bekende boek van prof. A. Rehwinkel, De Zondvloed dat op al deze vragen een antwoord wil geven. Kom je daar nu verder mee?

En dan nog eens al die andere vloedverhalen die uit de oertijd van het Midden-Oosten stammen! Zijn deze mythische verhalen de voorlopers van ons (mythische) zondvloedverhaal? Of laat de verspreiding van zulke verhalen juist zien dat er wel zoiets gebeurd moet zijn?

De belangrijkste vraag is voor mij toch de volgende. Wat is nu eigenlijk de boodschap van deze zondvloedgeschiedenis voor christenen in de 21e eeuw? Wat zegt dit over onze God? Pas maar op het oordeel komt zeker (vgl. 2 Petrus 3)!? Ik wil jullie voorstellen een andere titel boven dit verhaal te zetten. Niet langer te spreken over ‘het verhaal van de Zondvloed’, maar over ‘het verhaal van de Boog’. Zondag zal ik uitleggen waarom. Wees welkom in de dienst (vanaf 10.00 uur aan de Van Beekweg in Ermelo, meld je daarvoor wel aan!) of kijk zondag mee via deze link. Tot zondag!

Geplaatst in Preken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Ruimte?

De deur van ons kerkgebouw gaat weer op een kier, hieronder kun je lezen wat dit in de praktijk voor jong en oud betekent. Verder was het de week van de Voice of Holland, sensatie voor de één, maar bittere ervaring voor de ander. Ons hart gaat uit naar de slachtoffers van misbruik.

Voorzichtig komt er weer wat ruimte in de samenleving, de maatregelen zijn iets versoepeld. Dat heeft ook gevolgen voor onze kerkdiensten. Het CIO (Contact in overheidszaken) en het SKW (Steunpunt Kerkenwerk) adviseren de kerken weer iets meer ruimte te bieden voor bezoekers. Wij hebben besloten deze adviezen te volgen. Voor onze kerkdiensten betekent dit dat we nu starten met 40 bezoekers in de kerkdienst toe te laten. Kinderen tot 12 jaar zijn welkom en tellen niet mee in het aantal (verder wel!). 
In de extra nieuwsbrief van afgelopen woensdag stond dat ook het jeugdwerk weer op zou starten, maar dat bleek wel wat snel te zijn om tot veilig jeugdwerk te komen. Daarom is besloten bij de volgende ronde, dat is over twee weken op 6 februari, de crèche en de clubs Benjamin, Jozef en het Mosterdzaadje weer te starten.
Koffiedrinken doen we voorlopig nog thuis, wellicht met een stel gasten. Het lijkt nog niet verstandig dit in de kerk te doen vanwege de grote besmettelijkheid van de Omikron-variant. Om besmettingen te voorkomen vragen we jullie de onderlinge afstand te bewaren en bij het zich bewegen in het gebouw een mondkapje te dragen. De garderobe gebruiken we nog niet. Neem jullie jassen mee de kerkzaal in. Dat is vanwege het ventileren sowieso wel verstandig. Het zal overigens warmer zijn dan afgelopen zondag, toen hebben verschillende gasten bij de bevestiging het wel heel koud gehad.
We zijn blij dat er weer bezoekers mogen komen en hopen dat het er weer snel meer kunnen zijn. Wil je er deze keer bij zijn, vergeet je dan niet aan te melden.

Deze week was ook de week van de berichten over de Voice of Holland. De ene na de andere beroerde onthulling komt naar buiten. Het zal lang duren voordat het stof rond deze kwestie is neergedaald. Verschrikkelijk blijft het hoe sommigen de ruimte nemen en grenzen overgaan bij anderen die daardoor voor hun leven beschadigd raken. We denken aan gemeenteleden die door deze berichten weer de pijn voelen van wat hen ooit is aangedaan. We hopen dat er troost in jullie omgeving is of anders snel zal komen. Mocht je nog met zoiets rondlopen dan hopen we dat je de moed vindt nu hulp te zoeken. Het is moeilijk om over zulke dingen te praten, maar misschien is het nog moeilijker om over zoiets te blijven zwijgen. Er zijn mensen in onze gemeente die naar je willen luisteren! We bidden voor jullie om troost en de moed en de kracht om dit soort berichten te kunnen verdragen.

Geplaatst in NGK Ermelo | Een reactie plaatsen

Waak voor woede – Gen. 4

Er is veel woede in onze samenleving.
Meestal niet zo zichtbaar, smeulend onder de oppervlakte.
Regelmatig komt het, nog wat ingehouden, naar buiten in ons parlement:
via verontwaardigde kritiek op het beleid van de regering,
behendig verder opgestookt door volksvertegenwoordigers die belang bij woede hebben.
Zo nu en dan vlamt het even verder op: bedreigingen via sociale media, een man met een fakkel die bij minister Kaag op de stoep staat.
Steeds vaker wordt het een uitslaande brand:
een groep jongeren slaat in Rotterdam alles kort en klein, voetbalsupporters slopen een stadion, hulpverleners worden structureel bedreigd en belaagd.
ME-inzet is steeds vaker nodig.

Er is veel woede in kerkelijke gemeenten.
Meestal uit die zich in boze commentaren op het beleid en het werk van de kerkenraden, op de inzet van muziekteams en bouwcommissies.
Zo nu en dan vlamt ze op in een boze brief of een verontwaardigde mail.
Soms op verjaardagen verder opgestookt door derden die er op een of andere manier belang bij hebben. Te vaak loopt het helemaal uit de hand, moeten mensen vertrekken of scheuren gemeenten.
Soms splijten hele kerkverbanden.
Het gaat daarbij bijna altijd over principes, maar in het gesprek daarover is vaak de verontwaardiging en de (ingehouden) woede niet ver uit de buurt.
Eens in de zoveel tijd doet zich weer zoiets voor en wordt het een uitslaande brand waar niets meer aan te redden valt. Wie terugkijkt in de kerkgeschiedenis kan overal de schroeiplekken nog zien en de afstand tussen kerken die er het gevolg van is.
Overal kun je schade zien, aan reputaties en aan mensen.

Er is veel woede in onze wereld.
Sommige medemensen worden er rijk van: zij leveren de wapens voor het conflict.
Niet zelden stoken zij het vuur behendig verder op,
of doen anderen dat die er ook belangen bij hebben.
Zij laten de spanning langzamerhand oplopen, lanceren zo nu en dan een uiterst moderne raket om te laten zien waartoe ze in staat zijn of ze verzamelen een enorme troepenmacht aan de grens en stellen (te) strenge eisen aan de onderlinge omgang tussen landen.
Het kan zomaar een uitslaande brand worden met veel, heel veel, soms onherstelbare schade tot gevolg. De schroeiplekken van vorige branden zijn overal in de wereldgeschiedenis te zien en de afschuwelijke verhalen vullen inmiddels hele bibliotheken.

In onze geschiedenis in Genesis 4 lezen we hoe een woedeuitbarsting een einde maakte aan het geluk en de vrede in een gezin. De schade is onherstelbaar, sommige gezinsleden raken voor altijd buiten beeld: omdat ze het niet overleefd hebben of voor altijd hun familie zijn kwijtgeraakt. Vanaf die tijd lijkt de woede alleen maar toe te nemen.
Hoe lang zal die woede nog opvlammen? Is daar nu geen remedie tegen?
Ja! We kunnen “waken tegen woede’. Op zondag 16 januari hebben we het daarover gehad.

Wie dat nog eens wil lezen, kan hier de tekst van de hele preek lezen, deze hier nog eens beluisteren en zelfs de hele dienst nog eens terugkijken.

  1. Hoe het kan weet ik niet… soms komen er preken die ik even hard nodig heb… Ga hem ontvangen….

  2. Ik wilde graag ‘de eerste zijn die dit leuk vindt’. Maar er gebeurde niets toen ik erop klikte. Dus misschien…

  3. Dag Wieb Vanuit de boerderij, waar ik dit weekend verblijf, temidden van de akkers in het Groningse land reageer ik…

  4. ik weet niet meer wat ik er bij dacht, dat was veel te lang geleden

  5. Mooi verwoord, duizendbunder oneindig! God gaat met ons voort, ook in deze tijd

Geplaatst in Preken | Tags: , , , | 1 reactie

Schepping – Genesis 1: 1 – 2:4

Onze wereld is de schepping van God.
Is dat een gedachte die ons troost of een gedachte die ons verlegen maakt?

Gods schepping kwam de afgelopen decennia immers vaak aan de orde in het zinnetje: ‘schepping of evolutie.’ Veel mensen krijgen het gevoel dat ze partij moeten kiezen: “geloof je dat de aarde in zeven dagen geschapen is?” En zo is de schepping tot een sjibbolet van betrouwbaar geloof geworden.
Die partijenstrijd maakte het misschien wel moeilijk om het gewoon eens over de schoonheid en de troost van Gods schepping te hebben. Wat betekent Gods scheppingswerk voor ons geloof en welke rol spelen de scheppingsverhalen in de bijbel hierin? We beginnen het nieuwe jaar helemaal bij het begin met Gen. 1:1 – 2:4

Hieronder de tekst van de preek. Je kunt die ook nog eens beluisteren of de hele dienst nog eens bekijken en beluisteren

1. Opnieuw beginnen

Gisteren zijn we wat onwennig de onzichtbare drempel naar 2022 overgestapt.
En nu kijk je een nog helemaal leeg jaar in.
Je mag weer helemaal opnieuw beginnen.
Nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Maar ook: je moet weer helemaal opnieuw beginnen.
Opnieuw prioriteiten stellen, opnieuw goede voornemens nakomen.
Maar vooral: opnieuw maar afwachten wat er nu weer gebeurt.

Want hoe verschillend we ook aan dit jaar begonnen zijn,
we delen dezelfde wereld en dus ook dezelfde zorgen.
Hoe zal het verder gaan met corona, onze gezondheid, onze bedrijven, in onze banen, met onze contacten, met de vrede in de wereld en het klimaat?Het is een beetje als met een verhuizing:
Je neemt je oude leven mee naar een nieuwe omgeving,
En daar moet alles zijn plek weer krijgen.

Op die dag, de zevende, had Hij het werk helemaal af.
Hij stopte met werken, deed een stapje terug.
En keek naar zijn werk en liet het op zich inwerken.
De schoonheid ervan raakte Hem opnieuw.
Alles was op z’n plek gevallen.
Het was heel goed zo.
Hij wandelde door zijn schepping
Hij genoot
in alle rust
van het goede

Dat is het einddoel van onze tekst:
Die enorme rust op de zevende dag.

2. Onrust

Maar… kun je over Gen. 1 spreken en de rust bewaren?
Ik weet niet hoe je hier gekomen bent vanmorgen.
Maar het scheppingsverhaal staat toch al jaren in het teken van strijd.
Het is of schepping – of evolutie.
Je hoort bij de ene of de andere partij
Bij de waarheid of de leugen.
Nou ja, de laatste tijd zijn er christenen die zeggen dat schepping en evolutie helemaal niet tegenover elkaar staan
En anderen herhalen nog eens: ‘Ja maar dat kan toch niet! Dan doe je de Heer tekort!’

Maar doen we de Heer ook niet tekort,
als we gevangen raken in een gevecht en dat wat er in Gen. 1 staat helemaal niet meer goed tot ons doordringt.
Als de schoonheid van Gods werk en van de manier waarop het beschreven wordt niet meer echt tot je doordringt.
Met welke verwachting je hier gekomen bent, weet ik niet.
Maar vanmorgen ga ik het hier niet over hebben.
Er is genoeg over te zeggen, maar laten we dat maar eens een andere keer doen.
Nu wil ik alleen er maar kijken.
En ik nodig jullie uit dit ook te doen.

En dat op de manier van mijn vader.
Als er vroeger een monteur bij ons thuiskwam.
Ging hij er altijd bij staan te kijken.
Hij kon enorm genieten van de bekwaamheid van een monteur.
Hij keek het van zijn handen af: de ervaring, de handigheid.
Het sierlijke werken van een mens die weet wat hij doet.
Ik nodig jullie uit dit bij deze tekst ook te doen.
Kijk op de manier van mijn vader naar onze Schepper.
Let eens op hoe hij werkt, hoe Hij zijn werk controleert, hoe ritmisch Hij werkt, hoe Hij zijn doel bereikt.

Je ziet gewoon het kundige, ritmische, werken van God.

‘Licht’
Ja dat is goed zo.
Avond, morgen, eerste dag

‘Lucht’ Mmm zo moet het
Avond, morgen, tweede dag

‘Land!’
…en dan alleen daar de zee
Ja zo is het goed.
En hier wat groen, daar vruchtbomen
Ja, zo wil ik het.
Mooi!
Avond, morgen, derde dag

‘Lichten’
Jaren, maanden, weken, dagen, nachten…
Mooi zo
Avond, morgen, vierde dag.

Leven in de lucht en het water
Jaah zo, dat is mooi
Avond, morgen, vijfde dag

Leven op het land: allerlei soorten dieren
En dan de mens, net zoals wij zelf.
Hij krijgt een opdracht en een zegen van mee
Zij moeten voor de rest zorgen
Zo wil ik het, ja zo is het perfect

En dan…
Dan is het helemaal af
Hier wil ik mijn zegen aan geven.
En dan wil Ik er rustig van genieten,
Op deze speciale dag

Zie je het?
Je mag God hier op de handen kijken.
Hij geeft hier onze werkelijkheid vorm.
Zoals Bob Ross destijds op TV zijn schilderijen schilderde.
Zachtjes in zichzelf pratend- zo nu een een stapje terug zettend.
Zo is God in zijn schepping getekend,
Als de kunstenaar die zijn schepping vormgeeft.
Streek voor streek.
Daar bomen, in het water vissen, in de lucht vogels, op het land dieren.
En dan mensen om er op te passen.
Hij doet zo nu en dan een stapje terug van zijn wereld.
En ziet dat het zo goed is, ja heel goed.

Geen woeste primitieve strijd tussen zee monsters, onder invloed van goddelijke hemellichamen of andere goddelijke krachten, maar het werken van een uiterst begaafde God, die de werkelijkheid naar zijn hand zet.

Het gaat hier volgens mij niet in de eerste plaats om waarheid.
Om dat hier naar de letter het proces van het ontstaan van hemel en aarde beschreven wordt.
Maar om Gods kundigheid en grootsheid om heel iets moois tot stand te brengen.
Dat kan Hij zoals geen ander dat kan.
Je zou het ook een lofzang op de Schepper kunnen noemen.
Als we om ons heen kijken zie je nog steeds die fundamentele structuur van onze schepping.
Zie je Gods werk.
En dan mag je best even Gen. 1 echoën:

‘Wat ontzettend goed gedaan Heer .”

3. Moeten

Ja, da’s mooi gezegd hoor!
Maar wij moeten nu eerst verder het nieuwe jaar in.
Er liggen nog orders.
We moeten zien te overleven.
Corona onder ogen zien in misschien nog weer andere varianten.
Ondanks alles een boterham zien te verdienen.
De economie op peil houden.
Hopen dat het vrede blijft.
We moeten nog een diploma halen of onze bul.
En niet te vergeten nu eindelijk eens aan het werk met de energietransitie.
We hebben een klimaat te redden.
We zullen alle tijd moeten nemen, alle moeite moeten doen om onze doelen te bereiken.
Om onze aarde te behouden
Er is nog een hoop te doen.

Maar wacht eens even…
De toekomst van de wereld hangt niet alleen van ons af.
Ons leven ook niet.
’t Is Gods schepping en Gods leven.

Ja, wij moeten onze verantwoordelijkheid nemen.
En daar laten we het er soms lelijk bij zitten.
Maar wij zijn de baas van de schepping niet.
Dat is God!
We hebben verantwoordelijkheid van Hem gekregen.
Maar zijn niet de directeuren van deze aarde.
Wij zijn slechts ministers.
Op de post die God ons gaf.
En dat geeft ook weer rust!

Immers de wereld is Gods missie.
De mens was misschien de top van zijn schepping, maar niet het doel.
Het doel is de rust van ‘de zevende dag’.
Het doel is bij God tot rust komen,
In zijn werkelijkheid.
En daarvan te kunnen genieten.
Van het goede, het mooie.

En het mooiste is…
God is nog altijd met die missie bezig.
Zelfs al lopen veel mensen hinderlijk in de weg.
De chaos die nu dreigt te ontstaan zal opnieuw een einde vinden.
En harmonie en rust zullen terugkeren.
Als gevolg van het ingrijpen van onze Schepper God.
Dat is zeker.
En daarin hebben wij ook een rol te spelen.

4. Rust

De zee heeft me verteld dat zij zo moe is
Zij zei dat zij er zeer beroerd aan toe is …

Dat zei de zee die me vertelde dat zij moe is
Die zei dat zij er zeer beroerd aan toe is
En als de zee zegt dat zij moe is
Wil dat zeggen dat het land er zeer beroerd aan toe is.

Dat zong de cabaretier Paul van Vliet al in 1971.
Dat is nu vijftig jaar geleden.
Ja we moeten aan de slag in 2022
Onze verantwoordelijkheid nemen.
Dat is echt nodig.

Maar, we hoeven het niet allemaal zelf te verzinnen
Op een dag als vandaag mag je nog even tot rust komen bij God.
Om te zien dat je je aan kunt sluiten bij het werk van God,
raad mag vragen in je gebed.
En onderweg naar Gods rust weer even op adem mag komen bij Hem.
En ook gewoon genieten.
Van de harmonieuze structuur die er nog altijd in Gods schepping te zien is.

Door alles heen, treft je nog steeds de hand van God.
En de adem van God strijkt nog altijd over zijn schepping:
ieder voorjaar wordt de schepping weer groen.

Wat dat betreft is het mooi dat de tweede dag van 2022 een zondag is.
Dan kun je tot rust komen voordat het jaar weer echt van start gaat.
God zoeken en raad vragen.
Hem loven voor Wie Hij is en wat Hij kan.
En Hem te hulp roepen bij onze verantwoordelijkheid,
Om dan morgen opnieuw met Hem onderweg te gaan,
aar het heil en de zegen van zijn nieuwe schepping.

Ik wens jullie Gods heil en Gods zegen. In 2022

Amen.

Geplaatst in Preken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

…T.I.J.D.!… 2 Petrus 3

Op Oudejaarsavond is er vanwege de lockdown een korte meditatie online uitgezonden. Opgenomen in onze huiskamer, uitgezonden vanuit onze kerk. De meditatie is hieronder terug te lezen, hier te beluisteren en hier te zien.

I. Over de vreemdheid van ‘tijd’
Daar zitten dan, alweer op weg naar een nieuw jaar: 2022!
Op een avond als deze word je je weer bewust van het verschijnsel ‘tijd’.
Ik realiseerde me dat tijd niet altijd even snel gaat.
Een klok mag de seconden dan met uiterste precisie wegtikken,
allemaal op precies dezelfde afstand van elkaar,
je gevoel tikt niet op dezelfde snelheid mee.
Dit jaar voelde voor mij korter dan andere jaren.
Dat zal wel met Corona te maken hebben
We hadden ons begin van dit jaar al ingesteld op de tijd na COVID 19,
– ’19 is het jaartal hè-
Maar er kwam nog een heel coronajaar achteraan.
Het duurt nu al bijna twee jaar.
Soms weet ik niet meer wat er vorig jaar gebeurde en wat dit jaar.

Ja, ‘tijd’ is vreemd verschijnsel.
We leven er elke dag mee.
Soms leveren we zelfs een gevecht met de tijd.
Enkel zijn hondersten van seconden zelfs van belang.
Vanavond de seconden: de klok zal weer in beeld komen
“…2,1, 0 Gelukkig Nieuwjaar!”
Een beetje vreemd stappen we de onzichtbare drempel over.

Maar we hebben maar weinig controle over ‘tijd’.
We kunnen het meten,
tenminste wij leggen er de meetlat van de klok langs.
Maar verder kunnen we de tijd alleen maar ondergaan.
En er mee leren omgaan.
Zoals zeiler met de wind weet om te gaan.
En een surfer met de golven.

Maar even terugreizen in de tijd om nog even te genieten van toen,
of om nog eens even iets over te doen of anders te doen,
dat ligt buiten onze macht.
Net zoals even vooruitgaan in de tijd om te kijken wat er aan komt.
Dat kan alleen maar in onze gedachten.

We weten het gewoon niet wat er komt!
Wie had dit jaar nu van tevoren kunnen bedenken dat op 6 januari het Capitool bestormd zou worden?
Of dat Peter R. de Vries op 6 juli vermoord zou worden?
Dat het water in Limburg ineens zó hoog kon komen?
De meeste dingen weet je gewoon niet van tevoren.
En die zie je dus niet aankomen.
Er zijn misschien enkelen die er rekening mee gehouden hebben dat er wel eens zoiets zou kunnen gebeuren
-het één of het ander-,
maar dan weet je nog altijd niet óf dat ook gaat gebeuren.

In de meeste gevallen kunnen we over de toekomst niet meer dan een idee hebben.
En onze gedachten zijn onbegrensd.
En die gedachten slepen ons zomaar mee.
In onrealistisch optimisme.
In zwartgallig pessimisme.
Of in ijzeren Heinig realisme, dat achteraf helemaal niet zo realistisch blijkt te zijn.
Vanavond hebben we niet meer dan gedachten over wat er gaat gebeuren.

Waardoor laten we onze gedachten bepalen?
Is het door onze verwachtingen?
Over de verandering van het klimaat bijvoorbeeld?
Of is het door wat anderen, die het in onze ogen kunnen weten, zeggen?
Of denken we het nu zelf wel te weten?
Onze ervaring leert ons immers ook wat!
Zo weten we nu dat Corona niet zomaar voorbij is.
En zijn we minder optimistisch dan vorig jaar.
Of speelt onze verwachting van mensen een grote rol.
En vrezen we voor het ergste,
of hopen we juist op het beste.

II. De toekomst
Oudejaarsavond 2021, wat doe je dan?
De afgelopen weken heb ik voor mezelf even teruggedacht in de tijd.
Over onze gemeente, over mijn eigen leven…
Heel wat van ons kregen met ernstige ziekte of operaties te maken.
Soms ook met ernstige geestelijke problemen
Een aantal van ons zijn vertrokken uit de gemeente.
Soms door verhuizing,
maar soms ook door vertrek naar een andere gemeente.
Enkel weten we het gewoon niet waarheen.
Er zijn kinderen geboren, anderen namen zich voor om te gaan trouwen,
een heel aantal gemeenteleden vierden hun huwelijksjubilea.
Ik moest ook aan mijn vader, moeder en schoonmoeder denken
Die zijn al langer geleden overleden.
Maar als ik de foto’s weer zie lijkt het nog maar zo kort geleden.
Zo tastbaar dichtbij.
Ach en ik probeer ook wel wat vooruit te kijken:
ik dacht aan Corona en de hoop op een einde aan de plaag,
aan het klimaat, de energietransitie en mijn verantwoordelijkheid,
Aan mijn hoop op het licht en op de zomer.

Ook luister ik wel naar wat anderen denken.
Maar ja als het om Corona gaat is het nog koffiedikkijken,
Als het om het klimaat gaat is er werk aan de winkel voor ons allemaal.
En als het om geloven gaat?…
Dan valt het me op dat sommige broers en zussen verwachten dat er zware tijden komen.
Volgens hen laten de gebeurtenissen van nu zien dat het oordeel aanstaande is.
En dat klopt ook wel natuurlijk, zo is het ons gezegd.
Alleen weten we niet wanneer.
Maar zij lijken te denken van wel: nl. zeer binnenkort.
En ik krijg de indruk erop dat zij zich uit onze samenleving aan het terugtrekken zijn.
Zij nemen hun verantwoordelijkheid niet langer en laten zich niet vaccineren.
Voor hen is vaccinatie onheil en niet heilzaam.

Waarom wordt me echt niet duidelijk.
Kun je het oordeel ontgaan door je niet te laten vaccineren?
Hangt je toekomst in het Koninkrijk af van het wel of niet gevaccineerd zijn?
Vreemd.
Je toekomst in het koninkrijk hangt toch af van je geloof in de Heer.
Maar voor hen lijkt dat nu de vaccinatie of de QR-code te zijn.
Hoe dan ook, zij maken zich zorgen en doen niet meer mee.
Omdat ze niet uitgesloten willen worden, sluiten zij zich zelf buiten.
Vreemd.

En ik, wat doe ik?
Oh heb me wel laten vaccineren, ook de boosterprik gehaald.
Niet omdat ik wel alles kan overzien, maar wel omdat ik er wel vertrouwen in heb.
Vooral omdat ik dat als heilzaam beschouw voor mij én voor de samenleving.
En wat het nieuwe jaar betreft las ik ter voorbereiding 2 Petrus 3.
In de Groot Nieuws vertaling:

8 Verlies één ding niet uit het oog, vrienden:
voor de Heer is een dag als duizend jaar en duizend jaar als een dag.
9 De Heer stelt wat hij heeft beloofd, niet uit,
zoals sommigen denken.
Hij heeft alleen maar geduld met u.
Hij wil niet dat er ook maar iemand verloren gaat, maar dat allen tot inkeer komen.
10 Maar de dag van de Heer zal komen,
…als een dief.
Dan zullen de hemelruimten met een dof gedreun vergaan
en de elementen vlam vatten en verdwijnen,
en de aarde met al haar werken zal zich voor God moeten verantwoorden.

Ik realiseerde me deze week dat Petrus ons in deze tekst een vast punt voor de toekomst in handen geeft.

III. Ga met God
Terugkijken in de tijd is begrijpelijk op een moment als dit.
Maar onze ervaringen geven ons geen vaste grip op de toekomst.
Immers; “resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst”.
Dat is maar al te waar, ook in andere opzichten!
En vooruitkijken naar de toekomst kunnen we alleen in onze gedachten.
In onze gedachten krijgt die verwachting al gauw de vorm van onze gedachten.

Sommigen zullen misschien zeggen:
Ja maar in deze tekst staat toch juist dat het oordeel komt!

Da’s waar, dat is zeker!
Dat er een einde aan de wereld zoals wij die kennen komt ook.
En dat we verantwoording moeten afleggen ook.
Maar niet wanneer: de dag van het oordeel komt onaangekondigd, lezen we hier.
Zoals een dief het niet aan jou laat weten wanneer hij komt.
Ook niet wanneer hij bijna komt.
Het kan gewoon elk moment zover zijn.
Dat is nu zo, dat was tien jaar geleden zo en duizend jaar geleden ook.
Het is ons niet toevertrouwd om dat te weten.
Misschien wel omdat we daar niet mee om kunnen gaan.
Als het om de toekomst van de dag van de Heer gaat, laten we dan stoppen met speculeren!
Want dat is het!
Nog eens! Het tijdstip daarvan is ons niet toevertrouwd.

Het is beter vast te houden aan wat we wel weten.
Voor ons is ‘tijd’ een wezenlijk ding.
We zijn aan de tijd overgeleverd.
Wat we kunnen verwachten zien we nog niet duidelijk,
Wanneer nog minder.

Maar wat we vooral niet uit het oog moeten verliezen,
is de ene belangrijke persoon die ons wel houvast geeft: onze Heer.
Die we niet zien als we alleen maar terug of vooruit blijven kijken,
Maar alleen als we omhoog kijken, d.w.z. naar de Heer kijken.
Hij staat immers boven, ja buiten, de tijd.
Hij kan die overzien.
Het jaar 1000 is voor Hem als gisteren,
Het jaar 0 als eergisteren.
Dat roept de vraag op dat als wij iets lang vinden duren:
Wat is dan lang? Wat wij lang vinden duren?
Wie is de maat van de tijd.
Zijn wij dat? Of is dat toch God?
Voor wie het jaar 3000 als morgen is.

Wat voor ons traag lijkt en lang duurt, zegt niet zoveel.
Weet je wat wel veel zegt voor de toekomst.
De toekomst waarnaar we verlangen en die die we vrezen.
Dat onze Heer, je mag Hem ‘mijn Heer’ noemen,
geduld heeft met ons allemaal.
D.w.z. met de hele mensheid.
Hij wil het liefst dat niemand
ook niemand die wij kennen en liefhebben-
verloren gaat,
maar dat iedereen tot inkeer komt.
Dat allen hun leven zonder Hem achter zich laten.
Zodat ze niet verloren gaan.
Onze Heer wil niet dat er iemand verloren gaat.
Hij wacht geduldig zo lang mogelijk,
om iedereen alle tijd te geven.
Dat is een mooie gedachte op de drempel van 2022.
De Heer wacht op ons, om een zegen voor iedereen te kunnen zijn.

Ja,… van deze Heer hebben we veel heil en zegen te verwachten.
En dat wens ik jullie dan ook toe.

Geplaatst in Preken | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Je telt mee!

Voor wie zou Lucas zijn evangelie geschreven hebben? Wie probeerde hij vooral met zijn geordende betoog te bereiken? Waarom beschrijft hij -als enige van de evangelieschrijvers- de belevenissen van de herders bij Bethlehem? Vond hij het een mooi, romantisch, detail in het verhaal van de geboorte van de Messias? Zo is het wel in onze kerstvertellingen terecht gekomen: de herdertjes, bij de schaapjes, ’s nachts mooi in de openlucht, die bezoek krijgen van een soort super-Sela: een hemels koor van engeltjes. De herdertjes zijn getuige van een prachtig, ja je mag rustig zeggen, een hemels concert: ‘Ere zij God…’

Maar hoe lazen de tijdgenoten van Lucas dit evangelie eigenlijk? Zouden zij het ook zo mooi gevonden hebben dat het bijzondere geboortekaartje van de Messias van Israël, de beloofde, verwachte en door velen verlangde, gezalfde opvolger van koning David, nu juist midden in de nacht bij herders bezorgd werd en niet bij het synagogebestuur- of het bestuur van de stad Bethlehem? Herders stonden in hun tijd niet bekend als herdertjes maar als ruige klanten die het werk deden dat zo ongeveer niemand wilde doen. Denk je alleen maar in dat je ’s nachts een stel smakelijke schapenbouten moet bewaken tegen leeuwen, beren en stropers. Daar moest je wel een bepaald type persoonlijkheid voor hebben.
Konden ze het meemaken dat met de ‘stad van David’ niet Jeruzalem, toch bij uitstek Davids stad, maar het veel kleinere plaatsje Bethlehem werd bedoeld? 

En dat de redder van Israël niet in een koninklijk paleis te vinden was, zoals koning Herodus er meerdere bezat, maar bij de dieren in een haastig tot wieg omgebouwde etenstrog. En dat zijn ouders een arm stel uit Nazareth waren, die nog niet eens getrouwd -schandalig- hun eerste kind verwachtten. In de ogen van de mensen dan hè. Als je dit zo op een rijtje ziet staan, is dit dan voor de tijdgenoten van Lucas eigenlijk niet een heel ongeloofwaardig verhaal?

Behalve natuurlijk als Lucas zijn evangelie juist voor de buitenstaanders schreef. De enige evangelieschrijver van heidense komaf schrijft het evangelie op voor de misfits die er niet echt bij horen. In zijn beschrijving laat hij zien hoe de buitenstaanders van die tijd: de vrouwen, de gewone man (schaapherders), mensen van andere afkomst (Samaritanen) en de armen betrokken zijn in Jezus’ verhaal met ons mensen. Het religieuze establishment staat van een afstandje toe te kijken en worden in dit verhaal buitenstaanders. In ieder geval zolang zij zich zo opstellen.

Je vraagt je af aan hoe het verhaal verteld zou worden  zijn als de Heer Jezus vannacht in Harderwijk geboren zou worden.

Beleef het mee, zondagmorgen (Tweede Kerstdag) van 10:15 uur. 

Geplaatst in Preken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Onze held! (Jesaja 53) – 4e Advent

De koning van de kikkers – een gelijkenis

Hij zat op zijn hurken langs de kant van de sloot, ingespannen naar beneden te turen. De spieren in zijn kuiten verkrampten, zijn bovenbenen waren gespannen en vermoeid. Diep voorovergebogen met zijn hoofd tussen de schouders, tuurde hij naar het wateroppervlak beneden hem. Hij rook de bedompte, zompige lucht die uit de sloot naar boven dampte. Hij zag het kroos en daaraan voorbij  zag hij de kikkervisjes door het water krioelen. Het was lente.

Ze zagen er niet uit met hun dikke koppen en hun iele staartjes, niet in verhouding. Er was niets liefelijks aan ze, zoals andere jonge dieren dat wel hebben. Wie wil er nu een kikker zijn? Groene, slijmerige, huid, vol wrattige bultjes; uitpuilende, uitdrukkingsloze, ogen; veel te brede bek die in een sombere boog naar beneden krult; dikke vormeloze buik en vingers en tenen met vliezen en zuignappen. Kikkervissen hebben zelfs dat niet.

Hij zag paniek in de sloot. Van alle kanten werd op de kikkervisjes gejaagd. Kikkers hebben veel kinderen, maar er blijven er maar weinig van over. Wat een leven! Maar deze keer was het erger, veel erger. Er was nood in de sloot. Zo groot dat dit op den duur voor geen enkele kikker viel te overleven. Er was redding nodig, maar die kon alleen maar van buitenaf komen. Wie zal de kikkers helpen, als zij zich zelf niet kunnen redden? 

Het veranderen van hun leefomstandigheden zou niet genoeg zijn. Schoon water, genoeg voedsel, of de juiste temperatuur zou hen niet redden. Nee, de kikkers moesten een ingrijpende metamorfose ondergaan wilden ze kunnen overleven. En dat kon alleen als iemand de leefwereld van een kikker wilde ingaan door zelf als een kikker onder hen te leven. Om zo van binnenuit voor verandering te zorgen. Er werd een leven als kikker van hem gevraagd, te beginnen als kikkervis. Alleen zijn verstand zou hem blijven. Voor het overige zou hij een kikker worden. Hij zou als een kikkervis uit het eitje komen, een jeugd als kikkervis leiden, eten als een kikker, leven als een kikker met een slijmerig, groen en wrattig vel; een platte kop; met bolle ogen; met een brede, sombere bek; met een vormeloze dikke buik; met vliezen tussen zijn vingers en tenen en zuignappen onder zijn vingertoppen en tenen.  Totdat hij uiteindelijk als volwassen kikker zou sterven.

Als hij daarmee de kikker als soort kon redden, zou hij het dan voor de kikkerwereld over hebben? Zou hij afzien van bijna alles dat hem menselijk maakte om de kikkers te kunnen redden?

Op de vierde zondag van advent lezen we over iemand die voor zo’n soort keuze kwam te staan.

Geplaatst in Preken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

‘Tot uw dienst!’

Komende zondag is het de derde adventszondag. Heb je de kaarsen alweer klaar staan? Van het begin van het leven van Jezus zijn we nu ineens aangekomen op een belangrijk moment in Jezus’ loopbaan: de tijd dat Hij leerlingen heeft die Hij opleidt voor een toekomst in zijn Koninkrijk. Wat hoopt Hij dat ze daar zullen gaan presteren?

Ik heb een tijdje op een ‘excellente school’ gewerkt.  Het is mooi wanneer een school haar werk goed wil doen en haar leerlingen het beste wil meegegeven. Je wilt ook graag dat de scholen hun best doen voor onze kinderen. Maar het gaat toch een beetje kriebelen als je merkt dat tijdens de diploma-uitreikingen steeds de bijzonder getalenteerde leerlingen in de aandacht komen te staan en niet die leerlingen die met hard werken toch de eindstreep hebben gehaald. 
Ik moest daar weer aan denken toen de Onderwijsraad deze week de vinger legde bij de gevolgen die al de bijscholing en extra trainingen van leerlingen dreigen te krijgen. Immers de leerlingen van wie de ouders dit soort lessen niet kunnen bekostigen, krijgen die extra trainingen niet en presteren vervolgens niet zo goed als de anderen. Dat leidt tot kansenongelijkheid en een kloof in de samenleving tussen rijker en armer.

Toch wel vreemd zo’n nieuwsbericht. We leven immers in een land waarin de spreuk, “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg”, zo ongeveer een geloofsartikel is. Vinden we dat eigenlijk nog of zeggen we tegenwoordig het ene maar vinden we stiekem eigenlijk het andere? We doen net of we heel gewoon zijn maar intussen willen we wel uitblinken met onze opleiding, onze sportprestaties, ons inkomen, onze carrière, ons bezit en ons uiterlijk? We mogen er van onszelf niet over opscheppen (‘doe maar gewoon’), maar hopen intussen wel dat de anderen dit goed kunnen zien.

Is het in ons land tegenwoordig  belangrijker wat je kunt, welke positie je hebt, hoe je eruit ziet en wat je allemaal hebt, dan wie je bent en wat je voor een ander betekent? Zijn de echte kampioenen juist zij die niet het netste jongetje van de klas zijn.

Als de leerlingen van Jezus toch een stevige discussie krijgen over wie van hen de belangrijkste is, zet de Heer Jezus een kind in hun midden. De stilzwijgende boodschap is: laat dit kind een voorbeeld voor je zijn. Maar hoe dan? Omdat het zo leuk, zo onbevangen en zo eerlijk is? Of bedoelt de Heer heel wat anders? Wat dan?

Wat telt er eigenlijk in het Koninkrijk van God?
Oftewel: wat wil je later het liefste worden? Waar zijn we druk mee als het om onze kinderen gaat? Hen weerbaar te maken in een samenleving waar veel om prestaties draait? ‘Doe je best op school!’ ‘Laat zien wat je kunt’ en ‘Laat je de kaas niet van je brood eten.’ Wat wij belangrijk vinden voor onze kinderen en jongeren, hebben wij weer geleerd van onze ouders en zijn weer van hun ouders? Wat telt? ‘
Dat kan best heel verschillend zijn, maar toch denk ik dat het ontwikkelen en benutten van je eigen competenties voor onze generatie belangrijker is dan voor de vorige. Aan de ene kant omdat we nu de gelegenheid hebben, maar ook om dat men dit in de samenleving van ons vraagt.
Tegenwoordig komen de christenen die iets bijzonders doen nogal in de schijnwerpers te staan. We kennen en bewonderen de mensen die iets bijzonders kunnen en iets bijzonders doen: we hebben onze muzikale helden, christelijke sporters die tot de verbeelding spreken, christelijke politici, tv- persoonlijkheden. Is dat wat de Heer Jezus het liefst wil? Wat houdt Jezus zijn leerlingen voor als zij met Hem in gesprek over hun positie in de samenleving die komende is: het Koninkrijk van God. Beluister de preek hier nog eens of bekijk de dienst hier.

Geplaatst in Preken | Tags: , , | Een reactie plaatsen

‘In de schijnwerpers’ – week 48 – missen

De Kerst en de jaarwisseling komen heel snel dichterbij. Zondag is het alweer de tweede adventszondag. Het aantal besmettingen en de maatregelen als gevolg daarvan, maken het moeilijk om de vieringen die bij Kerst en Oud & Nieuw horen voor te bereiden. Immers we weten niet goed wat dan onze mogelijkheden zijn.

Er begint zich de afgelopen week langzamerhand wel een beeld te vormen. We hopen een korte bijeenkomst op Kerstavond te kunnen houden. Tussen 19:00 en 20:00 uur, zodat er ook kinderen bij kunnen zijn. Een deel zal zich binnen afspelen en een deel buiten rondom een warm vuur en alles wat daarbij hoort. Op zondagmorgen, Tweede Kerstdag!, volgt dan onze Kerstdienst. Hoeveel zich van deze dienst ‘onplace’ (in de kerk) en ‘online’ afspeelt zal afhangen van de situatie dan. Maar beide samenkomsten hebben zowel een onplace als online deel. Graag vragen we jullie medewerking bij die samenkomsten. In deze nieuwsbrief kun je er meer over lezen.

Nu we voor de vierde keer noodgedwongen een stap terug moeten zetten, beginnen we elkaar wel te missen. Nog voordat we elkaar weer eens allemaal ontmoet hadden, raken we alweer uit elkaars beeld. Hou houdt je elkaar vast in deze omstandigheden? Velen die ik de afgelopen maanden sprak voelen dat ze ook gevoelsmatig op grotere afstand van onze gemeente gekomen zijn. Daar kunnen we allerlei verklaringen voor bedenken. Nuchter feit is, denk ik, dat als we elkaars leven niet meer delen,  je ook het zicht op elkaar verliest. In zekere zin beleef je je leven, met al zijn ups en downs, alleen.  In deze tijd wordt er in onze gemeente enorm met elkaar meegeleefd, maar het warme eenrichtingsverkeer van de betrokkenheid kan de bloedwarme ontmoeting van broers en zussen, het samenkomen, het samen zingen en samen bidden eenvoudig niet vervangen.    

We hebben het al veel vaker opgemerkt: het wordt ons in deze periode wel duidelijk hoe waardevol onze ontmoetingen eigenlijk zijn. Meer dan ooit is dat een reden om, zodra het weer kan, vol op deze ontmoetingen in te zetten. 

Tijdens mijn studieverlof in de zomer schreef ik een klein boekje met de titel: “Achtergebleven. Voor de naasten van kerkverlaters”. Dat gaat over een ander gemis dat velen onder ons met zich meedragen. Ook zoiets dat we meestal niet meer elkaar delen. Waarom eigenlijk niet? Is het schaamte, gelatenheid of weten we niet hoe we daarin iets voor elkaar kunnen betekenen? Zijn we bang om iets verkeerds te zeggen? Hoe dan ook, ik weet dat veel gemeenteleden alleen door het leven gaan met dit gemis. Dat maakt deze pijnlijke last zwaarder en heeft misschien zelfs wel het gevolg dat we ons hier te snel bij neerleggen en niet doen wat voor de hand ligt.

Het is mijn voornemen een serie gespreksavonden voor de naasten van kerkverlaters te organiseren. Maar dat gaat moeilijk in deze periode. De situatie rondom COVID  laat het nu niet toe. Maar wie dat wil kan zich al wel op deze gesprekken voorbereiden. Daarom bied ik mijn boekje nu al als PDF aan voor ieder die het wil lezen. Dit is in de eerste plaats voor mensen in onze gemeente bedoeld. Maar ook niet-gemeenteleden die dit lezen mogen hun belangstelling aan mij kenbaar maken. Wie weet wat er -bij voldoende belangstelling georganiseerd kan worden.

Ben je geïnteresseerd en wil je eens kijken of het iets voor je is? Hieronder kun je het eerste hoofdstuk downloaden. Wil je de rest ook lezen? Stuur me dan een mail, dan stuur ik je de volledige PDF per ommegaande.

Ik wens jullie een gezegende zondag en vervolg van de week toe.

Geplaatst in NGK Ermelo | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Het middelpunt van het heelal – Lucas 2: 1-7

De tijd tikt langzaam weg.
Met een zekere spanning wachten we de persconferentie van vanavond af.
Welke maatregelen zullen ons leven de komende weken gaan bepalen? Kunnen we gewoon Sinterklaas en Kerst vieren?

Stel je die restauranteigenaar voor. Nog maar net weer open, al is het al weer minder dan het was. Ook net weer met een volledige en grotendeels nieuwe staf van bedienend personeel. Na de vorige lockdown had hij zijn ervaren personeel moeten laten gaan. Nu weer? Toen moest hij helemaal dicht en nu dan?
Of die werker in de zorg die het nu al bijna niet meer volhoudt onder de werkdruk. Zullen ze nu eens effectieve maatregelen nemen, denkt zij, eindelijk. En dan niet halfslachtig maar stevige, zinnige, maatregelen die werkelijk effect hebben.
Of de minister die moet kiezen. Ja hij móet kiezen. Zal hij voor het minste kwaad kiezen? Maar wat is dat dan? Is dat wat zijn politieke carrière het minst beschadigt, wat het partijbelang is of wat de volksgezondheid werkelijk zal helpen. Zal hij draagvlak vinden voor zijn beleid of zullen er weer rellen losbarsten. Kan hij het eigenlijk wel goed doen?
We voelen ons vaak pionnen in het spel dat een ander speelt. Maar wie is die speler eigenlijk:
COVID, de publieke opinie, het OMT, de regering… Of zijn we allemaal pionnen?

De tijd dat onze overheid zich het centrum van de macht voelde, is nu wel voorbij. Ze zijn ook slachtoffers van de maatregelen die ze zelf moeten nemen. De gevolgen zijn voor hen alleen anders. Ambtenaar was ooit een gerespecteerde en stabiele functie die veel zekerheid bood.
Nu krijg je de gevolgen van het regeringsbeleid als stenen om je oren. Of wordt je het mikpunt van anonieme scheldkanonnades, ja zelfs bedreigingen, op de sociale media. Als uitvoerder van het regeringsbeleid loopt je leven gevaar.

Wat kun je je machteloos voelen als je je levenswerk bedreigd ziet door de maatregelen van anderen. En eenzaam als je weer een serie beperkingen op je af ziet komen. Zijn we niet allemaal pionnen in het spel van een ander, maar wie is de speler?

Dezelfde vraag kun je stellen in de tijd van Jozef en zijn hoogzwangere Maria. Zijn zij maar pionnen in het spel van een machtige speler of moet je dit toch anders zien?

Geplaatst in Preken | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen