‘Weg’ zondag 7 april

De weg gaat verder eindeloos
Vanaf de deur waar hij begon.
Ik moet hem volgen, rusteloos,
Tot ver achter de horizon,
Met rappe voeten tot hij aan
een grotere weg komt in ’t verschiet,
Kruispunt van komen en van gaan.
En waarheen dan?

Ik weet het niet

Zo dichtte Bilbo Balings na zijn avonturen in De Hobbit, de voorloper van het bekende boek ‘The Lord of the Rings’.
Je herkent het direct, het is de opwinding van iemand die aan het avontuur begint en nog niet weet waar dit hem zal brengen.
En zo is ons leven toch ook? Als je al wat langer onderweg bent, treft het je hoe onvoorspelbaar je leven vaak is. Je volgt je levensweg, maar waar die precies langs zal gaan weet je niet.

Waar die heen gaat wel, tenminste in hoofdlijnen. Immers als christen krijg je aardig wat mee voor onderweg. Al in de psalmen hoor je een gelovige psalmdichter God sprekend invoeren:

Want dit hebt u gezegd:

‘Ik zal je de weg wijzen die je moet gaan.

Ik zal je raad geven,

ik zal voor je zorgen.

Wees niet eigenwijs,

laat je door mij leiden.

Dan zal geen kwaad je treffen.’

Psalm 32, 8-9 (Bijbel in Gewone Taal)

In het Nieuwe Testament voegt de Heer Jezus er nog aan toe:
‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.’ (Joh. 14,6 NBV)

Wat betekent dit in de praktijk voor iemand die de Heer Jezus wil volgen? Best een belangrijke vraag, zeker ook voor André Knol die zondag belijdenis deed van zijn geloof en voor zijn vrouw Jacomien en hun zoontje Luc die zondag gedoopt werd.
Nog eens even weer over nadenken? De preek is hier te lezen, hier te beluisteren en de presentatie kun je hier vinden.




Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen

‘Hoor ik er wel bij?’ FAQ 2

De meeste websites kennen een pagina waar op ‘vaker gestelde vragen’ (Frequently Asked Questions) een antwoord wordt gegeven. Zo zijn FAQ-diensten kerkdiensten waarin op vragen wordt ingegaan die regelmatig in het midden van de gemeente worden gesteld.

Soms hoor je de vraag naar de ‘uitverkiezing.’ Vanuit de bijbel kennen we de gedachte dat God op de lange termijn plannen maakt. Hij beslist al voordat mensen geboren zijn wie er bij Hem zullen horen.
Er zijn generaties christenen Ooit een vraag die niet alleen bevindelijk gereformeerden zich stellen, maar een heel gewone vraag waar alle gereformeerde gelovigen wel mee worstelden. ‘Hoor ik wel bij de uitverkorenen?’

Zo breed leeft die vraag nu niet meer. Velen zijn hier denk ik zelfs helemaal niet meer mee bezig. Maar hij klinkt nog wel.
Bijvoorbeeld bij ouders die hun kinderen bij God vandaan zien groeien en zich afvragen: ‘heeft God hén dan niet uitgekozen?’. Een angstige vraag, want je moet de gedachte toelaten dat ze dan voor altijd vreemd voor God zullen zijn.
Maar ook bij kinderen die opgroeien in een kerkelijke gemeente en toch het gevoel hebben dat het hen allemaal niet zo raakt. Vooral als ze zien dat sommige anderen in vuur en vlam staan. Zij vragen zich af: ‘hoor ik er eigenlijk wel bij?’
Wat voor God zit daarachter? We luisteren naar wat de Heer Jezus daar zelf over verteld. Lees hier de preek of beluister die. De presentatie is hier te vinden

Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen

Nieuw?

Zo nu en dan moet ik even op de dijk staan. Met mijn neus in de wind en mijn blik op oneindig. Heerlijk, frisse lucht en vergezichten niet gehinderd door gebouwen of bomen. Alleen de streep van de horizon in de verte met daarboven witte wolken als hoge bergen. Vér kijken en je van alles achter die horizon voorstellen. Vroeger voelde ik dan het verlangen opkomen om voorbij die horizon te reizen en het onbekende daarachter te ontdekken: een hele nieuwe, nog ongerepte, wereld. Voor een geboren Groninger is dat het landschap van zijn jeugd.

Uit ervaring weet ik inmiddels hoe het er achter die horizon waarschijnlijk uitziet. Het zal op de één of andere manier lijken op het landschap dat ik al ken, het landschap dat achter me ligt.

Het stuk ‘Verlangen naar een nieuwe kerk’ dat de Regiegroep ons toestuurde heeft iets van op de dijk staan en onbelemmerd naar de horizon kijken naar een blanco, nog in te vullen, toekomst. Je stelt je er van alles bij voor. Maar hoe nieuw is het nu werkelijk? Je ziet vertrouwde contouren: de Heer, het Woord, de gevarieerde gemeenschap van broeders en zusters, de samenleving en -heel ver weg- ook nog andere kerkgenootschappen.

Een ‘nieuwe kerk bedenken’, zoals in het stuk staat, ja zelfs de ‘ideale kerk’ bedenken geeft de indruk dat we helemaal opnieuw beginnen, maar dat is toch niet zo? Het kan niet anders dan dat onze ervaringen die we tot nog toe met ons kerk-zijn gehad hebben ons beeld van de toekomst mee inkleuren.

Dat wordt nog eens sterker omdat we al een verleden met elkaar hebben, zoals Robert Roth ook al opmerkte. Een verleden waarin we elkaar kwijt raakten en los van elkaar verder reisden. Een verleden waaruit we ook van alles meenemen de toekomst in.

Het is moeilijk om blanco over onze toekomst na te denken. Die drempel is me net een beetje te hoog. De kans is groot dat je oude vertrouwde kerk een grote rol gaat spelen in je gedachten over ‘die heel nieuwe’. Wat je waardeert zul je ook graag terug willen zien in het nieuwe ontwerp. Wat je niet als goed ervaren hebt zul je het liefst niet meer willen meenemen de toekomst in. Welke rol speelt wie we nu zijn, onze identiteit nu, in het denkproces over onze toekomst als kerk? Het is m.i. niet zo zeer onze opdracht om een nieuwe kerk te bedenken. Het is wellicht beter om na te denken over wie we zijn, hoe we verder gaan als kerken en waar we graag naartoe willen groeien.

Om eens een voorbeeld te geven wat betreft de invulling van het veelkleurig gemeente-zijn in de nabije toekomst: de persoonlijke manier van omgaan met elkaar, die ik heb leren kennen binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken, zou ik graag meenemen de toekomst in. Dit betekent dat in de praktijk kerkelijke afspraken de persoon dienen en niet andersom.

De Nederlands Gereformeerde Kerken van nu hebben soms wat rebelse trekjes. Dit is echter, in mijn ogen, eerder het gevolg van slechte ervaringen met van bovenaf opgelegd gezag in het verleden dan van eigenzinnigheid. Dus heeft men deze persoonlijke benadering tot in de kerkelijke regelgeving vastgelegd: welke procedure er ook loopt, altijd moet het ook tot een gesprek met de persoon in kwestie komen (vgl. AKS art. 30). Deze persoonlijke omgang met elkaar is een typerende eigenschap in heel het Nederlands Gereformeerde kerk-zijn. In alles probeert men het zicht op de afzonderlijke persoon niet te verliezen. Dat is naar mijn mening meer dan nestgeur, een visie op kerk-zijn: de gemeenschap mag nooit in een collectief veranderen daarvoor is de afzonderlijke persoon te waardevol in Gods ogen. Dit geeft een zekere ruimte in de omgang met elkaar. In mijn ervaring vinden leden afkomstig uit allerlei kerkelijke tradities dan ook gemakkelijk onderdak binnen de NGK.

Het was anders in de kerkelijke traditie waarbinnen ik geboren en gevormd ben: de GKv. Goed en soms bewonderingswaardig georganiseerd; ik zie dat nu nog beter dan eerder. Maar niet zelden raakten personen zoek in kerkelijke procedures en regelgeving. Persoonlijke omstandigheden speelden dan nauwelijks een rol in het verloop van die procedures. Mocht dat in de praktijk nog zo zijn, dan neem ik dat liever niet mee de toekomst in.

Dat persoonlijke binnen de NGK wordt op alle niveaus zichtbaar, ook in de kerkelijke vergaderingen. Om een voorbeeld te geven: op een GKv-classisvergadering zou men in het geval van een kerkelijk examen niet snel naar de voorlezing van een attest vragen. Eenvoudig omdat dit destijds voorgedrukte formulieren waren, waar iedereen de inhoud al van kende. Er was in die zin niets persoonlijks aan een attest, behalve dan dat het op naam gesteld was.

Op een NGK-regio vraagt men rustig naar de voorlezing van een attest. De eerste keer dat ik dat meemaakte schrok ik: ‘ze zijn hier nog formeler dan op een GKv-classis’, dacht ik. Niets was minder waar! Dit attest bleek een persoonlijk, door de beroepende kerk, opgestelde brief te zijn waarin men beschreef wat hen bewogen had bij de keuze en beroeping van hun kandidaat-predikant. Het ontroerde me toen om zo’n getuigenis te horen voorlezen: gemeente en persoon kwamen beide in hun eigenheid in beeld. ‘Zo horen we met elkaar om te gaan’, dacht ik toen.

Mijn voorstel is dan ook om het stuk ‘Verlangen naar een nieuwe kerk’ niet zozeer te gebruiken als aanzet tot een denkoefening over een nieuwe kerk, maar eerder als basis voor een gesprek tussen kerken en kerkleden Een gesprek dat begint met de vraag: wat nemen we graag mee van ons kerk-zijn, zoals we dat al kennen, naar de toekomst en wat laten we liever achter ons. Met als extra vraag: wat hebben we nu eigenlijk nog niet of veel te weinig in beeld?

Want het is heerlijk om op de dijk naar de horizon te staren en eens onbelemmerd over de toekomst na te denken, maar je kunt het pas echt waarderen vanuit de ervaringen die je al hebt.

Geplaatst in NGK Ermelo | Een reactie plaatsen

Zondag: ‘Vrede’

We hebben een beroerde tijd achter de rug. Maandag de triestmakende aanslag in Utrecht waar doden en gewonden te betreuren waren. Dat terwijl er de vrijdag ervoor maar liefst 50 slachtoffers en nog veel meer gewonden vielen in Christchurch; hoe bestaat het toch, nu net in een plaats met die naam! Het brengt mensen ertoe ons weer te herinneren aan iets wat zich buiten het zicht van de camera’s aan het voltrekken is in Nigeria, waar structureel christenen afgeslacht worden. Vorig jaar stond de teller al op 6000 mensen, vooral vrouwen en kinderen.

En dat allemaal terwijl we er ons nog niet eens van bewust waren dat zich vanaf vorige week donderdag in zuidelijk Afrika de grootste natuurramp ooit aan het voltrekken is. Nog steeds is de omvang ervan nog niet duidelijk. En dan afgelopen woensdag die onbegrijpelijke verkiezingsoverwinning van iemand die zich helemaal buiten de realiteit lijkt te bevinden, in zijn overwinningsspeech een hele reeks theologische termen gebruikt maar er een totaal andere inhoud aan geeft.
Nog even afgezien van wat zich allemaal in onze persoonlijke levens afspeelt, was het een bewogen week, genoeg om je zorgen over te maken. Je vraagt je af: kan ik ergens vrede vinden?

Volgens sommigen is geloof juist een bedreiging voor de vrede. Is dat waar? Als je het lijstje hierboven ziet lijkt dat ook nog te kloppen ook. Hebben ze gelijk?
In de zevende preek van ons jaarthema: ‘Een levende gemeente’, gaat het over ‘vrede’ als een belangrijk element in gemeente-zijn. Eigenschap van de vrucht van de Geest, voorbode van de wereldvrede. Waar is het te vinden? Hoe bewaar je de vrede en hoe bevorder je die? Lees hier de preek of beluister die. De presentatie is hier te bekijken.

Handreiking voor een gesprek
Om het gesprek te bevorderen is ook deze keer hieronder een gesprekshandreiking te downloaden. Zie hier verder.

Geplaatst in Jaarthema 2018, Preken | Een reactie plaatsen

‘Contrast’ – Zondag 17 maart

Als je in Rome Mozes wil zien, moet je naar de San Pietro in Vincoli, een basiliek op een van de zeven heuvels van de stad. Na een lange klim kom je op het plein voor een kerk aan die al zo’n 1500 jaar oud is. Ooit gebouwd rondom de relikwie van de ‘ketenen van Petrus’ waarmee hij geboeid zou zijn in Jeruzalem totdat de engel hem bevrijdde uit de gevangenis.
Maar eenmaal binnen gaat het helemaal niet om Petrus, maar om het beroemde beeld van Mozes dat Michelangelo van hem gemaakt heeft. Er is iets bijzonders met dat beeld -kijk maar eens goed- en dat brengt ons terug naar een tijd dat omgaan met God nog heel anders was: onwennig, ontzagwekkend en gevaarlijk als je niet besefte waarmee je bezig was. En dat beeld herinnert daaraan. Je kunt de aanleiding ervoor teruglezen in Exodus 34, 27-35. Nog weer een andere bijbelse figuur, Paulus, herinnert zijn tijdgenoten aan deze geschiedenis in zijn tweede brief aan de gemeente van Korinte (2 Kor. 3, 7-18). Voordat we avondmaal gaan vieren denken we kort na over wat deze geschiedenis ons -samen op weg in de lijdenstijd- laat zien.
De overdenking is nog hier te beluisteren en is hier te lezen de presentatie bij de preek is hier te zien.

Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen

Wat ga jij vragen?

Stel dat God je op een nacht vraagt: “Wat zal ik je geven?” Wat zou je Hem dan antwoorden?

Zou je het direct weten of moet je erover nadenken?  

Als we de Heer a.s. zondag vragen om een zegen over onze arbeid en de groei van onze gewassen, betekent dat dan niet tegelijkertijd dat de belasting van ons milieu nóg groter wordt. Zoals we nu werken zijn onze industrie, onze energievoorziening en onze intensieve landbouw op lange termijn soms heel schadelijk voor ons leefmilieu. Niet voor niets lopen zondagmiddag mensen mee in de klimaatmars in Amsterdam.
Maar we moeten toch ook leven en eten? Ja, maar welke prijs betalen we er op deze manier voor?

En dat is maar één voorbeeld. Onze eerste impuls is lang niet altijd de beste als we bidden om genezing, om het einde van een onderdrukkend regime of om die baan die we zo vreselijk graag willen hebben. Niet dat we het niet mogen bidden, maar hoe vaak kijken we later niet met aarzeling terug op die gebeden als we constateren dat iemands herstel nog meer lijden betekende, voor de ene onderdrukker nog een veel ergere in de plaats kwam en later bleek dat die baan op termijn teveel van je zou vragen. Op sommige gebeden, die ik die me nog van vroeger herinner, kijk ik nu met verlegenheid terug: wist ik toen eigenlijk wel wat ik de Heer moest vragen? En weet ik het nu eigenlijk wel?

Als zijn leerlingen de Heer vragen: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’ (Luk. 11,1) zegt die niet: “dat doe ik maar niet, want jullie weten toch niet wat jullie moeten vragen.”, maar wel : “vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan.” (9) De Heer vraagt ons dus wel degelijk om te bidden, net zoals God Salomo vroeg wat Hij hem zou geven (2 Kron. 1,7) . Maar hoe kunnen we blijven bidden zonder het verkeerde van God te vragen? Kan het antwoord dat Salomo toen gaf, nu nog iets voor ons betekenen? 

In ieder geval zal ik a.s. zondag de vraag in jullie midden neerleggen: ‘wat zou jíj de Heer willen vragen? Je bent welkom om dat gebed zondag met me mee te bidden.

Geplaatst in Preken | Een reactie plaatsen

Wat zou jíj willen vragen?

Gisteren las ik in de krant een column die me aan het denken zette over bidden. De schrijver gaf drie overwegingen bij het bidden mee: “Vraag je bij sommige gebeden af of een even oprecht christen als jij niet bezig is God precies het tegenovergestelde te vragen. Sluit voorts Gods Hand niet op in alleen maar positieve gebeurtenissen. En, ten slotte, wees er niet te snel zeker van dat wij zouden weten wat Gods bedoeling met allerlei ontwikkelingen is.” (kijk hier voor de hele column)
Die overwegingen zijn actueel voor me, want komende zondag is onze jaarlijkse gebedszondag, de zondag waarop wij onze God om een zegen voor een komende jaar vragen. Maar wat kun je eigenlijk van God vragen? Daar zit ik nu over na te denken. Wat zouden jullie zondag van de Heer willen vragen? Dat zou ik beste wel eens willen weten. Ik hoor dat graag van jullie.

Geplaatst in NGK Ermelo | Een reactie plaatsen