Themazondag (3): ‘Vrucht’

Gal. 5, 13-26 - Een levende gemeente (3) VruchtOp zondag 11 november komen we op een omschakelmoment. Binnen het thema schakelen we over van ‘gemeentezijn’ naar ‘de vrucht van de Geest’ (Gal. 5, 13-26). Het zou goed kunnen zijn dat we zelf ook een omschakeling moeten maken: van luisteraars naar deelnemers. Want daarover gaat dit gedeelte in de brief van Paulus aan de Galaten. De boodschap is niet alleen iets waar je naar luistert, maar ook een oproep om iets te gaan doen, nl. ‘vrucht dragen’.
Het zou goed kunnen zijn dat je -misschien we juist op deze zondag- je weerstand voelt groeien en vragen voelt opkomen! Kunnen we dit dan? Zeker als je leest om welke vrucht dit gaat: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (vs. 22-23). Dat zijn mooie en tegelijkertijd heel indrukwekkende karaktereigenschappen. Want wie van ons draagt deze nu allemaal met zich mee? Slaat Paulus hier niet een veel idealistische toon aan?

Paulus is vol vertrouwen en laat ons ook zien hoe zulke vruchten kunnen groeien. Wees welkom in de tuin van ons geloof, zondag.

Hier is de preek te lezen en te beluisteren en hier de presentatie nog eens te zien. Hieronder alvast de vragen voor de bespreking

Vragen voor de bespreking

Voorstel voor de opzet van een avond
Je kunt het thema voor jezelf bestuderen maar ook in een (wijk)groep bespreken. Het kan helpen de avond dan volgens een bepaald stramien in te delen. Het geeft een duidelijke structuur aan de avond en helpt je op gang te komen in de bespreking.

De vragen zijn niet bedoeld om schools te beantwoorden, maar vooral om jullie ideeën en richting voor een gesprek te geven (of voor zelfstudie).

Een gespreksbijeenkomst kan er als volgt uitzien:

1. IJsbreker
2. De Bijbel open
3. Gesprek over de betekenis voor je leven
4. Voornemens voor de praktijk
5. Gezamenlijk gebed
6. Feedback voor de dominee

1. IJsbreker
Vertel de anderen eens over jouw ervaringen met tuinieren. Heb je zelf ooit weleens vruchten gekweekt? Wat is je grootste succes? Wat je grootste mislukking? Welke ervaring wil je doorgeven?

2. De Bijbel open, lees Gal 5, 13-­26
a. Wat is volgens jou het verschil tussen ‘eigen wil’ (werken) en vruchten?
b. Begrijp je vs. 18 dat de wet heeft afgedaan. Lees hierbij Mat. 5, 17v -­‐ “Wanneer een boom goed is, dan zijn ook zijn vruchten goed. Is een boom daarentegen slecht, dan zijn ook zijn vruchten slecht.” (Mat. 12:33 NBV) Hoe kun je een goede boom worden?

3. Betekenis voor je leven
a. Denk je dat het mogelijk is een mooier mens te worden? Schermafdruk 2018-11-10 17.38.18.png
b. Ga voor je zelf na wat het meest onrijp is (zie hiernaast). Wat kun je daaraan doen? Wat moet God doen en wat kun je zelf doen?
c. Lees: 1 Kor. 3, 7‐8 en Joh. 15, 5 4.

4. Voornemens
Leer de negen eigenschappen van de vrucht uit het hoofd.
Met welke eigenschap ga je aan het werk? Hoe?

5. Gezamenlijk gebed

6. Feedback
Graag hoor ik iets van jullie terug, bij voorbaat dank.

Wil je het allemaal bijelkaar zien in een gemakkelijk te printen A-viertje klik dan op deze link

Geplaatst in Jaarthema 2018, Preken | 1 reactie

Grensgangers: ‘Geloof: inhoud en ervaring’ (2)

GrensgangersEen maand geleden heb ik als uitvloeisel van mijn studieverlof een beeld geschilderd van opgroeien in de kerk vroeger en nu. Een tweeluik waarop te zien valt dat onze leefwereld in een periode van vijftig jaar tijd sterk veranderd is. Groeide je toen meestal op in een context waar geloven redelijk gewoon was voor mensen binnen en buiten de kerk en ‘dus vanzelfsprekend’, op dit moment kun je dat beslist niet zo zeggen. In een land waar minder dan de helft van de mensen zich nog gelovig noemt, is er niets vanzelfsprekends aan geloven, laat staan aan naar de kerk gaan. Integendeel, veel mensen vinden geloven maar vreemd. Als gelovige ben je een uitzondering geworden.
Dat heeft grote consequenties voor de kinderen van de gelovigen, zij worden in een heel andere omgeving groot. Past onze wijze van gemeente-zijn hier nog bij?

Jaren geleden kregen mensen uit het kerkverband waar ik toen bij hoorde contact met een evangelist uit Oostenrijk. Hij was gereformeerd geworden en probeerde ook anderen te winnen voor deze geloofstraditie. In een land waarin christenen hoofdzakelijk rooms-katholiek zijn, was hij een uitzondering. Hij zocht en vond steun in het protestantse Nederland.
Na verloop van tijd kwam hij op bezoek in ons land bij zijn vrijgemaakt gereformeerde achterban. Die liet hem met een zekere trots zien wat zij inmiddels allemaal in huis hadden. Ze bezochten de Gereformeerde Politieke Partij in het Tweede Kamergebouw, gingen langs bij de redactie van de Gereformeerde Krant en kwamen uiteindelijk terecht bij de aan de eigen kerken verbonden Theologische Universiteit.
Het verhaal wil dat een van zijn begeleiders hem -toch wel trots op al deze gereformeerde weelde- vroeg wat hij hier nu van vond. De evangelist zweeg een tijdje en zei toen: “het is alsof jullie me hebben meegenomen naar een modern vliegveld om een van de nieuwste vliegtuigmodellen te bewonderen. Dat ziet inderdaad prachtig uit. In en om het vliegtuig is het een drukte van belang: schoonmakers, technici en mensen van het cabinepersoneel lopen het toestel in en uit.” “Alleen”, zei hij, “na een tijdje begin je je af te vragen ‘wanneer stijgt dit toestel nou eens op?’”

Waar ik dit verhaal vandaan heb weet ik niet meer en ook niet of het op waarheid berust. Wel vind ik het een prachtig verhaal dat wat mij betreft mijn gereformeerde jeugd heel goed tekent. Heel veel op geloofsgebied was toen theorie. We leerden wat af: ‘Namen en feiten’ op de lagere school, hele bijbelgedeelten uit ons hoofd ter gelegenheid van Kerst en zo, lange rijen jaartallen en feiten uit de ‘gereformeerde kerkgeschiedenis’ en niet te vergeten alle zondagen van de Heidelbergse Catechismus. Veel preken in de kerk waren ook wel zo: lange verhandelingen waarin werd uitgelegd wat er in de Bijbel staat en wat het betekent. Ik heb in mijn jeugd heel veel geleerd. Natuurlijk had je toen ook jongeren die minder gemakkelijk leerden, maar ook zij moesten dit allemaal proberen te leren. Dat was soms niet gemakkelijk voor hen.
Wij werden goed voorbereid op een gelovig leven: d.w.z. helemaal volgetankt met geloofskennis. Maar of al dat geleerde bij ons nu ook functioneerde? Ik maakte toen bijna niet mee dat iemand me liet zien hoe geloven in de praktijk werkt. Ook vrijwel niemand die je liet zien hoe hij dagelijks voor zichzelf uit de bijbel las en hoe hij dat volhield of hoe je over je geloof kon praten met niet gelovigen. Er werd je vaak verteld wat je moest doen en ook wel veel voor je gedaan, maar weinig met je gedaan. Als ik erover nadenk was er vroeger na mijn kindertijd afgezien van thuis niemand die persoonlijk met mij bad.

Eigenlijk gek dat als je opgroeit in een christelijke gemeenschap, je in de praktijk zo weinig samen met de anderen samen gelooft. Dat maakte ik pas later mee en dat liet altijd diepe indruk bij me achter, want dan kon je zien én ervaren hoe geloven in de praktijk werkt. En daar had ik wel behoefte aan.Natuurlijk waren er-misschien wel juist in onze traditie- altijd mensen actief in allerlei organisaties, maar dat vond lang niet altijd zijn weg naar het dagelijkse geloofsleven van iedereen. Het was a.h.w. uitbesteed aan een aantal mensen ‘aan het front’.

Daar komt nog eens bij dat in onze gereformeerde traditie van oorsprong maar weinig te ervaren is. Het is een traditie van het hoofd, maar veel minder van het hart en de handen. Soms krijg je de indruk dat de beeldenstorm in de tijd van de Reformatie tot principe verheven is. Alsof álle beelden gevaarlijk voor geloven zijn en een invalspoort voor afgoderij. Hoewel er inmiddels heel wat meer aandacht voor ervaring is, kun je in onze traditie nog altijd een behoorlijk wantrouwen tegenkomen als het om beelden, rituelen en ervaring gaat.
Die nadruk op het denken betekent wel dat mensen bij wie de nadruk niet zo op denken, schrijven en lezen ligt, een behoorlijke kans lopen in onze gereformeerde traditie ook niet zoveel van geloven mee te krijgen. Zolang geloven in de samenleving nog redelijk gewoon was, kregen zij daarvandaan nog wel het gevoel dat geloven in ieder geval gewoon was, maar nu dat ook is weggevallen vind je in de samenleving geen steun meer, integendeel.
En sinds ook voor de denkers ervaren en zien belangrijker is geworden, is daar voor hen weliswaar een grotere behoefte aan, maar in onze gemeente nog weinig gelegenheid waar ze dit ook kunnen ervaren.

Het is voor jongeren tegenwoordig denk ik heel belangrijk om geloof in de praktijk te zien. Zich daarop -temidden van al het andere- te kunnen oriënteren en betrokken te raken bij het praktische geloof van elke dag van andere gemeenteleden. Alleen al om ervaring op te doen naast al het andere dat er in onze samenleving te zien en te ervaren is. Maar kunnen wij nu zeggen dat zij in onze kerkdiensten en in onze gemeenteactiviteiten, van het koffiedrinken na de dienst tot wat we in de week doen, die ervaring van geloven in de praktijk ook op kunnen doen en zo van ons voorbeeld kunnen leren en mee kunnen lopen in ons spoor? Waar kunnen zij, laat ik ook maar zeggen: waar kunnen wij, samen met de anderen eigenlijk in de praktijk leren geloven?

Geplaatst in NGK Ermelo | 1 reactie

Liset gedoopt door onderdompeling

IMG_3825Een van onze jongste zusjes in de gemeente, Liset, is afgelopen zondag door onderdompeling gedoopt. Een vorm van kinderdoop die heel algemeen is in de Oosters Orthodoxe kerken, maar minder in onze kerken. Toch komt de ‘doop door onderdompeling’ al in de oudste doopformulieren voor. En er is ook wat voor te zeggen om door onderdompeling te dopen. Lees hier verder.

Geplaatst in NGK Ermelo | 1 reactie

A.s zondag: ‘Land in zicht!’

Rom. 6, 1-11 - doop Liset - 4-11-'18 - Naar de overkantDeze zondag is het ‘Open Kerk’.  Nu zijn onze kerkdiensten altijd toegankelijk voor anderen, maar meer dan anders leggen we daar deze zondag de nadruk op. Bij ons in de gemeente valt deze zondag samen met de doop van Liset van der Meulen. Die zal niet alleen voor onze gasten bijzonder zijn, maar ook voor ons. Liset zal bij haar doop ondergedompeld worden, tot nog toe doen wij dat niet op deze manier.

Deze manier van dopen belicht een andere kant van het goede nieuws dat er in de kerk klinkt, nl. het begin ‘van een reis naar de overkant’. Terwijl in onze wereldsamenleving beelden van oversteken veel angst en onzetting oproepen is het hier juist een teken van hoop en grote verwachtingen, van aankomen in het land van bestemming. Wees welkom en reis met ons mee naar overkant.

Hier kun je lezen over onze keuze voor onderdompeling

Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen

God zij dank! – Dankzondag

Gen. 8, 13-22 - God zij dank! - 28-10-'18Komende zondag is het in onze gemeente ‘Dankzondag’, onze versie van de Dankdag die in veel kerken in het midden van de week gevierd wordt. Eén zondag in het jaar waarop we meer dan de andere zondagen stilstaan bij onze dank voor God.

Kun je dank organiseren op één zondag? Soms ben je immers dankbaar, soms minder.
De oorspronkelijke viering van ‘Dankdag’ was gekoppeld aan de oogst in deze tijd van het jaar. Zo had Dankdag een heel concrete aanleiding: de zorg van God voor ons zoals wij die ervaren in de opbrengst van de oogst.
Wij beleven dat veel minder zo. Oogstfeesten kennen we eigenlijk niet meer. De ‘oogstfeesten’ in Putten en Ermelo vieren we nu midden in zomer. Zelfs het Bierfeest in Ermelo is begin augustus. En de ‘Oktoberfesten’ in Duitsland worden nog gevierd in de oogsttijd, maar ik vermoed dat er op dat feest nog maar weinig bezoekers aan de oogst denken.

Nee onze oogst is niet meer zo aan het seizoen gebonden. Door moderne land- en tuinbouwtechnieken wordt er ook op heel andere tijden in het jaar geoogst. En door de wereldwijde handel ligt er het hele jaar door groente en fruit in de winkel. Soms uit Spanje, dan weer uit Griekenland, en nu aan het einde van jaar uit Zuid-Afrika.

Waaraan koppelen wij dan onze dankzondag? Aan een veel algemener besef van dankbaarheid. Zegeningen waaraan je normaal gesproken niet zo denkt, maar pas als je erbij stil gaat staan. En dat is goed, om zo nu en dan eens stil te staan bij onze zegeningen. Want altijd gezegend maakt blasé.
Zoals die drilsergeant die ons eens stilzette bij onze zegeningen, toen we midden in herfst in zijn opdracht koud en nat met onze neus in modder lagen:
“Mijne heren, wees blij dat u dit kunt doen!”
Inderdaad we waren er gezond genoeg voor, maar daar stonden we normaalgesproken niet zo bij stil.

Wij staan a.s. zondag stil bij onze zegeningen aan de hand van Gen. 8, 13-22.

Voor wie dat wil is er zondag de gelegenheid om dankpunten naar voren te brengen.IMG_4649
Bij binnenkomst staat in de hal staat een tafel waarop je kun je ze kunt opschrijven.

Wees welkom!

Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen

Schaduwen

IMG_3728Door de jaren heen heb ik ze bijna allemaal gelezen: de boeken over het gedeelde verleden van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) en de Nederlands Gereformeerde kerken (NGK).
‘Waarom doe je dat toch?’, zullen sommigen zich afvragen,’Echt blij kun je daar onmogelijk van worden!’ Nee! Ik ben niet op zoek naar leed en toch gebiologeerd. Zoals iemand die telkens weer terugkeert naar de plaats van het ongeluk.
Misschien wel omdat deze boeken de achterkant van de pretentie belichten.

Als vrijgemaakte jongen die is opgegroeid met een bijna heldhaftige versie van de kerkelijke breuken, met typeringen als ‘we konden niet anders’, ‘er stond zoveel op het spel’ en ‘de belijdenis was in het geding’, ben ik er nu getuige van dat historici de laatste decennia heel andere kanten van dit verleden blootleggen. Met hen kun je meekijken achter de schermen en wordt er een pijnlijker verhaal zichtbaar: niet zo helfhaftig, al te menselijk en veel vermijdbaarder dan men het eerder had laten voorkomen. Men had -zo leek het wel- soms zoveel obstakels in de weg gelegd dat er wel ongelukken moesten gebeuren. En dat is dan ook gebeurd en daar zijn we allemaal in meegesleept.
Het glasheldere verhaal over het verleden is vervangen door een donker schaduwachtig verleden. Welke rol spelen deze schaduwen nog in het verhaal van nu?

Dat is een belangrijke vraag. Na de landelijke besluiten op 11 november 2017 is het proces van de eenwording van GKv en NGK in een stroomversnelling geraakt. Het natuurlijke groeiproces dat er al eerder tussen beide kerken op gang gekomen was, krijgt sindsdien van bovenaf, onder stevige regie, een flinke impuls.
En in de plaatsen waar er nog niet zoveel groei inzat, -waarschijnlijk door die schaduwen uit het verleden- is men nu ruw wakkergeschud. En gaat men -sneller dan men eerder van plan was- op weg met elkaar. En dat doet toch geforceerd aan. Immers niet de wederzijdse herkenning is de drijfveer, maar eerder de regie van bovenaf.

Wij in Ermelo bereiden ons voor op een vervolg gesprek. Dat zou er sowieso gekomen zijn, we zijn al langer naar elkaar op zoek en hebben al eerder met elkaar gesproken. Maar ja, nu zit er toch meer druk achter, we lopen eigenlijk niet meer in ons eigen tempo, maar moeten sneller dan we eerder van plan waren. En dat loopt niet zo lekker zoals iedereen wel uit ervaring weet.
En dat merk je ook als je in de gemeente spreekt met de generatie die de breuk nog heeft meegemaakt én met de volgende generatie, hun kinderen. Die zijn geen erfgenamen van de kwesties, maar wel van het leed. En het is het leed dat nu zo ineens weer wakker wordt. Je schrikt ervan als je al die persoonlijke verhalen hoort. Er is veel pijn geleden toen en die is lang met mensen meegereisd. Ook met de kinderen die machteloos toezagen hoe hun ouders gebukt gingen onder het verdriet. Met familieleden voor wie ‘familie’ na de breuk nooit meer hetzelfde was.
En over veel van die pijn is nooit meer gesproken. Ze was zelfs een beetje weggezakt en vergeten. Je raakt eraan gewend, zoals aan een geluid dat er altijd is. Maar geconfronteerd met de bron van de pijn toen, is ze er ineens weer: vlijmend en scherp zoals in het begin.
Ik heb niemand horen zeggen dat hij achteraf nog gelijk wil krijgen. En ook niemand dat de eenheid niet gezocht moet worden. Maar bij al die snelle stappen vooruit leeft wel de vraag: ‘hoe kijken de anderen nu aan tegen dit pijnlijke verleden?’ Is dit nu zomaar voorbij, alsof het nooit gebeurd is?

Er is inmiddels een nieuwe streep in de tijd gezet. 4 november is nu als voorbedezondag voor de kerkelijke eenheid aangewezen, in het bijzonder voor het herenigings- en eenwordingsproces van de GKv en NGK. Uit het filmpje dat voor deze dag is gemaakt, zou je de indruk kunnen krijgen dat de zon is opgekomen en dat de schaduwen nu wel tot het verleden behoren.
Voor sommigen zal dat ook zo zijn. Zij hebben verzoening ervaren en kunnen het verleden nu loslaten. Dat lijkt me geweldig voor hen: een nieuw begin.
Maar voor anderen -die dit niet zo hebben mogen ervaren- werpt dit zonnetje nog lange schaduwen. Nog gebonden aan een onverzoend verleden, kunnen ze niet anders dan zo nu en dan achterom kijken en zich afvragen: ‘kan ik in die nieuwe kerk met mijn pijn terecht of moet ik er maar niet meer over beginnen?’ ‘Is er ook voor mij verzoening te vinden in die kerk of alleen voor anderen?’ En, ‘laten we dit verleden nu achter ons, of haalt het ons straks toch weer in?’ Iets wat nog steeds niet duidelijk wordt is immers hoe we samen terugkijken op de landelijke gebeurtenissen die aanleiding werden tot de vele plaatselijke breuken en oorzaak waren van veel verdriet! Kortom, laten we die schaduwen nu echt achter ons of reizen ze met ons mee de toekomst in?

En ook de vraag: ‘kunnen we onze nieuw gevonden eenheid uitleggen aan mensen die als gevolg van het leed van de breuk onze kerken verlaten hebben?’, blijft prikkelen. Op dit moment is dit geen bemoedigend verhaal voor hen en zullen ze eerder denken dat ze er opnieuw buitenstaan, omdat de anderen samen verder gaan zonder zich met hen te verzoenen.

Het is goed om naar het verzoenende werk van de Heer te verwijzen zoals in het filmpje gebeurt, maar te weinig om het daarbij te laten. Je mag toch van ons verwachten dat we ons in het spoor van de Heer verzoenend naar elkaar uitstrekken. Volgens mij gebeurt dat nu vooral incidenteel maar niet structureel: zo blijven een heel aantal van ons onverzoend buiten die eenheid staan. Alles met elkaar maakt dit op mij de indruk dat we een stap overslaan.

4 november, voorbededag voor de kerkelijke eenheid, in het bijzonder voor het herenigings- en eenwordingsproces van de GKv en NGK. Die dag is bij ons in Ermelo een ‘Open Kerken Zondag’, dus daar past dit niet zo bij. Maar op een andere zondag zou je kunnen danken voor de intentie, maar vooral willen bidden voor de praktijk van verzoening. Het zou voor mij anders veel te geforceerd gaan voelen en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Want dan blijven die schaduwen maar om aandacht vragen.

Geplaatst in NGK Ermelo | Een reactie plaatsen

Jaarthema (2) : “Waar sta jij?”

Lukas 9, 46-62 - Jaarthema 2 - Waar sta jijZodra wij mensen bij elkaar komen en elkaar zien beginnen we elkaar ook te beoordelen.
Wie is die ander? Wat vind ik van ‘r? Hoe staan we tegenover elkaar? De eerste indruk is er al na enkele seconden. Dat gaat automatisch, we zijn ons niet eens bewust dat we dat doen. Maar de uitkomst daarvan kennen we wel: we vinden iets van elkaar. Dat is universeel menselijk; ook in de tijd van Jezus speelde dat.
Ons tekstgedeelte van a.s. zondag (Lucas 9, 46-62) begint met zoiets: onder zijn leerlingen ontstond “een discussie over wie de belangrijkste was” (46). Dat is niet direct een gevolg van geldingsdrang (hoewel dat er vast een beetje in meespeelt), in die tijd lag zo’n gesprek nog iets meer voor de hand dan in de onze. Rangorde was in die samenleving toen belangrijk, denk alleen maar aan al die geschiedenissen waarin een tafelschikking voorkomt: hoe dichter bij de gastheer je zat, des te belangrijker je was.
Deze menselijke eigenschap raakt ook ons gemeente-zijn. Al is rangorde voor ons misschien minder belangrijk dan toen, elkaar beoordelen doen we nog steeds. En wat we van elkaar vinden speelt soms onbewust een rol in de onderlinge verhoudingen. Dat kan zomaar tussen ons in komen te staan. En dat raakt onmiddellijk ons jaarthema. Stel je voor dat de beoordeling negatief uitvalt, dan ga je uiteindelijk liever zonder elkaar verder. En dat is in de loop van geschiedenis al heel vaak gebeurd onder christenen en dus een bedreiging voor de eenheid van de christelijke gemeenschap. Als je maar even met elkaar in gesprek bent, ontdek je dat broers en zussen daar niet zelden vervelende ervaringen mee hebben. Die kunnen, zelfs al zijn ze allang verleden tijd, ineens toch weer flink pijn gaan doen.
Hoe wil onze Heer dat wij daar mee omgaan? Hij spreekt daar met zijn discipelen over. Wat Hij zei was toen voor hen belangrijk maar nu nog voor ons. In onze tweede preek binnen het jaarthema is daarom de vraag: ‘Waar sta je (in onze gemeente)?’ En hoe kun je zo omgaan met je broers en zussen in de gemeente van Christus, dat het geen bedreiging voor de eenheid gaat vormen? Heeft de Heer Jezus ons daarover iets te zeggen?

Deze preek kun je inmiddels beluisteren en nalezen. Ook de presentatie is nog eens te zien.

 

Vragen voor de bespreking

  1. Welke gevoelens roept de omgekeerde visie op de samenleving die de Heer hier zichtbaar maakt bij je op?
  2. Als je eerlijk bent, gedraag je dan eerder als ‘groot’ of ‘als de kleinste’ in de gemeente?
  3. Waarin zou je kleiner kunnen zijn?
  4. Weet je nog wanneer je voor het laatst de minste bent geweest in de gemeente?
  5. Kun je het vertrouwen (het geloof) opbrengen om klein te zijn voor de Heer en de gemeente? Staan er ervaringen in de weg? Welke? Wat kun je daarmee doen?
    (Dit is wellicht een vraag die je alleen voor je zelf kunt beantwoorden; het is immers niet goed om met elkaar over anderen te gaan praten; Misschien kun je dit later voor jezelf opschrijven en bidden om wijsheid, misschien kun je (in het algemeen) door de groep voor je laten bidden?)
  6. Wat vind jij moeilijk te (ver)dragen in de gemeente?
  7. Wat kun je daar voor jezelf aan doen?
  8. Wat zou je de dominee over dit thema nog willen zeggen/vragen? w.dijksterhuis@gmail.com

Teksten om te lezen

Als je er op gaat letten ontdek je dat het thema ‘klein’ op veel plaatsen in het NT terugkomt. Hieronder een aantal teksten om (deze week) voor jezelf te lezen.

Lucas 18, 15-30 Een kind als voorbeeld.

Gal. 6, 1-5 Elkaar dragen

Ef, 4, 1-16 Wees steeds bescheiden

Jakobus 3 Kijk uit wat je zegt

Fil. 2, 1-11 De gezindheid van Christus

 

 

 

Geplaatst in Jaarthema 2018, Preken | Een reactie plaatsen