Oom Hans

 

Twee weken geleden klonk zijn naam op het congres ‘Een steen op de maag’, 28 oktober jl. in Kampen: Hans de Vries, bij de breuk predikant van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) in Nijverdal. Want daar ging dat congres over: over de Open Brief en de scheur die er toen in de kerk sprong. Sommigen kwamen aan de ene kant van de kloof terecht, anderen aan de overkant maar enkelen vielen er in. Hij was één van de mensen die de breuk nooit te boven kwam maar er in onderging. Naast hem Annemarie de Vries-Van Dijk, mijn tante. Een vertrouwd gezicht, mijn dochter heeft dezelfde trekken. Zo gelukkig als ze hier op de foto staan heb ik ze nooit meegemaakt.

Vijftig jaar na de breuk, het moment dat ik dit schrijf, bewegen de beide delen van de vrijgemaakte kerk zich in een adembenemend tempo naar elkaar toe. Daar zou ik blij mee moeten zijn maar dat lukt me niet echt. Goed vind ik het wel, die twee (de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt)  en de Nederlands Gereformeerde Kerken) horen bij elkaar, maar mijn gevoel wil noom-hans-en-tante-annemarie-1-van-1iet mee. En dat heeft onder andere met het lot van oom Hans en tante Annemarie te maken. Want wat hen overkwam, kan nooit meer ongedaan gemaakt worden. Zij zijn a.h.w. ‘burgerslachtoffers’ van de ‘oorlog’in de jaren zestig. Ze hoorden immers niet bij de strijdende partijen, maar juist bij de mensen die niet aan ‘oorlogshandelingen’ wilden meewerken. Dat werd hen fataal. Zoals burgers die geen partij zijn zo vaak de eerste slachtoffers van een oorlog zijn.

Wat hen is overkomen, kan ik niet goed beschrijven, want ik ken alleen de grote lijnen van hun verhaal. Tante Annemarie praat er niet zo graag over en wie zou dat niet begrijpen.

Mijn eigen verhaal met hem is maar heel beknopt. Als kind heb ik hem geloof ik nooit ontmoet. Ik kende hem alleen van enkele verhalen en van zo nu en dan een kaartje, zorgvuldig geschreven in een heel fijn handschrift. Eén keertje zijn wij vanuit ons Groningse dorp bij hen in Elburg geweest, maar wij kregen oom Hans niet te zien. Hij lag ook toen na een zware hoofdpijnaanval op bed. Of wij maar ‘heel stil wilden doen’. Hij verdween daarna weer voor een hele tijd uit mijn aandacht.

‘Oom Hans is plotseling gestorven’, hoorde ik mijn moeder door de telefoon zeggen. Het was inmiddels tien jaar later. Daar schrokken we van, we hadden geen idee dat hij zo ziek was. Inmiddels weten we dat hij toen aan gevolgen van de breuk bezweken is. Het drong destijds maar gedeeltelijk tot me door, want ik zat voor mijn examens. Op de dag van mijn laatste mondelinge examen is hij begraven.

Nu 34 jaar na zijn overlijden, is de breuk in Nijverdal weer geheeld. GKv en NGK vormen inmiddels een samenwerkingsgemeente. In de wijde omtrek daaromheen bewegen andere vrijgemaakte en nederlandsgereformeerde gemeenten zich snel naar elkaar toe. Graag willen ze de breuk helen! Ik zou er blij mee moeten zijn, maar mijn gevoel wil niet mee. Immers oom Hans is inmiddels bijna helemaal vergeten. De kerken van nu kennen hem niet meer en hebben het niet over hem. Alleen zijn dierbaren denken nog aan hem en noemen nog bijna dagelijks zijn naam. Toch hoorde hij ooit bij die kerken: hij was ooit hun voorganger. Je vraagt je af: hoe kan een breuk ooit helen als de slachtoffers van die breuk niet herdacht worden?

(Ik wil proberen hier iets van zijn verhaal te vertellen, want het is mijn diepe overtuiging dat mensen zoals hij niet vergeten mogen worden. Alleen ik ken zijn verhaal maar nauwelijks, misschien hebben jullie hem gekend. Dan zou ik graag iets van jullie ervaringen horen: w.dijksterhuis@gmail.com)

 

 

Geplaatst in Familie, Hans de Vries | Een reactie plaatsen

De familie Zomer

agnes-amelink-de-gereformeerdenHet is al weer jaren geleden dat ik het boek ‘De gereformeerden’ van Agnes Amelink las. Een geschiedenis van de gereformeerden in Nederland aan de hand van de lotgevallen van gewone gereformeerde mensen. We ontmoeten verschillende generaties van de familie Zomer uit Friesland. In minder dan een eeuw verandert het geloven in die familie ingrijpend. Margreet Zomer schrijft in 1911 voor haar kinderen de wens neer: ‘De Heere geve, dat wij, hun vader en ik, hen mogen zien opgroeien tot flinke jongemannen wiens lust het is de Heere te vrezen en Hem ter ere te leven, en die zich niet schamen iets te horen van hun lieftalligheden, gebreken en onhebbelijkheden.’

Haar achterkleindochter Mian, geboren in 1966, laat haar kinderen niet meer dopen. Dat is voor haar een gepasseerd station. Ze gelooft er niet meer in. Rond haar twintigste heeft ze zich uit de kerk laten uitschrijven. Ze is gestopt met het bidden voor het eten. In de bijbel lezen deed ze al niet meer toen ze het huis uit ging. Van de innige vroomheid van haar overgrootmoeder is zelfs geen vage echo meer over. Amelink wilde dit opschrijven, want, nog even, zo lijkt het, en ‘men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.’

Het boek heeft me toen diep geraakt, niet alleen om het gebeuren in het boek, maar omdat ik onder woorden gebracht zag wat ik toen om me heen zag gebeuren bij familie en vrienden. Bij velen lijkt het geloof eenvoudig weg te slijten en zoals Amelink het beschrijft lijkt dit ook onvermijdelijk. Is het slechts een kwestie van tijd dat er is geen gelovige meer over is?

Deze gevoelens van onrust reizen nu al jaren met me mee en hoewel ik de moed niet wil verliezen en een groot vertrouwen in onze Heer heb, raak ik de onrust nooit helemaal kwijt. Want tot nog toe zie ik het proces richting ongeloof overal om me heen en lijkt niets het te kunnen keren. Een atheïst als Herman Philipse zegt doodkalm: ‘als je er goed over nadenkt, is het niet vol te houden’. Is hier niet aan te ontkomen? En zijn wij -die nog over zijn- in feite gewoon te bang om dit onder ogen te zien en de ons zo vertrouwde kerk op te geven?

Ik denk niet dat dit zo is, veel weldenkende mensen zijn met volle overtuiging christen. Maar ik denk wel dat de vanzelfsprekendheid allang voorbij is. Met vanzelfsprekendheid bedoel ik dat je, als je opgroeit in een kerkelijke gemeente, je vanzelf wel opgroeit als een gelovige. Anders dan eerder moet je tegenwoordig ergens onderweg heel bewust de keuze maken om in de Heer God te vertrouwen. En daar is moed voor nodig, want dat betekent dat je er voor kiest bij een minderheid in dit land te gaan horen. Een minderheid die door velen als ‘achtergebleven’ wordt gezien. De filosoof Charles Taylor denkt niet dat geloven onverstandig is, integendeel. Het is juist door ontwikkelingen in  de christelijke kerk dat we zijn gaan denken zoals we nu denken. Zonder de christelijke kerk zou ons denken zich nooit zo ontwikkeld hebben. Alleen in dat denken zijn sommigen God uit beeld verloren. Die denkmode is de heersende mode geworden, maar dat betekent niet dat je niet anders kúnt denken. Dat je het denken moet opgeven om te geloven. Dat is een misvatting.

Het was een intens leesavontuur in de dikke pil van Taylor de afgelopen weken. Die zit zo vol gedachten dat ik niet alles aan jullie door kan geven. Toch heb ik me voorgenomen om de komende maanden een aantal van zijn inzichten met jullie  te delen en er eens over door te denken wat die voor ons gemeenteleven kunnen betekenen. Ik zal dat doen via Kerknieuws, Facebook en onze website. Wellicht levert dat iets op om met elkaar over door te praten.

(Ondermeer n.a.v. van: Agnes Amelink, De Gereformeerden, Amsterdam: Bert Bakker 2oo3 8e druk)

Geplaatst in Kerkverlating | 1 reactie

Hilly Medema-Eikelboom 23-12-’33 – 22-5-’16

Moeder Wim (1 van 1) - 2In de zondagnacht van 22 mei jl. werd het ineens stil.

Die stilte markeerde het einde van het aardse leven van mijn schoonmoeder Hilly Medema. Lang had het nog geduurd vanaf de dag dat de longontsteking zich meer dan een week eerder openbaarde.
Nog langer als je rekent vanaf haar herseninfarct op maandag 29 december 2014. Want achteraf gezien was dat het begin van het stervensproces. Op die dag stierven de controle over haar linkerarm en linkerbeen, haar besef van ruimte en tijd, haar zelfstandigheid, haar belangstelling voor haar postzegelverzameling, puzzels, politiek en de kerk, het grootste deel van haar vermogen om zich bij ons betrokken te voelen, haar plezier aan een gesprek, ja haar levensrust en haar levenslust.
In de anderhalf jaar sinds die dag gingen we steeds meer van haar missen, zelfs haar plezier aan gortepap verdween onlangs op een dag. Het langst bleef de band met ons, ook al was die inmiddels onherkenbaar veranderd. Met die laatste adem stierf ook die.

De stilte betekent dus ook rust voor ons.
We zijn opgelucht dat haar lijden voorbij is.

Maar die opluchting  zal wel van korte duur zijn, want het is zeker dat wij haar enorm gaan missen.

Hilly Eikelboom, zo heette ze met haar meisjesnaam, was een markante vrouw. Alleen met haar stemgeluid al onderscheidde zich van de meeste van haar seksegenoten: dat was zo ongeveer een octaaf later. Het gevolg van een keelontsteking als tiener. Bij onze eerste -telefonische- kennismaking meende ik dan ook ‘meneer Medema’ voor de telefoon te hebben. Niet zo’n beste binnenkomer in de familie. Het is me door haar nooit nagedragen, al kon ze me er wel even fijntjes aan herinneren.
Haar interesses waren al even ongebruikelijk. In de eerste jaren dat ik haar meemaakte volgde ze de Nederlandse voetbalcompetitie en min of meer ook het Europese voetbal. En ‘volgen’ betekende echt iets in haar geval, nl. dat ze alles, maar dan ook alles, van de competitie afwist. Zelf niet zo’n ingewijde voetballiefhebber, vond ik het uiterst boeiend om met haar samen een wedstrijd te kijken.
Het was alsof je met je persoonlijke voetbalverslaggever op de bank zat.
Maar niet alleen het voetbal trok haar aandacht maar ook schaatsen, tennis, de politiek en de kerkelijke berichtgeving. Ze volgde het op de voet, had er een mening over en kon er over meepraten. Met de mode en make-up had ze minder en daar had ze dus ook niet zoveel over te zeggen.
Hobby’s had ze daarentegen vele en als zij zich er eenmaal mee ging bezighouden dan was dat ook echt wat: een uitgebreide postzegelverzameling, ingewikkelde borduurwerken en complexe 3-D puzzels.

Ze was sterk in haar overtuigingen en kon daarin heel resoluut zijn. Toen het spel in haar ogen onaanvaardbaar verruwde, stopte ze bijvoorbeeld van de één op de andere dag met het volgen van de voetbalcompetitie. Haar kerkelijke overtuigingen waren stevig en daar kon ze je voor ter verantwoording roepen, zonder aanzien des persoons.
Het Internet begreep ze niet echt, maar het had wel haar interesse. Ze zag bijna direct de waarde ervan voor haar hobby’s : bijvoorbeeld de mogelijkheden als enorm ‘puzzelwoordenboek’. Toch heeft ze nooit aan het Internet toegegeven, bang als ze was dat ze zich er helemaal in zou verliezen. Had ze eenmaal dat idee dan kon niets en niemand haar meer van het tegendeel overtuigen. Uiteindelijk verbood ze je eenvoudig om er nog weer over te beginnen.

Haar gevoel voor rechtvaardigheid was groot en onrecht kon ze dan ook niet verdragen. Bij gedaan onrecht, kon ze zich maar moeilijk neerleggen. Over die paar keer dat ze dit toch gedaan had in haar leven, kon je haar soms jaren later nog horen. Het bleef haar niet lekker zitten. Maar dit ‘rechtsgevoel’ maakte van haar geen betweter, nee ze was gewoon verfrissend eerlijk. Ze wilde iedereen gelijk en eerlijk behandelen.
Hoewel ze royaal was, was ze wel zorgvuldig in geldzaken: ‘leven als vrienden, rekenen als vijanden’, was haar devies. Het kwam me eerst als streng maar later als wijs voor.

Typisch een kind van de generatie van vóór de oorlog, verloor de ze waarde van geld nooit uit het oog.  Zonder vrekkig te zijn, wilde ze nergens teveel voor betalen. Nog jaren na de invoering van de Euro, rekende ze de prijzen om in guldens en kon zich dan hevig opwinden over de prijzen die men durfde te vragen voor bijv. een bak aardbeien. Ze kon met weinig voor zichzelf toe, kon goed sparen en gaf het dan gemakkelijk weg aan wie het nodig had. Ze heeft haar hele leven royaal aan goede doelen gegeven. Ze kon ook veel met weinig: ze toverde met heel gewone ingrediënten een heerlijke maaltijd op tafel en wist van alles her te gebruiken en een nieuwe bestemming te geven.

In haar jeugd was het nog heel gewoon dat je meehielp in de huishouding. En dat deed ze dus ook. Omdat haar moeder jaren ziek was en al jong overleed, betekende dit voor haar dat veel in de huishouding op haar neerkwam. Jaren heeft ze gezorgd, niet alleen thuis maar ook bij heel veel anderen. Waar maar hulp nodig was.  Men deed zelden tevergeefs een beroep op haar. Het viel haar wel eens zwaar, maar ze beschouwde het  achteraf als een voorrecht dat voor anderen te hebben kunnen doen. Pas toen het echt niet meer ging, stopte ze daarmee.

Haar liefde voor haar gezin en haar familie waren groot. Ze zorgde zo goed ze kon voor hen en was zeer betrokken op haar kinderen en kleinkinderen. Ze genoot van hen, maar kon ook echt zorgen over hen hebben. Liefde heeft immers zijn keerzijde in zorg. Haar familiegevoel was groot, ze voelde zich bij al haar familie betrokken, ook als ze inmiddels duizenden kilometers ver weg in Australië woonden. Drie broers waren destijds met hun vrouwen naar Australië geëmigreerd en met hun nazaten vormden ze inmiddels een complete volksstam in Australië. Moeder onderhield een uitvoerige correspondentie met hen en volgde ook het wel en wee van de familie overzee. Ja en terwijl ze niet graag reisde, heeft ze hen nog twee keer in Australië opgezocht, tot vreugde van alle ‘Eikelbomen’ en aanverwanten. Het leverde haar in die tak van de familie de bijnaam ‘Auntie Mounty’ (tante Hillie) op.

Haar eerbied voor God was groot, haar vertrouwen in haar Heer diep. Het was geen simpel geloof, want het was beproefd en gelouterd, aangevallen en bevochten. Heel jong verloor ze haar moeder en maar een paar jaren later haar geliefde grootvader Hofstra uit Sneek. Ook haar man, Jan Medema, stierf in 1988 volkomen onverwacht nog maar 59 jaar oud.
Vooral het overlijden van Pa was een dreun voor haar geloof en ze werd en ‘soms opstandig van’ zei ze ons later pas eens, want ze zou ons nooit met haar twijfel willen belasten. Mocht het dan wel eens stormen, uiteindelijk vond ze toch weer houvast in haar geloof. Al kon ze het niet allemaal begrijpen, ze legde zich neer bij het beleid van God. Door de jaren heen maakte ze de lijfspreuk van haar geliefde grootvader Hofstra tot de hare: ‘wij worden geleid’. Als ze dat zei, kon je aan haar zien dat het toch goed was, niet omdat ze het begreep, maar omdat haar Here vertrouwde.

De anderhalf jaar na het herseninfarct waren moeilijk, want zo hevig en persoonlijk als deze keer was ze nog nooit in haar leven geraakt. Ze bleef grotendeels verlamd en volledig afhankelijk achter in een rolstoel. Haar eigen leven met al haar interesses, contacten en hobby’s was in één klap onmogelijk geworden. Haar vragen waren groter dan ooit en de antwoorden leken ook verder weg dan ooit eerder. Op haar aanvechting volgde deze keer niet de vrede van het vertrouwen, het bleef een vraag aan haar Heer.

‘Waarom gebeurt dit toch?’

Van een hooggestemde gelovige als de David van Psalm 18, was ze veranderd in een diepgetroffen gelovige als Job, die maar niet kan begrijpen wat haar overkomt. Maar net als Job, bleef ze haar vragen wel aan haar Heer stellen en het antwoord van Hem verwachten.

Ik vertrouw er op dat haar Heer de tranen in haar ogen zal drogen en haar zal troosten, zoals Hij dat alleen kan.
En dat Hij haar vrede zal geven.
Dat er op de stilte van 22 mei, echte rust volgt.
Immers ‘wij worden geleid’.
Alle wegen achter de Heer aan, hoe moeilijk ze onderweg ook kunnen zijn, komen uiteindelijk in de vrede van zijn Koninkrijk uit.

En dan ‘is het toch goed’.

Spreekt Gij het woord dat mij vertroosting geeft,
dat mij bevrijdt, en opneemt in uw vrede.
Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,
wil alle liefde aan uw mens besteden.
Weest Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.

(Gez. 221 Liedboek voor de kerken)

Geplaatst in Familie | Tags: | 5 reacties

Laat je last bij het kruis achter

“Leg uw last op de HEER en hij zal u steunen, nooit zal hij dulden dat een rechtvaardige ten val komt.” (Ps. 55:23) Volgende week komt de lijdenstijd tot een einde in onze Paasviering. In onze gedachten zijn we de … Lees verder

Galerij | Een reactie plaatsen

‘Viva Vox’

Amandelbloesem

De titel van dit stukje is niet een verkeerd gespeld compliment voor de zender Fox. Viva vox komt uit het Latijn en betekent zoiets als de ‘levende stem’. En met de ‘levende stem’ wordt dan het preken van de dominee bedoeld. De ‘levende verkondiging’, zo staat het in de Heidelbergse Catechismus geformuleerd (Zondag 35).

Nu is die preek een bijzonder verschijnsel waar niet iedereen direct heel blij van wordt. Je maakt iemand meestal geen compliment als je zegt dat die staat te preken. Bovendien is onze tijd eerder een van korte boodschappen dan van lange verhalen, dus daar lijkt een preek ook al niet zo goed bij te passen. En wij zijn tegenwoordig ook meer van de dialoog dan van de monoloog: eenrichtingsverkeer -luisteren- houden we niet zo heel lang vol. We zijn dat in ieder geval niet meer zo gewend. En dan is er op dit moment ook nog eens zoveel informatie beschikbaar via zoveel kanalen, dat de vraag vanzelf opkomt wat een preek daaraan nog zou kunnen toevoegen? Het is heel goed mogelijk je eigen toelichting op je bijbellezen bij elkaar te sprokkelen, precies passend bij je vragen en bij je smaak. Waarom dan nog die preek?

Toch wil ik een pleidooi voeren voor de ‘levende stem’. De winst zit volgens mij in dat ‘levend’. Immers de preek is afkomstig van een persoon die met de gemeente meeleeft. D.w.z. lid is van de gemeente en speciaal opgeleid om de Bijbel naar z’n bedoeling te lezen. Hij kent de gemeente en hij kent de Bijbel (voor ‘hij’ mag je ook ‘zij’ lezen) en uit die combinatie kan ‘levende verkondiging’ geboren worden. Algemene informatie over de Bijbel kun je overal vinden, maar een boodschap afgestemd op je eigen gemeente niet. Bovendien betekent ‘levend’ ook ‘onafhankelijk’, dus komen niet alleen die vragen aan de orde, die je wel aan de orde wilt hebben, maar ook de vragen die je liever uit de weg gaat. Én die waar je zelf helemaal niet aan gedacht had, maar waarvan het toch goed is dat je er eens over na gaat denken.

Kortom, juist die levende stem zou wel eens heel goed de bijzondere boodschap van God voor jouw gemeente kunnen vertolken en dat is winst. Daarom is het goed om de manier van preken op deze tijd af te stemmen, maar er wel aan vast te houden juist vanwege het levende, onafhankelijke en speciaal op de gemeente afgestemde, karakter ervan.

Er zit wel een opdracht aan vast. ‘Ik ben een geestelijke en geen helderziende’, verzuchtte een collega eens. Hij was hem opgevallen dat zijn gemeenteleden er vaak van uitgingen dat hij van alles wel vanzelf wist. Ook als ze hem er niets over vertelden. Een predikant kent je vragen pas als je ze aan hem stelt. Ik zou iedereen dan ook willen oproepen gebruik van de ‘levende stem’ te maken door die te betrekken in waar je mee bezig bent in je geloof en leven. Je zult zien dat preken -ondanks hun slechte reputatie- dan werkelijk voor je tot leven kunnen komen.

Geplaatst in NGK Ermelo, Preek | Een reactie plaatsen

Doorlopend gesprek

Doorlopend gesprek (1 van 1)

Na mijn afscheid van NGK De Ontmoeting en de intrede in de NGK Ermelo is er nu een kleine maand verlopen. Voor mij is er nu een wat vreemde tijd aangebroken. Immers, ik zit nog helemaal ingeweven in mijn oude gemeente en moet daar nog van loskomen. En ik ben nog beslist niet vastgegroeid in mijn nieuwe gemeente en moet daar nog ingroeien. Dat is wel een vreemde gewaarwording. Je leeft als het ware in een soort tussenperiode. Ik kan goed meevoelen met die collega, die net als ik nu een aantal maanden geleden zijn intrede in een nieuwe gemeente deed. Hij vertrouwde me onlangs toe: “ik weet helemaal niets meer!” Inderdaad zo is dat.

Toch is het enorm bemoedigend om te merken dat  beide kerken deel uitmaken van dezelfde wereldwijde familie: de gemeente van Christus. En de gesprekken in Ermelo dezelfde sfeer ademen als die in Barneveld. We hebben immers allemaal iets met dezelfde Heer en dat doet wonderlijk vertrouwd aan! En daarom ben ik voor de toekomst vol goede moed. Alleen al om die reden zullen er ook in de nieuwe gemeente vast weer nieuwe banden groeien.

De NGK Ermelo ligt voor me als een taart waarvan ik me afvraag hoe ik deze aan zal snijden. Ik wil graag kennismaken met de gemeente. Dat wil zeggen met alle groepen en groepjes die daarin actief zijn én met de afzonderlijke leden. Beste ‘nieuwe’ gemeenteleden, jullie zullen me dus regelmatig bij een van de groepen of commissies op zien duiken. Maak je geen zorgen, ik kondig me van tevoren wel even aan. Afgelopen zondag ben ik bijvoorbeeld hartelijk ontvangen bij bijbelklas ‘Jozef’. Leuk was dat in de blokhut. Nadat ik gesproken heb met de wijkouderlingen en diakenen in de gemeente zullen jullie me ook steeds vaker bij de andere gemeenteleden zien aankloppen om daar eens kennis te maken.

Even voor de duidelijkheid op maandagmiddag, woensdagmiddag en donderdagmiddag werk ik niet voor de gemeente. Dat betekent dat ik dan doorgaans niet reageer op mailtjes, telefoontjes en appjes e.d. In noodgevallen ben ik altijd te bereiken op mijn mobiele nummer.

Ik zie ernaar uit om net zoals ik dat in Barneveld ervaren heb met Ermelo in gesprek te raken. Daar verwacht ik veel van.

Geplaatst in kerk | 1 reactie

‘Een ongelofelijk verhaal’ als Kerstcadeau

Vecht-Gospelfesival-Dalfsen-juni-2013-3

We zijn meer van Sinterklaascadeau’s dan van pakjes onder de Kerstboom. En dat is een mooie Nederlandse traditie.
Maar ik wil deze keer toch jullie aandacht  vragen voor een kerstcadeau.
Een geschenk met Kerst voor een vriend, vriendin, familielid of collega die ons Kerstverhaal niet zo kent. Stel je eens voor dat jij ze dat dan toch kunt geven en dat ze er vast best blij mee zijn. Want het is alleen al prachtig ingepakt.
Je hoeft het niet zelf uit te zoeken, te kopen en in te pakken. Dat hebben wij voor jullie gedaan en we doen er ook nog chocolademelk en kerstkransjes bij. Je hoeft het alleen maar persoonlijk te geven. Want wíj kennen die vrienden, familie en collega’s natuurlijk niet.

Op Kerstavond komt namelijk het Gospelkoor Return bij ons (NGK De Ontmoeting) optreden. In hun liederen, verbonden met het verhaal van Maria, de Herders en de Wijzen kun je het Kerstverhaal horen. ’t Is een ‘meezingavond’, zo nu en dan mag je ook zelf zingen met het koor. Een leuke gelegenheid om eens heel anders met je vrienden, collega’s en familieleden het verhaal van Kerst mee te maken en erover door te kunnen praten. Wel fijn als je er dan zelf ook bij bent natuurlijk! En zeg nou zelf, het Kerstverhaal is toch het mooiste dat je iemand kunt geven met Kerst?

Daarom, wees op 24 december a.s., met je collega’s, vrienden en familie, van harte welkom in het Johannes Fontanus Collega (Wethouder Rebellaan 135). De avond start om 21.00 uur.

 

Geplaatst in Kerst, missionair | Een reactie plaatsen