Rust vinden bij God

Psalm 62,2 - meditatie - NGKE - 14-10-18Zondag vieren we het avondmaal omgeven door stilte. Zo willen we – in de stilte- rust vinden bij de Heer. Immers Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van Hem komt mijn redding (Ps. 62:2 NBV). De hele dienst staat in het teken van rust; regelmatig vallen er stiltes, waarin we ons tot de Heer kunnen keren. Ook de liederen zijn gekozen vanuit deze gedachte.
Stilte kan doodse stilte zijn, waarin je na een tijdje snakt naar iets dat die stilte verbreekt. Maar bij de Heer, de Levende, belooft stilte nooit doods te blijven, maar juist vol te worden van de aanwezigheid van de Levende. Die stilte is een stilte vol van troost, belofte, hoop en verwachting. Soms moeten we zelf kunnen zwijgen om in stilte rust te vinden in de aanwezigheid van God. Zo keren we vanuit die rust weer terug naar het volle leven.
Want hoe goed het ook is om met elkaar over de God te spreken, Hem te bidden, te loven en te prijzen, het is soms ook goed om gewoon naar Hem luisteren en op hem te wachten. Zondag zullen we dat meer doen dan anders, zelfs op momenten dat we dat anders gewend zijn, tijdens de collecte.
Wees welkom om zondag samen met ons rust te zoeken bij de Heer.

Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen

‘Grensgangers’ – Een tweeluik (1)

GrensgangersDe afgelopen zomer heb ik vijf weken aan een studieverlof kunnen besteden. ‘Grensgangers’ heb ik het als thema meegegeven. Vooral omdat een heel aantal van onze jongeren zijn opgeschoven naar de grenzen van onze kerkelijke gemeente en sommigen zelfs uit de kerk vertrekken. Zij zien zichzelf vaak nog best wel als christen, maar met de kerk kunnen ze niet zoveel. Hoe kan dat? Ervaren zij de kerk als een hindernis in plaats van als een steun?
Maar ook wijzelf zijn grensgangers geworden. Wij leven -meer dan eerder- op de grens van kerk en samenleving en tegenwoordig is dat heel vaak een behoorlijke tegenstelling. Wat is er veranderd voor de jongeren en voor ons en wat betekent dat voor ons kerkelijke leven? Of wat zou het voor ons kerkelijke leven moeten betekenen?
De komende maanden probeer ik via ons Kerknieuws en de website wat inzichten uit het studieverlof door te geven.

‘We zijn de vanzelfsprekendheid voorbij!’, deze uitspraak las ik ooit eens van iemand toen hij de veranderingen rondom het kerkelijke leven in essentie probeerde te vangen. In de afgelopen jaren is meer en meer tot me doorgedrongen hoe treffend dit zinnetje de situatie beschrijft. Laat ik dat deze keer proberen duidelijk te maken aan de hand van een tweeluik. Op het ene luik schets ik een beeld van hoe ik -te beginnen zo’n 50 jaar geleden- opgroeide in een kleine vrijgemaakte kerk binnen een Gronings dorp dat ook al niet zo groot was: één straat, vier zijstraten. Op het andere luik probeer ik  te schetsen waar een jongere nu mee te maken heeft.

Het eerste luik: vijftig jaar terug
Zo’n vijftig jaar geleden was de kerkdienst de meest zichtbare vorm van het geloof voor mij. Iedere zondag twee keer. Een soort heilige plicht, waar je je echt wel toe moest zetten, leuk vond je het lang niet altijd. Maar je voelde wel ontzag, want er was geen twijfel over dat God Zelf wilde dat je naar die kerkdienst ging. Daarmee diende je God en het was goed voor je. Zo was ons dat geleerd. Zelfs in de speciale situatie van ons gezin -mijn vader was zwaar gehandicapt en kon niet altijd de diensten bezoeken en dan kon mijn moeder ook niet- bezochten we als twee kleine jongens dan maar alleen de kerkdiensten. Vanzelfsprekend vonden we dat: wij, maar ook de anderen in de kerkelijke gemeente en ook in het dorp, denk ik wel. Op enkele mensen na ging iedereen naar de kerk. ’t Was dan wel een klein dorp, maar er stonden wel drie kerken: de Gereformeerd vrijgemaakte aan de ene kant van het dorp, de Hervormde Kerk in het midden, de Gereformeerd synodale kerk aan de andere kant van het dorp.

Toch kreeg je als kind niet zoveel van de kerkdiensten mee: er waren nog geen bijbelklassen en je zat de preek min of meer uit. Het zingen van psalmen en enkele gezangen onder begeleiding van een flink pijporgel vond ik toen nog leuk. Daar kon je tenminste aan mee doen. Ik ontdekte dat ik graag zong.

Thuis was God er vooral in de verhalen van mijn moeder. Van jongs of aan vertelde mijn moeder ons over God de Here. Verder was God er in het bidden en bijbellezen aan tafel en in het avondgebedje voor het slapengaan. Van mijn moeder leerde ik het persoonlijke geloven, dat was in haar geval de manier waarop ze over God kon praten, alsof ze net nog even met Hem gesproken had (niet zozeer bijbelstudie, of Stille Tijd). Verder was God er in de bijbelverhalen op de Gereformeerde Lagere School in Zuidhorn. In de hogere klassen kwam daar ‘Naam en Feit’ bij. Vraag en antwoordlesjes die een beetje deden denken aan “Twee voor twaalf’. We leerden zo heel veel bijbelse namen en feiten, en dat vonden we leuk. Op school leerden we nog de hele Valerius Gedenck-clanck zingen.

De ‘grote boze wereld’ was voor een lagereschoolkind nog ver weg. Er was geen internet en we hadden geen smartphone. Het journaal was iets voor vaders, kranten lazen we nog niet en de TV stond ook nog in de kinderschoenen. In het begin keek je alleen maar onder begeleiding van je ouders TV. Die voorzagen wat er te zien was van hun commentaar. Het was vaste regel dat er niet naar naakt gekeken werd of naar vloeken geluisterd. Deed dit zich toch onverhoeds voor dan ging de TV onverbiddellijk uit.

Eenmaal tiener, verdwenen de bijbelverhalen op school. Wel jammer, ze werden vervangen door kerkgeschiedenis (een brij van feiten) en geloofsleer (een soort parallel van de catechisatielessen in de kerk). Er lag veel nadruk op feitenkennis en -achteraf gezien-  de juiste geloofsopvattingen; over persoonlijk geloof ging het niet. Dat was ook zo op catechisatie. Meestal niet echt leuk (afhankelijk van de catecheet), maar ook niet omstreden. Catechisatie op maandag en vereniging op vrijdag (twee avonden!) hoorden bij de nieuwe plichten die je als opgroeiende jongere had. Daar zat je vanzelfsprekend. In onze tijd was het zo dat alle anderen activiteiten (sport, muziek enz.) ondergeschikt waren aan ‘cat.’ en ‘vereniging’. Als er gekozen moest worden dan gingen die voor.

In de kerk zat je de diensten vooral uit, al pikte je er meer uit op dan eerder. De thema’s lagen meestal niet zo erg in je leefwereld en het was daarom soms moeilijk om aan te haken.

Langzamerhand kreeg de samenleving via de TV en de radio meer vat op ons. Vooral de muziek die toen populair was begon ons aan te spreken. Wij waren geen superheilige jongeren en vonden het allemaal lang niet alleen maar leuk. Maar ik herinner me dat ik dit eerder mijn eigen schuld vond, dan dat ik dat de kerk verweet. Vanuit dat schuldgevoel deed ik ook mijn best de preken beter te begrijpen en ging ik meeschrijven, dat hielp om het beter te begrijpen. Belijdenis doen was toen nog gewoon: iedereen deed dat. Op mijn twintigste deed ik (pas) belijdenis, het was toen gewoon om dit op je 18e te doen. Maar dat deed ik niet omdat ik twijfelde aan God of aan de kerk, maar aan mezelf. ‘Wist ik er wel genoeg van?’ Ik vond van niet.
Geloven en bij een kerk horen zoals mijn ouders, was in mijn jeugd redelijk vanzelfsprekend. Je ging gewoon mee in hun slipstream en raakte er gaandeweg ook zelf van overtuigd.

Het tweede luik: de 21e eeuw
Hoe zou dit voor een jongere van nu zijn? Hoe lang zou het duren voordat zij iets van buiten de eigen groep zien of meemaken? Eigenlijk zou ik een jongere moeten vragen dit eens te vertellen, maar ik vermoed dat dit een heel andere verhaal is dan het mijne.
Thuis zal het nog wel hetzelfde gaan: een moeder die je over God vertelt. Bidden en lezen aan tafel, een avondgebedje voor het slapengaan. In de kerk is het nu anders: je mag naar de bijbelklas. Daar is het leuker en je begrijpt er meer van.
Maar ook voor de rest is er veel anders. Al vanaf de basisschool maak je ook niet-christenen mee.
Daarna heb je via je smartphone constant contact met mensen die anders denken en anders doen.  Al heel snel merk je dat geloven bij jou thuis dan wel gewoon is, maar dat er veel anderen zijn die dit helemaal niet zo gewoon vinden. In de buurt waar je woont is naar de kerk gaan soms een uitzondering. Er zijn heel veel kinderen die op zondag andere dingen gaan doen. En wat dacht je van de zaterdagavond, dat is inmiddels allang de nationale stapavond. Het valt niet mee om daarna op zondagmorgen uitgeslapen in de kerk te zitten.
Op school zijn de bijbelverhalen er vast nog steeds, als je tenminste op een christelijke school zit.
Hoe ouder je wordt, des te meer merk je van anderen buiten je eigen leefwereld. Door het internet en je smartphone zijn die nooit ver weg. Net zo dichtbij als je familie thuis, je klasgenoten op school, de mensen op sport en natuurlijk ook de mensen in de kerk. Eerlijk gezegd staan die laatsten nog verder van je af dan je andere contacten.
Voor ieder verhaal dat je over God hoort, hoor je een ander dat niets met God te maken heeft.

En als je eenmaal naar de kerk gaat kun je wat daar gezegd wordt steeds vergelijken met wat er door andere christenen gezegd wordt maar ook met wat er door niet christenen gezegd wordt. Als je daar tenminste zin in hebt, want online gebeuren er nog veel interessantere dingen.
Eenmaal tiener ga je nu naar club, die is in plaats van catechisatie gekomen. Best leuk, maar je moet er wel tijd voor hebben naast je sportavond, je muziekles en je huiswerk voor school. Soms komt het niet uit en zijn al je avonden al vol.
In de kerk is het nu niet gemakkelijk. Je moet veel luisteren en kunt niet zoveel zelf doen.
De muziek daar is nu niet direct jouw smaak (en dat is tegenwoordig belangrijk) en wat er verder gebeurt is ook niet heel erg ‘snel’. Tenminste niet vergeleken met wat er online gebeurt. Lang niet iedereen zit op club en ook lang niet iedereen doet nog belijdenis. Sterker nog, lang niet iedereen bezoekt nog de kerkdiensten. Christenen zijn er niet zoveel om je heen. Zeker niet op je opleiding en op je sport. Een stel van je vrienden zijn niet-christelijk.
Geloven is verre van vanzelfsprekend, iets speciaals waar je eigenlijk best moed voor moet hebben. Want veel mensen om je heen vinden geloven maar vreemd, betuttelend en iets van vroeger; zeker als jij vanwege je geloof aan bepaalde dingen niet mee doet. En je moet ook aldoor uitleggen waarom je gelooft en waarom je soms andere keuzes maakt.
En voor elk verhaal dat je in christelijke kringen hoort, hoor je een heel ander verhaal om je heen. ’t Is een heel andere wereld geworden waar niets vanzelfsprekends aan geloven is.

Dat is best moeilijk in het 21eeeuwse Nederland.
Of zoals een jongere jaren geleden al eens schreef: ‘Help, ik geloof!’
Hoe geloof je in deze tijd? Waar kun je je vragen eigenlijk stellen?.
Past de kerkdienst zoals wij die kennen eigenlijk wel bij ‘grensgangers?’

Wat denken jullie?

 

 

Geplaatst in NGK Ermelo | Een reactie plaatsen

‘Zondag 7-10 Israëlzondag – ‘Roots’

Schermafdruk 2018-10-04 21.46.06 kopieWat hebben wij met Israël?
Ik ben er soms best verlegen mee. 
Want als het over Israël gaat lijkt de vrede ver te zoeken. 
‘Zeven Palestijnse betogers gedood langs grens met Israël’ (29-9) 
Een berichtje dat bijna niet meer opvalt. ‘140 sinds 30 maart.’
Extreme standpunten voor of tegen. 
Ook hier in Nederland is men scherp voor of fel tegen. 
Zelfs binnen de kerken: recent (24-9) stelden een groep predikanten binnen de PKN dat ze de ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’, willen schrappen uit de Kerkorde. Ook de jaarlijkse Israëlzondag willen ze daarmee afschaffen.
Ja, als je er met broers en zussen in Christus over spreekt, liggen de opvattingen niet zelden ver uit elkaar. 
Als het over Israël gaat lijkt de vrede ver te zoeken.

Christenen hebben het moeilijk in het Midden Oosten.
Buiten Israël, maar ook daarbinnen.
Arabische christenen maken zich zorgen over de nieuwe nationalistische natiestaatwet (ND 1-8-’18) 
En waar sta je zelf dan ergens? 
Wat heb je met Israël, wat met Israëlzondag zoals vandaa?.
Of is dat meer iets van Israëlbevlogenen? 
Die vraag leg ik in jullie midden neer zondagmorgen in het  licht van Rom. 11. Denk er alvast eens over na.

 

 

Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen

Jaarthema 4: ‘Missen’

MissenWat mis je in het gemeente zijn?
Soms heb ik wel eens het gevoel dat ik de hele week op afstand sta van onze gemeenschap en pas zondags de verbondenheid weer voel. Daar zit een soort logica in. Natuurlijk: zondags is er de ruimte om elkaar als gemeente ontmoeten en door de week hebben we ook nog zoveel anders te doen. En toch… die gemeente heeft dan verder ook geen invloed op de rest van mijn leven.  Ik kan me voorstellen dat als je de anderen uit je gemeente op zondag weer ontmoet dan je eerst nogal wat afstand moet overwinnen. Het is vast een jongere die schreef: ‘ik mis verbondenheid met de volwassenen’. Dat lees ik als: ‘zij spelen geen rol in mijn leven en ik niet in hun leven.’ En dan zie je elkaar zondags en ben je eigenlijk vreemden voor elkaar.

Dat kan toch niet de bedoeling zijn, kun je maar zo weinig voor elkaar betekenen? En dat in een tijd dat jongeren volwassenen meer dan ooit nodig hebben.
Als volwassen gemeentelid kun je die verbondenheid ook missen; je zou meer willen delen; meer samen optrekken, maar het komt er niet van. Je hebt ideeën waar je de anderen wel eens over zou willen horen, maar ja wanneer hè.

Uit ervaring weet ik dat ‘samen met gemeenteleden dingen ondernemen’ je een ongelooflijke hoeveelheid energie kan geven. Met de anderen samen aan het werk zijn, kan heel verrijkend zijn. Zeker als het betekenisvol is,
En tegelijkertijd kun je er ook doodmoe van worden. Moeten we dan altijd samen iets ‘doen’. Steeds inspannen en nooit ontspannen. Dat lees ik hier ook: kunnen we niet vaker ‘samen met de benen op tafel?’ Als dat niet kan, missen we ook iets vind ik. Als je alleen maar dingen samen kunt doen, maar nooit samen kunt zijn, dan mis je veel aan elkaar. Als je nou net in de gemeente geen ontspanning kunt vinden…, dat is toch niet goed! Gewoon eens thuis kunnen komen bij elkaar is een groot geschenk dat we elkaar kunnen geven.

Dat betekent ook samen stil kunnen zijn. Voor sommigen onder ons is dat een hele uitdaging; voor anderen is zou dat een oase zijn. Ik ben zelf nogal een ongeduldig mens maar mijn ervaring is dat in de stilte ruimte komt voor een ontmoeting met God. Miischien wordt het eens tijd voor een ‘stiltedienst’?

Overigens over ‘rust op zondag’ gesproken, een vraag: ‘ben je goed bezig, als je de zondag niets meer kunt doen -zelfs niet naar de kerkdienst- omdat je het in de week zo druk heb gehad?

Weer de vraag: ‘wat kunnen we direct al aan dit gemis doen?’

Geplaatst in Jaarthema 2018, NGK Ermelo | Een reactie plaatsen

Zondag 23-9 – Tegennatuurlijk?

Deze week kwam de ‘onttrekking’ van Klaas Henricus Dominicus Maria Dijkhoff pontificaal in het nieuws. ‘Onttrekking’ zo noemde je het vroeger als iemand uit zijn gemeente (zijn kerk) vertrok. Ik leg het maar even uit, want je moet er op dit moment niet vanuit gaan dat iedereen nog wel begrijpt wat zo’n kerkelijke term betekent. Je kunt je afvragen waarom hij zijn onttrekking op de site van de VVD publiceerde en er zo in feite een open brief aan ons allemaal van maakte. En dat doen sommigen dan ook. Maar ik kan me niet zo goed voorstellen dat hij dit deed omdat hij zo in zijn wiek geschoten was om de opmerking van de bisschop. Niet fijn wat die over hem zei, maar een politicus als Dijkhoff is wel wat gewend op dat gebied en blijft er doorgaans onbewogen onder. En wanneer hij hem wel raakte, waarom ziet hij die onttrekking dan niet als een persoonlijke beslissing en houdt hij die dus privé? Is het omdat Dijkhoff het niet vervelend vindt dat iedereen in Nederland dit nu weet; hij vindt het belangrijk om aan iedereen te laten zien dat hij zich van zijn vroegere kerk distantieert. Ik verwacht dat hij dit gedaan heeft omdat hij denkt dat hij hier sympathie mee oogst bij het grote publiek. Want wie wil er tegenwoordig nog bij een kerk horen? Je mag wel zeggen: in het Nederland van nu is de kerk een tegennatuurlijk gegeven. Wat zegt dat over ons jaarthema: ‘een levende gemeente’? De preek van zondag 23 september is hier na te lezen en hier is presentatie te zien.

Vragen voor de groeigroepen:

  1. Is er de afgelopen jaren iets veranderd in hoe je met je lidmaatschap van de gemeente omgaat? Oftewel: wat doe je nu anders dan vroeger?
  2. Herken je het levensgevoel van deze tijd, liever een light-lidmaatschap van een gemeente (ik ga als ik het leuk vindt), in je eigen leven?
  3. Kun je onze gemeente als de keuze van God aanvaarden?
  4. Dietrich Bonhoeffer stelt:
“Je mag niet klagen over de gemeente, want de gemeente is een het werk van de Geest.” 
Ben je het daarmee eens?
  5. Zijn er afgoden in jouw leven die je functioneren in de gemeente bemoeilijken?
  6. Zou je nog iets moeten opofferen?
  7. Wat zou je voor onze gemeente willen bidden? Doe dat!
  8. Wat zou je n.a.v. van dit alles aan de dominee willen zeggen/vragen?(w.dijksterhuis@gmail.com)
Geplaatst in Jaarthema 2018, Preken | Een reactie plaatsen

Jaarthema 3: ‘Ideeën’

IdeeënDe gemeente waar ik opgroeide was gevestigd in een klein Gronings dorp met zo’n 500 inwoners. Mijn hele jeugd had die gemeente zo rond de 100 leden, met in toptijden een uitschieter naar boven, wel 125 leden, en in schrale tijden net aan 100. Toch hadden we die hele periode een eigen kerkgebouw -al bijeengespaard door de vorige generaties- en een groot deel van die tijd ook een eigen predikant; al moesten we die delen met een andere gemeente in de buurt. ’t Was klein en we konden niet alles wat ze wilden, maar samen rooiden we het gewoon: rond de honderd mensen waarvan de meesten niet bijzonder welgesteld. 

Gezamenlijkheid brengt mogelijkheden binnen bereik die anders ondenkbaar zijn. Meer dan toen we in Niezijl dachten. Want zodra je je gedachten erover laat gaan, komt er meer binnen beeld dan je eerst besefte. Zie hierboven de ideeën die onmiddellijk opborrelden toen ik het over die droom van een gemeente had tijdens ons gemeenteweekend.

Als je er samen voor wil gaan kun je echt iets voor elkaar en voor anderen betekenen. Wat een goed idee, zo’n bibliotheekkastje op straat; via dat kastje kunnen we anderen laten delen waar we zelf zo rijk mee zijn.

Nou ja, en samen eten, daarover schreef ik gisteren al. En dan op een echt gasfornuis gekookt met Thijs als kok. Dat lijkt me wel wat. Eén vaste avond in de week: eten moet iedereen toch. En dan ontmoet je elkaar ook nog even weer, hoeveel goede gesprekken kunnen daar niet geboren worden. Jullie moeten weten dat ik op verschillende Alphacursussen ontzettend goede ervaringen met samen eten heb opgedaan.

Als je eenmaal elkaars vertrouwen hebt kun je veel voor elkaar betekenen: als ouders kun je elkaar sterker maken (parents & parents), taalcursussen geven aan immigranten, een ontmoetingsmorgen opzetten voor mensen die wel wat aanspraak kunnen gebruiken. En op de achtergrond oefent de ‘band’. Wat dat betreft zou het wel mooi zijn als ons kerkgebouw zou zinderen van activiteit, meer dan tot nog toe. In Ermelo kan dat, maar misschien in Harderwijk en Putten ook wel ergens bij gemeenteleden thuis. Een ‘gemeentehuis’.

Tja en als je elkaar dan toch spreekt, kun je eens doorpraten over een andere invulling van de kerkdienst dan we die tot nog toe gewoon zijn. Kunnen er meer mensen betrokken zijn bij de voorbereiding van de dienst dan nog toe? Vraagt het leven in onze tijd om andere elementen in de diensten?

Genoeg  ideeën, er staan er boven nog meer dan ik genoemd hebt. Wat zouden we er nu al van kunnen en willen realiseren?

 

Geplaatst in NGK Ermelo | Een reactie plaatsen

Jaarthema 2: wensen

WensenNa de dienst op het gemeenteweekend hebben een heel aantal gemeenteleden aangegeven wat hun wensen waren voor ons gemeenteleven. M.a.w. hun eigen dromen als het gaat om onze gemeente.
Sommigen dromen net zoals ik van ons kerkgebouw als ‘huis van de gemeente voor de buurt’. Anderen vullen direct al heel concreet in wat ze nu al zouden willen doen.

Een ander, groter en geschikter gebouw komt een aantal keren terug. En inderdaad het is vaak woekeren met de ruimte; ik denk alleen al aan de proef met de inrichting van het podium die nu gaande is. Het is niet eenvoudig om de zaal zo in te richten dat iedereen goed zicht heeft op het podium. Nog afgezien van de vraag hoe je het podium inricht.

En toch als je, zoals ik, in de kerk werkt, valt ook weer op hoe weinig we het gebouw gebruiken. Op de kerkenraadskamer na staat het gebouw het grootste deel van de week leeg. Jammer eigenlijk, intussen zijn de parkeerplaatsen voor de kerk de hele week gevuld. Als je daar uit de auto stapt zie je ons leegstaande gebouw. Dat versterkt de indruk dat er maar weinig gebeurt in de kerk. En dan zou je zeggen: ‘nieuw gebouw?’, het huidige hebben nog lang niet benut.’

’t Zou wel mooi zijn om elkaar meer in dat gebouw te ontmoeten en het daar ook geschikter voor te maken. Je zou er prima met elkaar kunnen eten op een avond in de week (ik grijp even vooruit op één van de ideeën die geuit zijn). Als we zorgen voor wat tafels die gemakkelijk neer te zetten zijn. En dan kunnen we ook gasten uitnodigen. Een gebedsruimte zou een aanwinst zijn.

’t Is ook een prima plek om toerusting te organiseren. Bijvoorbeeld van de buddy’s die onze kinderen en jongeren begeleiden. Of een gavencursus waar je geholpen wordt om je gaven te ontdekken en te onwikkelen.

Als het kerkgebouw meer ‘het huis van de gemeente’ wordt, ziet het er ook veel bewoonder uit voor al die mensen die in de week hun auto voor ons gebouw parkeren. Als wij een kopje koffie klaar hebben staan, is dat voor hen misschien een reden om eens bij ons binnen komen kijken. Een bewoond huis ziet er over het algemeen aantrekkelijker uit dan een leeg kerkgebouw.

Dan is het niet langer een zaal waarop zondag diepgaande preken klinken, maar ook een huis waar in de rest van de week diepgaande gesprekken worden gevoerd. Wat we met ‘diepgaand’ bedoelen, zullen we dan nog wel moeten ontdekken. Want ‘diepgaand’ is een waardeoordeel, maar zegt op zich nog weinig over de inhoud. De wens van ‘diepgaander preken’ is duidelijk, maar wat dat nu precies zijn nog niet. Dat vraagt om een diepergaand gesprek.

Wat zouden we nu al van die wensen kunnen realiseren? Ik vind dat best een boeiende vraag, jullie ook?

Geplaatst in NGK Ermelo | Een reactie plaatsen