A.s zondag: ‘Land in zicht!’

Rom. 6, 1-11 - doop Liset - 4-11-'18 - Naar de overkantDeze zondag is het ‘Open Kerk’.  Nu zijn onze kerkdiensten altijd toegankelijk voor anderen, maar meer dan anders leggen we daar deze zondag de nadruk op. Bij ons in de gemeente valt deze zondag samen met de doop van Liset van der Meulen. Die zal niet alleen voor onze gasten bijzonder zijn, maar ook voor ons. Liset zal bij haar doop ondergedompeld worden, tot nog toe doen wij dat niet op deze manier.

Deze manier van dopen belicht een andere kant van het goede nieuws dat er in de kerk klinkt, nl. het begin ‘van een reis naar de overkant’. Terwijl in onze wereldsamenleving beelden van oversteken veel angst en onzetting oproepen is het hier juist een teken van hoop en grote verwachtingen, van aankomen in het land van bestemming. Wees welkom en reis met ons mee naar overkant.

Hier kun je lezen over onze keuze voor onderdompeling

Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen

God zij dank! – Dankzondag

Gen. 8, 13-22 - God zij dank! - 28-10-'18Komende zondag is het in onze gemeente ‘Dankzondag’, onze versie van de Dankdag die in veel kerken in het midden van de week gevierd wordt. Eén zondag in het jaar waarop we meer dan de andere zondagen stilstaan bij onze dank voor God.

Kun je dank organiseren op één zondag? Soms ben je immers dankbaar, soms minder.
De oorspronkelijke viering van ‘Dankdag’ was gekoppeld aan de oogst in deze tijd van het jaar. Zo had Dankdag een heel concrete aanleiding: de zorg van God voor ons zoals wij die ervaren in de opbrengst van de oogst.
Wij beleven dat veel minder zo. Oogstfeesten kennen we eigenlijk niet meer. De ‘oogstfeesten’ in Putten en Ermelo vieren we nu midden in zomer. Zelfs het Bierfeest in Ermelo is begin augustus. En de ‘Oktoberfesten’ in Duitsland worden nog gevierd in de oogsttijd, maar ik vermoed dat er op dat feest nog maar weinig bezoekers aan de oogst denken.

Nee onze oogst is niet meer zo aan het seizoen gebonden. Door moderne land- en tuinbouwtechnieken wordt er ook op heel andere tijden in het jaar geoogst. En door de wereldwijde handel ligt er het hele jaar door groente en fruit in de winkel. Soms uit Spanje, dan weer uit Griekenland, en nu aan het einde van jaar uit Zuid-Afrika.

Waaraan koppelen wij dan onze dankzondag? Aan een veel algemener besef van dankbaarheid. Zegeningen waaraan je normaal gesproken niet zo denkt, maar pas als je erbij stil gaat staan. En dat is goed, om zo nu en dan eens stil te staan bij onze zegeningen. Want altijd gezegend maakt blasé.
Zoals die drilsergeant die ons eens stilzette bij onze zegeningen, toen we midden in herfst in zijn opdracht koud en nat met onze neus in modder lagen:
“Mijne heren, wees blij dat u dit kunt doen!”
Inderdaad we waren er gezond genoeg voor, maar daar stonden we normaalgesproken niet zo bij stil.

Wij staan a.s. zondag stil bij onze zegeningen aan de hand van Gen. 8, 13-22.

Voor wie dat wil is er zondag de gelegenheid om dankpunten naar voren te brengen.IMG_4649
Bij binnenkomst staat in de hal staat een tafel waarop je kun je ze kunt opschrijven.

Wees welkom!

Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen

Schaduwen

IMG_3728Door de jaren heen heb ik ze bijna allemaal gelezen: de boeken over het gedeelde verleden van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) en de Nederlands Gereformeerde kerken (NGK).
‘Waarom doe je dat toch?’, zullen sommigen zich afvragen,’Echt blij kun je daar onmogelijk van worden!’ Nee! Ik ben niet op zoek naar leed en toch gebiologeerd. Zoals iemand die telkens weer terugkeert naar de plaats van het ongeluk.
Misschien wel omdat deze boeken de achterkant van de pretentie belichten.

Als vrijgemaakte jongen die is opgegroeid met een bijna heldhaftige versie van de kerkelijke breuken, met typeringen als ‘we konden niet anders’, ‘er stond zoveel op het spel’ en ‘de belijdenis was in het geding’, ben ik er nu getuige van dat historici de laatste decennia heel andere kanten van dit verleden blootleggen. Met hen kun je meekijken achter de schermen en wordt er een pijnlijker verhaal zichtbaar: niet zo helfhaftig, al te menselijk en veel vermijdbaarder dan men het eerder had laten voorkomen. Men had -zo leek het wel- soms zoveel obstakels in de weg gelegd dat er wel ongelukken moesten gebeuren. En dat is dan ook gebeurd en daar zijn we allemaal in meegesleept.
Het glasheldere verhaal over het verleden is vervangen door een donker schaduwachtig verleden. Welke rol spelen deze schaduwen nog in het verhaal van nu?

Dat is een belangrijke vraag. Na de landelijke besluiten op 11 november 2017 is het proces van de eenwording van GKv en NGK in een stroomversnelling geraakt. Het natuurlijke groeiproces dat er al eerder tussen beide kerken op gang gekomen was, krijgt sindsdien van bovenaf, onder stevige regie, een flinke impuls.
En in de plaatsen waar er nog niet zoveel groei inzat, -waarschijnlijk door die schaduwen uit het verleden- is men nu ruw wakkergeschud. En gaat men -sneller dan men eerder van plan was- op weg met elkaar. En dat doet toch geforceerd aan. Immers niet de wederzijdse herkenning is de drijfveer, maar eerder de regie van bovenaf.

Wij in Ermelo bereiden ons voor op een vervolg gesprek. Dat zou er sowieso gekomen zijn, we zijn al langer naar elkaar op zoek en hebben al eerder met elkaar gesproken. Maar ja, nu zit er toch meer druk achter, we lopen eigenlijk niet meer in ons eigen tempo, maar moeten sneller dan we eerder van plan waren. En dat loopt niet zo lekker zoals iedereen wel uit ervaring weet.
En dat merk je ook als je in de gemeente spreekt met de generatie die de breuk nog heeft meegemaakt én met de volgende generatie, hun kinderen. Die zijn geen erfgenamen van de kwesties, maar wel van het leed. En het is het leed dat nu zo ineens weer wakker wordt. Je schrikt ervan als je al die persoonlijke verhalen hoort. Er is veel pijn geleden toen en die is lang met mensen meegereisd. Ook met de kinderen die machteloos toezagen hoe hun ouders gebukt gingen onder het verdriet. Met familieleden voor wie ‘familie’ na de breuk nooit meer hetzelfde was.
En over veel van die pijn is nooit meer gesproken. Ze was zelfs een beetje weggezakt en vergeten. Je raakt eraan gewend, zoals aan een geluid dat er altijd is. Maar geconfronteerd met de bron van de pijn toen, is ze er ineens weer: vlijmend en scherp zoals in het begin.
Ik heb niemand horen zeggen dat hij achteraf nog gelijk wil krijgen. En ook niemand dat de eenheid niet gezocht moet worden. Maar bij al die snelle stappen vooruit leeft wel de vraag: ‘hoe kijken de anderen nu aan tegen dit pijnlijke verleden?’ Is dit nu zomaar voorbij, alsof het nooit gebeurd is?

Er is inmiddels een nieuwe streep in de tijd gezet. 4 november is nu als voorbedezondag voor de kerkelijke eenheid aangewezen, in het bijzonder voor het herenigings- en eenwordingsproces van de GKv en NGK. Uit het filmpje dat voor deze dag is gemaakt, zou je de indruk kunnen krijgen dat de zon is opgekomen en dat de schaduwen nu wel tot het verleden behoren.
Voor sommigen zal dat ook zo zijn. Zij hebben verzoening ervaren en kunnen het verleden nu loslaten. Dat lijkt me geweldig voor hen: een nieuw begin.
Maar voor anderen -die dit niet zo hebben mogen ervaren- werpt dit zonnetje nog lange schaduwen. Nog gebonden aan een onverzoend verleden, kunnen ze niet anders dan zo nu en dan achterom kijken en zich afvragen: ‘kan ik in die nieuwe kerk met mijn pijn terecht of moet ik er maar niet meer over beginnen?’ ‘Is er ook voor mij verzoening te vinden in die kerk of alleen voor anderen?’ En, ‘laten we dit verleden nu achter ons, of haalt het ons straks toch weer in?’ Iets wat nog steeds niet duidelijk wordt is immers hoe we samen terugkijken op de landelijke gebeurtenissen die aanleiding werden tot de vele plaatselijke breuken en oorzaak waren van veel verdriet! Kortom, laten we die schaduwen nu echt achter ons of reizen ze met ons mee de toekomst in?

En ook de vraag: ‘kunnen we onze nieuw gevonden eenheid uitleggen aan mensen die als gevolg van het leed van de breuk onze kerken verlaten hebben?’, blijft prikkelen. Op dit moment is dit geen bemoedigend verhaal voor hen en zullen ze eerder denken dat ze er opnieuw buitenstaan, omdat de anderen samen verder gaan zonder zich met hen te verzoenen.

Het is goed om naar het verzoenende werk van de Heer te verwijzen zoals in het filmpje gebeurt, maar te weinig om het daarbij te laten. Je mag toch van ons verwachten dat we ons in het spoor van de Heer verzoenend naar elkaar uitstrekken. Volgens mij gebeurt dat nu vooral incidenteel maar niet structureel: zo blijven een heel aantal van ons onverzoend buiten die eenheid staan. Alles met elkaar maakt dit op mij de indruk dat we een stap overslaan.

4 november, voorbededag voor de kerkelijke eenheid, in het bijzonder voor het herenigings- en eenwordingsproces van de GKv en NGK. Die dag is bij ons in Ermelo een ‘Open Kerken Zondag’, dus daar past dit niet zo bij. Maar op een andere zondag zou je kunnen danken voor de intentie, maar vooral willen bidden voor de praktijk van verzoening. Het zou voor mij anders veel te geforceerd gaan voelen en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Want dan blijven die schaduwen maar om aandacht vragen.

Geplaatst in NGK Ermelo | Een reactie plaatsen

Jaarthema (2) : “Waar sta jij?”

Lukas 9, 46-62 - Jaarthema 2 - Waar sta jijZodra wij mensen bij elkaar komen en elkaar zien beginnen we elkaar ook te beoordelen.
Wie is die ander? Wat vind ik van ‘r? Hoe staan we tegenover elkaar? De eerste indruk is er al na enkele seconden. Dat gaat automatisch, we zijn ons niet eens bewust dat we dat doen. Maar de uitkomst daarvan kennen we wel: we vinden iets van elkaar. Dat is universeel menselijk; ook in de tijd van Jezus speelde dat.
Ons tekstgedeelte van a.s. zondag (Lucas 9, 46-62) begint met zoiets: onder zijn leerlingen ontstond “een discussie over wie de belangrijkste was” (46). Dat is niet direct een gevolg van geldingsdrang (hoewel dat er vast een beetje in meespeelt), in die tijd lag zo’n gesprek nog iets meer voor de hand dan in de onze. Rangorde was in die samenleving toen belangrijk, denk alleen maar aan al die geschiedenissen waarin een tafelschikking voorkomt: hoe dichter bij de gastheer je zat, des te belangrijker je was.
Deze menselijke eigenschap raakt ook ons gemeente-zijn. Al is rangorde voor ons misschien minder belangrijk dan toen, elkaar beoordelen doen we nog steeds. En wat we van elkaar vinden speelt soms onbewust een rol in de onderlinge verhoudingen. Dat kan zomaar tussen ons in komen te staan. En dat raakt onmiddellijk ons jaarthema. Stel je voor dat de beoordeling negatief uitvalt, dan ga je uiteindelijk liever zonder elkaar verder. En dat is in de loop van geschiedenis al heel vaak gebeurd onder christenen en dus een bedreiging voor de eenheid van de christelijke gemeenschap. Als je maar even met elkaar in gesprek bent, ontdek je dat broers en zussen daar niet zelden vervelende ervaringen mee hebben. Die kunnen, zelfs al zijn ze allang verleden tijd, ineens toch weer flink pijn gaan doen.
Hoe wil onze Heer dat wij daar mee omgaan? Hij spreekt daar met zijn discipelen over. Wat Hij zei was toen voor hen belangrijk maar nu nog voor ons. In onze tweede preek binnen het jaarthema is daarom de vraag: ‘Waar sta je (in onze gemeente)?’ En hoe kun je zo omgaan met je broers en zussen in de gemeente van Christus, dat het geen bedreiging voor de eenheid gaat vormen? Heeft de Heer Jezus ons daarover iets te zeggen?

Deze preek kun je inmiddels beluisteren en nalezen. Ook de presentatie is nog eens te zien.

 

Vragen voor de bespreking

  1. Welke gevoelens roept de omgekeerde visie op de samenleving die de Heer hier zichtbaar maakt bij je op?
  2. Als je eerlijk bent, gedraag je dan eerder als ‘groot’ of ‘als de kleinste’ in de gemeente?
  3. Waarin zou je kleiner kunnen zijn?
  4. Weet je nog wanneer je voor het laatst de minste bent geweest in de gemeente?
  5. Kun je het vertrouwen (het geloof) opbrengen om klein te zijn voor de Heer en de gemeente? Staan er ervaringen in de weg? Welke? Wat kun je daarmee doen?
    (Dit is wellicht een vraag die je alleen voor je zelf kunt beantwoorden; het is immers niet goed om met elkaar over anderen te gaan praten; Misschien kun je dit later voor jezelf opschrijven en bidden om wijsheid, misschien kun je (in het algemeen) door de groep voor je laten bidden?)
  6. Wat vind jij moeilijk te (ver)dragen in de gemeente?
  7. Wat kun je daar voor jezelf aan doen?
  8. Wat zou je de dominee over dit thema nog willen zeggen/vragen? w.dijksterhuis@gmail.com

Teksten om te lezen

Als je er op gaat letten ontdek je dat het thema ‘klein’ op veel plaatsen in het NT terugkomt. Hieronder een aantal teksten om (deze week) voor jezelf te lezen.

Lucas 18, 15-30 Een kind als voorbeeld.

Gal. 6, 1-5 Elkaar dragen

Ef, 4, 1-16 Wees steeds bescheiden

Jakobus 3 Kijk uit wat je zegt

Fil. 2, 1-11 De gezindheid van Christus

 

 

 

Geplaatst in Jaarthema 2018, Preken | Een reactie plaatsen

Rust vinden bij God

Psalm 62,2 - meditatie - NGKE - 14-10-18Zondag vieren we het avondmaal omgeven door stilte. Zo willen we – in de stilte- rust vinden bij de Heer. Immers Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van Hem komt mijn redding (Ps. 62:2 NBV). De hele dienst staat in het teken van rust; regelmatig vallen er stiltes, waarin we ons tot de Heer kunnen keren. Ook de liederen zijn gekozen vanuit deze gedachte.
Stilte kan doodse stilte zijn, waarin je na een tijdje snakt naar iets dat die stilte verbreekt. Maar bij de Heer, de Levende, belooft stilte nooit doods te blijven, maar juist vol te worden van de aanwezigheid van de Levende. Die stilte is een stilte vol van troost, belofte, hoop en verwachting. Soms moeten we zelf kunnen zwijgen om in stilte rust te vinden in de aanwezigheid van God. Zo keren we vanuit die rust weer terug naar het volle leven.
Want hoe goed het ook is om met elkaar over de God te spreken, Hem te bidden, te loven en te prijzen, het is soms ook goed om gewoon naar Hem luisteren en op hem te wachten. Zondag zullen we dat meer doen dan anders, zelfs op momenten dat we dat anders gewend zijn, tijdens de collecte.
Wees welkom om zondag samen met ons rust te zoeken bij de Heer.

Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen

‘Grensgangers’ – Een tweeluik (1)

GrensgangersDe afgelopen zomer heb ik vijf weken aan een studieverlof kunnen besteden. ‘Grensgangers’ heb ik het als thema meegegeven. Vooral omdat een heel aantal van onze jongeren zijn opgeschoven naar de grenzen van onze kerkelijke gemeente en sommigen zelfs uit de kerk vertrekken. Zij zien zichzelf vaak nog best wel als christen, maar met de kerk kunnen ze niet zoveel. Hoe kan dat? Ervaren zij de kerk als een hindernis in plaats van als een steun?
Maar ook wijzelf zijn grensgangers geworden. Wij leven -meer dan eerder- op de grens van kerk en samenleving en tegenwoordig is dat heel vaak een behoorlijke tegenstelling. Wat is er veranderd voor de jongeren en voor ons en wat betekent dat voor ons kerkelijke leven? Of wat zou het voor ons kerkelijke leven moeten betekenen?
De komende maanden probeer ik via ons Kerknieuws en de website wat inzichten uit het studieverlof door te geven.

‘We zijn de vanzelfsprekendheid voorbij!’, deze uitspraak las ik ooit eens van iemand toen hij de veranderingen rondom het kerkelijke leven in essentie probeerde te vangen. In de afgelopen jaren is meer en meer tot me doorgedrongen hoe treffend dit zinnetje de situatie beschrijft. Laat ik dat deze keer proberen duidelijk te maken aan de hand van een tweeluik. Op het ene luik schets ik een beeld van hoe ik -te beginnen zo’n 50 jaar geleden- opgroeide in een kleine vrijgemaakte kerk binnen een Gronings dorp dat ook al niet zo groot was: één straat, vier zijstraten. Op het andere luik probeer ik  te schetsen waar een jongere nu mee te maken heeft.

Het eerste luik: vijftig jaar terug
Zo’n vijftig jaar geleden was de kerkdienst de meest zichtbare vorm van het geloof voor mij. Iedere zondag twee keer. Een soort heilige plicht, waar je je echt wel toe moest zetten, leuk vond je het lang niet altijd. Maar je voelde wel ontzag, want er was geen twijfel over dat God Zelf wilde dat je naar die kerkdienst ging. Daarmee diende je God en het was goed voor je. Zo was ons dat geleerd. Zelfs in de speciale situatie van ons gezin -mijn vader was zwaar gehandicapt en kon niet altijd de diensten bezoeken en dan kon mijn moeder ook niet- bezochten we als twee kleine jongens dan maar alleen de kerkdiensten. Vanzelfsprekend vonden we dat: wij, maar ook de anderen in de kerkelijke gemeente en ook in het dorp, denk ik wel. Op enkele mensen na ging iedereen naar de kerk. ’t Was dan wel een klein dorp, maar er stonden wel drie kerken: de Gereformeerd vrijgemaakte aan de ene kant van het dorp, de Hervormde Kerk in het midden, de Gereformeerd synodale kerk aan de andere kant van het dorp.

Toch kreeg je als kind niet zoveel van de kerkdiensten mee: er waren nog geen bijbelklassen en je zat de preek min of meer uit. Het zingen van psalmen en enkele gezangen onder begeleiding van een flink pijporgel vond ik toen nog leuk. Daar kon je tenminste aan mee doen. Ik ontdekte dat ik graag zong.

Thuis was God er vooral in de verhalen van mijn moeder. Van jongs of aan vertelde mijn moeder ons over God de Here. Verder was God er in het bidden en bijbellezen aan tafel en in het avondgebedje voor het slapengaan. Van mijn moeder leerde ik het persoonlijke geloven, dat was in haar geval de manier waarop ze over God kon praten, alsof ze net nog even met Hem gesproken had (niet zozeer bijbelstudie, of Stille Tijd). Verder was God er in de bijbelverhalen op de Gereformeerde Lagere School in Zuidhorn. In de hogere klassen kwam daar ‘Naam en Feit’ bij. Vraag en antwoordlesjes die een beetje deden denken aan “Twee voor twaalf’. We leerden zo heel veel bijbelse namen en feiten, en dat vonden we leuk. Op school leerden we nog de hele Valerius Gedenck-clanck zingen.

De ‘grote boze wereld’ was voor een lagereschoolkind nog ver weg. Er was geen internet en we hadden geen smartphone. Het journaal was iets voor vaders, kranten lazen we nog niet en de TV stond ook nog in de kinderschoenen. In het begin keek je alleen maar onder begeleiding van je ouders TV. Die voorzagen wat er te zien was van hun commentaar. Het was vaste regel dat er niet naar naakt gekeken werd of naar vloeken geluisterd. Deed dit zich toch onverhoeds voor dan ging de TV onverbiddellijk uit.

Eenmaal tiener, verdwenen de bijbelverhalen op school. Wel jammer, ze werden vervangen door kerkgeschiedenis (een brij van feiten) en geloofsleer (een soort parallel van de catechisatielessen in de kerk). Er lag veel nadruk op feitenkennis en -achteraf gezien-  de juiste geloofsopvattingen; over persoonlijk geloof ging het niet. Dat was ook zo op catechisatie. Meestal niet echt leuk (afhankelijk van de catecheet), maar ook niet omstreden. Catechisatie op maandag en vereniging op vrijdag (twee avonden!) hoorden bij de nieuwe plichten die je als opgroeiende jongere had. Daar zat je vanzelfsprekend. In onze tijd was het zo dat alle anderen activiteiten (sport, muziek enz.) ondergeschikt waren aan ‘cat.’ en ‘vereniging’. Als er gekozen moest worden dan gingen die voor.

In de kerk zat je de diensten vooral uit, al pikte je er meer uit op dan eerder. De thema’s lagen meestal niet zo erg in je leefwereld en het was daarom soms moeilijk om aan te haken.

Langzamerhand kreeg de samenleving via de TV en de radio meer vat op ons. Vooral de muziek die toen populair was begon ons aan te spreken. Wij waren geen superheilige jongeren en vonden het allemaal lang niet alleen maar leuk. Maar ik herinner me dat ik dit eerder mijn eigen schuld vond, dan dat ik dat de kerk verweet. Vanuit dat schuldgevoel deed ik ook mijn best de preken beter te begrijpen en ging ik meeschrijven, dat hielp om het beter te begrijpen. Belijdenis doen was toen nog gewoon: iedereen deed dat. Op mijn twintigste deed ik (pas) belijdenis, het was toen gewoon om dit op je 18e te doen. Maar dat deed ik niet omdat ik twijfelde aan God of aan de kerk, maar aan mezelf. ‘Wist ik er wel genoeg van?’ Ik vond van niet.
Geloven en bij een kerk horen zoals mijn ouders, was in mijn jeugd redelijk vanzelfsprekend. Je ging gewoon mee in hun slipstream en raakte er gaandeweg ook zelf van overtuigd.

Het tweede luik: de 21e eeuw
Hoe zou dit voor een jongere van nu zijn? Hoe lang zou het duren voordat zij iets van buiten de eigen groep zien of meemaken? Eigenlijk zou ik een jongere moeten vragen dit eens te vertellen, maar ik vermoed dat dit een heel andere verhaal is dan het mijne.
Thuis zal het nog wel hetzelfde gaan: een moeder die je over God vertelt. Bidden en lezen aan tafel, een avondgebedje voor het slapengaan. In de kerk is het nu anders: je mag naar de bijbelklas. Daar is het leuker en je begrijpt er meer van.
Maar ook voor de rest is er veel anders. Al vanaf de basisschool maak je ook niet-christenen mee.
Daarna heb je via je smartphone constant contact met mensen die anders denken en anders doen.  Al heel snel merk je dat geloven bij jou thuis dan wel gewoon is, maar dat er veel anderen zijn die dit helemaal niet zo gewoon vinden. In de buurt waar je woont is naar de kerk gaan soms een uitzondering. Er zijn heel veel kinderen die op zondag andere dingen gaan doen. En wat dacht je van de zaterdagavond, dat is inmiddels allang de nationale stapavond. Het valt niet mee om daarna op zondagmorgen uitgeslapen in de kerk te zitten.
Op school zijn de bijbelverhalen er vast nog steeds, als je tenminste op een christelijke school zit.
Hoe ouder je wordt, des te meer merk je van anderen buiten je eigen leefwereld. Door het internet en je smartphone zijn die nooit ver weg. Net zo dichtbij als je familie thuis, je klasgenoten op school, de mensen op sport en natuurlijk ook de mensen in de kerk. Eerlijk gezegd staan die laatsten nog verder van je af dan je andere contacten.
Voor ieder verhaal dat je over God hoort, hoor je een ander dat niets met God te maken heeft.

En als je eenmaal naar de kerk gaat kun je wat daar gezegd wordt steeds vergelijken met wat er door andere christenen gezegd wordt maar ook met wat er door niet christenen gezegd wordt. Als je daar tenminste zin in hebt, want online gebeuren er nog veel interessantere dingen.
Eenmaal tiener ga je nu naar club, die is in plaats van catechisatie gekomen. Best leuk, maar je moet er wel tijd voor hebben naast je sportavond, je muziekles en je huiswerk voor school. Soms komt het niet uit en zijn al je avonden al vol.
In de kerk is het nu niet gemakkelijk. Je moet veel luisteren en kunt niet zoveel zelf doen.
De muziek daar is nu niet direct jouw smaak (en dat is tegenwoordig belangrijk) en wat er verder gebeurt is ook niet heel erg ‘snel’. Tenminste niet vergeleken met wat er online gebeurt. Lang niet iedereen zit op club en ook lang niet iedereen doet nog belijdenis. Sterker nog, lang niet iedereen bezoekt nog de kerkdiensten. Christenen zijn er niet zoveel om je heen. Zeker niet op je opleiding en op je sport. Een stel van je vrienden zijn niet-christelijk.
Geloven is verre van vanzelfsprekend, iets speciaals waar je eigenlijk best moed voor moet hebben. Want veel mensen om je heen vinden geloven maar vreemd, betuttelend en iets van vroeger; zeker als jij vanwege je geloof aan bepaalde dingen niet mee doet. En je moet ook aldoor uitleggen waarom je gelooft en waarom je soms andere keuzes maakt.
En voor elk verhaal dat je in christelijke kringen hoort, hoor je een heel ander verhaal om je heen. ’t Is een heel andere wereld geworden waar niets vanzelfsprekends aan geloven is.

Dat is best moeilijk in het 21eeeuwse Nederland.
Of zoals een jongere jaren geleden al eens schreef: ‘Help, ik geloof!’
Hoe geloof je in deze tijd? Waar kun je je vragen eigenlijk stellen?.
Past de kerkdienst zoals wij die kennen eigenlijk wel bij ‘grensgangers?’

Wat denken jullie?

 

 

Geplaatst in NGK Ermelo | Een reactie plaatsen

‘Zondag 7-10 Israëlzondag – ‘Roots’

Schermafdruk 2018-10-04 21.46.06 kopieWat hebben wij met Israël?
Ik ben er soms best verlegen mee. 
Want als het over Israël gaat lijkt de vrede ver te zoeken. 
‘Zeven Palestijnse betogers gedood langs grens met Israël’ (29-9) 
Een berichtje dat bijna niet meer opvalt. ‘140 sinds 30 maart.’
Extreme standpunten voor of tegen. 
Ook hier in Nederland is men scherp voor of fel tegen. 
Zelfs binnen de kerken: recent (24-9) stelden een groep predikanten binnen de PKN dat ze de ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’, willen schrappen uit de Kerkorde. Ook de jaarlijkse Israëlzondag willen ze daarmee afschaffen.
Ja, als je er met broers en zussen in Christus over spreekt, liggen de opvattingen niet zelden ver uit elkaar. 
Als het over Israël gaat lijkt de vrede ver te zoeken.

Christenen hebben het moeilijk in het Midden Oosten.
Buiten Israël, maar ook daarbinnen.
Arabische christenen maken zich zorgen over de nieuwe nationalistische natiestaatwet (ND 1-8-’18) 
En waar sta je zelf dan ergens? 
Wat heb je met Israël, wat met Israëlzondag zoals vandaa?.
Of is dat meer iets van Israëlbevlogenen? 
Die vraag leg ik in jullie midden neer zondagmorgen in het  licht van Rom. 11. Denk er alvast eens over na.

 

 

Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen