(Lucas 22, 54-62)

Wat is het moeilijkste dat je als gelovige ooit moest erkennen?
Dat je het niet hard genoeg geprobeerd hebt of juist het omgekeerde?
Voor Pete Hegseth, de minister van oorlog van de VS, proberen de meeste christenenen het niet hard genoeg. Ze moeten zich niet alleen meer inspannen, maar ook veel ‘harder’ tegen de vijanden van God optreden. Je moet bereid zijn oorlog tegen hen te voeren.
In een toespraak over de oorlog in Iran citeerde hij een regel uit Psalm 144:
‘Geprezen zij de Heer, mijn rots, die mijn handen oefent voor de strijd en mijn vingers voor de oorlog.’
Voor hem is Iran ‘het kwaad’ en hij verwacht dat God de VS ‘de volledige overwinning wil schenken op hen die kwaad willen doen.”
Dit leeft breder onder christenen in de VS en daarbuiten. God is een ‘God van oorlog’ die actief deelneemt aan de strijd, zoals in het Oude Testament. Het Koninkrijk van God komt via de weg van oorlog tegen de vijanden van het christelijke geloof.
Is Hegseth een voorbeeld voor ons?
Hij is, zoals wij dat zijn, lid van een kerk in de gereformeerde traditie ‘de Pilgrim Hill Reformed Fellowship.
We hebben de opdracht om onze Heer te volgen, doen wij dat op onze manier eigenlijk wel?
Nogmaals: wat is het moeilijkste dat je als gelovige moet erkennen?
Dat je het niet hard genoeg geprobeerd hebt?
Simon Petrus volgt zijn Heer, welk voorbeeld is hij voor ons in wat hierboven beschreven staat.
Zondag verder.








