‘Hoop voor de Harem?’ – Esther 2: 1-18 – 12-9-2021

Er was eens een mooi Joods meisje dat in een ver land woonde.
Hadassa wist wel dat ze mooi was: op straat keken er veel mensen naar haar.
Zij verbaasden zich over haar schoonheid: haar mooie figuur en haar prachtige trekken.
Stiekem waren ze een beetje trots op haar: ze is toch wel het mooiste meisje van de buurt.
Nee, ze is misschien wel de mooiste van heel het land en ze woont toch maar in onze buurt.
Hadassa was wees, haar vader en moeder waren al een tijd geleden gestorven.
Gelukkig was er een oom die wel voor haar wilde zorgen: Mordechai was zijn naam.
Dat was helemaal geen Joodse, maar een Perzische naam.
Dat hoorde je zo: zijn naam leek op de naam van de belangrijkste God in het land: Marduk.

Er was eigenlijk maar weinig Joods aan deze man: je zou het zo niet zeggen als je hem zag. Toch stamde Mordechai ben Jaïr, ben Simi, ben Kis, uit een belangrijke Joodse familie: een koninklijke familie waaruit ook de eerste koning van het land Israël stamde: Saul ben Kis
En toch leek Mordechai niet zoveel meer met Israël te hebben. Hij was zeventig jaar geleden gedwongen gemigreerd uit Juda, maar nu niet mee teruggegaan naar Israël nu ze de kans gekregen hadden. Hij blijft in de Perzische hoofdstad wonen en dus ook zijn stiefdochter Hadassa.

Wat Mordechai dan ook allemaal niet deed, hij voelde zich wel verantwoordelijk voor zijn pleegdochter Hadassa. Hij hoopte dat hij haar nog eens kon uithuwelijken aan een andere respectabele Joodse migrant in Susan de hoofdstad. Zo was dat gebruikelijk in de Joodse gemeenschap daar. Tot die tijd beschermde hij haar tegen de onbeschaamheid van de Perzische mannen in de stad. Die zouden zich zomaar iets in het hoofd kunnen halen.
Als ze een voorbeeld aan hun koning zouden nemen was Hadassa voor hen niet veilig. Koning Ahasveros was immers een groot vrouwenliefhebber. Hij was dol op mooie vrouwen en pronkte graag met hen. Dat had hem vier jaar geleden zijn mooie vrouw Vasti gekost. Die weigerde op het hoogtepunt van een groot feest op te draven voor alle mannelijke gasten. De koning stond in zijn hemd en moest haar toen wel wegsturen om zijn gezicht te redden.

Op een dag hoorde men in de stad de volgende aankondiging: de koning zoekt een nieuwe vrouw. Alle mooie maagden moeten zich melden om door zijn majesteit te worden gekeurd.
Mordechai schrok: als men Hadassa op het spoor zou komen, zou hij haar nooit meer kunnen uithuwelijken. Dan zat ze voor altijd vast in de harem van de koning. Een luxe, maar heel onvrij leven. Hij hoopte maar dat het hun deur voorbij zou gaan. Maar de hele buurt kende Hadassa en zo kwam het dat er op een dag op de deur gebonkt werd: “Mordechai doe open!”

Wat begon als een wat vreemd sprookje dreigt nu een wrange draai te krijgen. Wordt Hadassa het slachtoffer van deze hitsige koning? Wat een naar verhaal, wat moeten wij daar nu mee?

Vanuit onze tijd van vrouwenrechten en toch MeToo valt er een wat grimmig licht ook de gebeurtenissen in die tijd. Men moet zich eerst overwinnen om zich verder in deze geschiedenis te willen verdiepen. Het is wel adembenemend hoe dit tijdperk, waar de absolute macht van een koning de norm was, zich aan ons voordoet en toch zijn er ook dan al andere invloeden en wonderlijke wendingen merkbaar.

Kijk hier de dienst nog eens terug (de bijbellezing en preek beginnen op 30:26)
of beluister de preek hier.

Komende zondag Esther 3, waar zich een andere invloed laat gelden.

Liturgie

  1. Binnenkomen 

a. (Sela) Votum & GroetGod spreekt (Woord)

b. Woord voor onderweg: Psalm 15

c. NLB 103e Bless the Lord (Ontferming en glorie)

d. Kinderlied OpwK 139 Hij alleen (eventueel een video)

2. Woord van God

a. Opw. 687 Heer, wij mij uw weg (Voor de bijbellezing)

b. Lezen: Esther 2: 1-18

c. Ps. 23c Mijn God, mijn herder zorgt voor mij (Na de preek)

3. Weggaan

a. HH 479 Heer U bent mijn leven

Geplaatst in Preken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Ervaren leider gezocht (m/v) – Joh. 21: 15-19 – 6-9-’21

“Kann ein Pastor Selig werden?’ las ik ooit eens: Kan een pastor zalig worden?”
Die vraag maakte toen indruk op me, want het is toch zo dat je, als je veel over God weet, geen excuus meer over hebt. 

Toen de EO met de serie ‘Uitgepreekt‘ startte over dominees die ongewild hun ambt hebben moeten neerleggen, kwam de herinnering aan die vraag weer bij me boven. Én die aan de geschiedenis waarvan ikzelf getuige was. Jaren geleden las ik van een collega die was geschorst en afgezet vanwege een ‘zonde tegen het zevende gebod’. Een overweldigend gevoel van spijt kwam bij me boven. Niet zolang daarvoor had ik bij deze dominee in de kerk gezeten en had ademloos naar hem zitten luisteren. Zelden had ik zo horen preken! En om dan nu te lezen dat deze man echt ‘uitgepreekt’ was ervoer ik als een enorm verlies, een overwinning van satan. Tien jaar later las ik dat deze ex-dominee zijn classis (vergelijkbaar met een regio) verzocht had hem weer in zijn ambt te herstellen. Hij had daadwerkelijk berouw (hij had zich met zijn vrouw verzoend) en hij had lang op de strafbank gezeten. Het leek mij een redelijk verzoek. De classis was onverbiddelijk: zij herstelden hem niet in zijn ambt. Toen verzuchtte ik hardop: kan een dominee eigenlijk ooit vergeving ontvangen! Niet van mensen, zo bleek. En van God?

Petrus heeft zijn Heer verzaakt, gewoon glashard ontkent dat hij hem ooit eerder gezien had. Het lijkt me het ergste dat je als aangewezen apostel kunt doen: je Heer ontkennen, terwijl je Hem juist bekend moet maken. In de geschiedenis van Joh. 21 komt het voor hem onverwacht tot een confrontatie met zijn opgestane Heer. Hoe reageert die op zijn ontrouwe apostel? En hoe reageren wij op zonde en ontrouw?

Als je de geschiedenis uit het evangelie van Johannes erbij pakt, we lazen de verzen 1-19, dan merkt je als eerste dat dit al de derde keer is dat de Heer een deel van zijn leerlingen bezoekt na zijn opstanding uit de dood.
Maar er vallen verschillende zaken op, vooral in de verzen 15-19 in het gesprek met Petrus. Jezus noemt hem weer Simon alsof Hij weer bij het begin begint. Ook het feit dat Petrus wil gaan vissen -zijn oude beroep!- doet denken aan het allereerste begin. Net zoals het wonder met die visvangst, trouwens. De mens Petrus herken je in alles: hij neemt het initiatief om te gaan vissen, hij kan niet wachten tot tot de boot aanlegt als hij begrijpt dat zijn Heer Jezus daar aan de kant zit en hij ook weer de eerste die de opdracht van zijn Heer uitvoert.
Dat is Petrus: een mens als een open boek, die het voortouw neemt. Iemand om op te bouwen, inderdaad.
Maar diezelfde Petrus heeft ook glashard ontkent dat hij zijn Heer zelfs maar kende. Sinds dat de Heer Jezus is opgestaan is dat niet meer tussen hen aan de orde geweest. En nu noemt de Heer hem weer Simon.

Toch is, Simon, niet bang voor zijn Heer. Je ziet dat aan zijn enthousiasme en je hoort het aan de toon van van het gesprek. Maar je merkt wel aan alles dat de Heer hem herinnert aan die keer. Vandaar die drie vragen parallel met de drie keer dat Petrus Hem verzaakte. En toch is het geen afstraffing, maar een bewogen vraag van de Heer naar het belangrijkste: of Simon Hem lief heeft. En dan maakt Hij hem weer Petrus, rots waarop zijn gemeente gebouwd wordt. ‘Hoedt mijn schapen’.

Als liefde voor Jezus het belangrijkste is voor geestelijke leiders, valt op dat dit in onze advertenties waarmee we naar een voorganger zoeken, vaak niet genoemd wordt. Verwachten wij teveel van die voorgangers zelf en te weinig van Jezus? Verwachten wij misschien zelfs wel het verkeerde van onze geestelijke leiders? Nl. dat ze zichzelf goed kunnen redden?
Willen wij het liefst dat hij ons ideaal van een perfecte christen hooghoudt, iemand die allemaal wel kan wat ons toch niet lukt?

Jezus leert ons hier wat het belangrijkste is. Niet wat Simon gepresteerd heeft of zijn kwaliteiten maken hem een geestelijk leider, maar zijn liefde voor zijn Heer.
In alle kwetsbaarheid is dat beslissend. Simon was een gelouterd mens, zijn grootspraak dat hij meer van Jezus hield dan de anderen, herhaalt hij nu niet meer. Hij weet inmiddels wel beter. Een geestelijk leider is het meest waard als die in alle kwetsbaarheid de gemeente kan voorgaan in berouw tonen en genade ontvangen en ook in zijn verwachting van de Heer.

Daarom vind ik het best jammer dat de collega van hierboven niet opnieuw kon beginnen. Hij was immers ook gelouterd. Hij had zich verzoend met de Heer en met zijn vrouw. Hij kon nu in alle kwetsbaarheid voorgaan in berouw en genade.
Verwachten we teveel van onze voorgangers? Verwachten we ook teveel van elkaar en van onszelf. Wordt het klimaat in onze gemeenten daarom ook behoorlijk onveilig? We geven elkaar de indruk dat we het zelf wel redden. Immers onze blik is kritisch. Maar kan een aangeslagen mens die vol berouw is dan eigenlijk wel in ons midden aankomen met zijn moeite?

Laten we samen vooral naar de Heer kijken en niet zo op elkaar letten.
Zodat we als kwetsbare lotgenoten terecht kunnen bij elkaar en ook bij de Heer.
We mogen geloven dat de Heer ons wil redden en zalig maken.
Ja dat door Hem zelfs een pastor zalig kan worden.

Wil je de preek nog eens beluisteren dan kan dat hier, de dienst terugkijken kan hier. De preek begint op 34:00.

De volgende keer gaan we verder met Esther, ene nogal MeToo-gevoelige geschiedenis. Een meisje kan er nog een sprookje in zien, maar hoe kijkt een volwassen vrouw hier eigenlijk naar?

Liturgie

1.  HH 587 Halleluja Adonai – een lied op de drempel naar de ontmoeting met God

2. Opw 328 O Heer ontferm U over ons … we voelen ons klein bij God

3. Wees niet laf (maar doe wat Jezus wil) – lied voor de kinderen

4. HH. 486 Laat ons Christus zien – bede voor de bijbellezing

5. HH. 386 Wil je opstaan en mij volgen – vraag om toewijding na de preek

6. NLB. 428 Overvloedig geef ik U – God laat ons niet met lege handen door het leven gaan


HH = Hemelhoog Opw. = Opwekking NLB = Liedboek voor de kerken (2013)

Geplaatst in Preken, Uncategorized | Een reactie plaatsen

Houdt contact! (Joh. 15: 1-11)

Onze druiven staan er niet best bij dit jaar: meer dan genoeg water, maar beslist te weinig zonneschijn en dus een temperatuur die te laag is voor de tijd van het jaar. Het gevolg is dat een heel stel van onze druiven onder de maat zijn. Bovendien groeit er op steeds meer trossen een hardnekkige schimmel. Steeds als ik ga kijken zijn het er weer meer die aangetast zijn. Mijn hoop is nu nog gevestigd op een stel trossen die er nog goed uitzien in het midden van onze wijnstok. Maar nu al is duidelijk dat de oogst beslist minder zal zijn dan de voorgaande jaren. Dat is jammer, maar ik kan er niets aan veranderen. Voor de winter heb ik de wijnstok netjes gesnoeid en in de zomer op de tijd de zomersnoei uitgevoerd. Ik hoef me niet schuldig te voelen. Dit komt door invloeden die buiten mijn macht liggen.

Zondag pakken we de draad weer op met een thema dat ons in de serie Bijbel Basics wordt aangegeven: de gelijkenis van de wijnstok uit Joh. 15, 1-11. Niemand hoeft dat op te zoeken om te weten waar deze over gaat? Is hier nog iets nieuws over te zeggen? Dat was tenminste wel wat ik voelde toen ik het thema voor het eerst zag. Totdat ik me ging afvragen welke boodschap deze gelijkenis eigenlijk voor ons heeft. Immers hier gaat het, net zoals bij de wijnstok bij ons in de tuin, toch over factoren die we zelf niet in de hand hebben? De wijnstok (Jezus) brengt ranken en vrucht voort, daar kiezen de ranken (wij?) niet zelf voor. En de wijnboer (God de Vader) snoeit, daar hebben wij ook geen invloed op. Mooi beeld, die wijnstok, het vertelt ons iets over hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Maar wat kunnen wij daar verder mee? Hopen op een goed wijnjaar?

God heeft inderdaad bijna alles voor ons gedaan. Het werk van zijn Zoon Jezus Christus heeft ons aan Hem verbonden. Aan het einde van de preek kwam ik uit op vier manieren waarop wij ook onze verantwoordelijkheid kunnen tonen.

  1. Houdt contact. Richt je in je leven voor de Heer steeds op Hem. En wees in je doen en laten ook afhankelijk van Hem. Zoals ranken ook afhankelijk zijn van de wijnstok. Probeer niet voor de Heer uit te lopen.
  2. Laat Vaders snoeimes toe. Anders dan een druivelaar kunnen mensen wel zelf reageren. Laat God je leven ook richting geven.
  3. Denk niet te klein van jezelf. Als de Heer je duidelijk maakt dat Hij je in zijn Koninkrijk heeft opgenomen, je zoals in het beeld van de gelijkenis bent opgenomen in de druivelaar, laat de gedachte dan ook toe dat de Heer God je voor het grote plan van de komst van zijn Koninkrijk kan inzetten.
  4. Wees zo verantwoordelijk, dat je je steeds afvraagt waarin je betrokken bent en of dat samengaat met de plek die je van God in het Koninkrijk hebt gekregen.

Daarbij nog twee aandachtspunten:

  1. Het beeld van de druivelaar is een beeld van de gemeenschap van het volk van God. Realiseer je dat de Heer Jezus zich aan ons samen verbonden heeft. Dat wij dan ook samen groeien.
  2. Overeenkomstig met wat de gelijkenis voor de apostelen betekende betekent vrucht dragen ook voor ons dat de vrucht van onze deelhebben aan het Koninkrijk is dat er weer nieuwe leerlingen bijkomen en dat het Koninkrijk zal groeien totdat dit het wereldwijde Koninkrijk van God is geworden.

Wie de preek nog eens wil beluisteren kan hier terecht, wie de dienst wil zien: hier (de inleiding op de preek begint vanaf 23:25).

Komende zondag gaat het over het aantal kansen dat de Heer je geeft: Joh. 21: 9-19.

Geplaatst in Preken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Achtergebleven

Ik zat altijd links, hij rechts naast me. Bijna twintig jaar hebben we samen in de kerk gezeten. Dat was gewoon en voelde vertrouwd. We groeiden samen op binnen de kerk. We verschillen maar een jaar in leeftijd en dus deden we veel samen. We bezochten de catechisaties en de vereniging samen, we zongen samen, lazen samen, luisterden samen, verveelden ons samen, lachten samen om al de eigenaardigheden die we zagen en discussieerden samen, en uiteindelijk deden we ook samen belijdenis. Als twintigers namen we onze plek in de kerk in. Hij werd ouderling, ik studeerde theologie.
Hij reisde nog eens een zondag met me mee toen ik als kandidaat-predikant op beroep moest preken in twee gemeenten die me wel eens wilden horen. Dat wilde hij niet missen. Maar tijdens die reis werd al duidelijk dat hij zijn plek in de kerk op zou gaan geven en misschien ook wel zijn geloof in God.

Zo ging ik vanaf mijn eerste dag als predikant alleen naar de kerk. Natuurlijk zaten er veel meer mensen in de kerk, zeker die eerste dag was de kerk bomvol met gemeenteleden, vrienden en familie. Zelfs hij was er, als familie, maar niet meer als kerklid. Ik voelde me midden tussen al die mensen toch alleen gelaten: alleen achtergebleven in de kerk. Omdat hij er niet meer bij hoorde. Dat is nu meer dan vijfentwintig jaar geleden, maar ik kan het nog altijd zo voelen. Sindsdien zijn er nog veel meer dierbare familieleden, vrienden en gemeenteleden vertrokken. Bij ieder vertrek – zelfs al was het niet eens uit onze eigen gemeente – werd de kerk een stukje vreemder voor me. Alsof er steeds weer een deel van mezelf met hen naar buiten vertrok. Ik voel me zo langzamerhand nergens meer helemaal thuis: niet binnen de kerk, maar ook buiten de kerk zou ik me niet thuis kunnen voelen.
Met het vertrek van al die dierbare mensen is mijn vertrouwde kerkgevoel verdwenen. Ik sta als het ware met één been binnen de kerk en met één been erbuiten. Daardoor zie ik de kerk nu zowel vanbinnen als vanbuiten. Ik bekijk de kerk nu als het ware ook door hun ogen.

1. Grote veranderingen

Er is in nauwelijks vijftig jaar veel veranderd in mijn omgeving. Toen ik een jongen van een jaar of tien was, hoorde het grootste deel van mijn familie, vrienden en dorpsgenoten bij een kerk. De meesten van mijn familieleden hoorden zelfs bij dezelfde landelijke kerk. Was er een verjaardagsfeest, dan konden de aanwezige ooms en tantes een heel gesprek over die kerk hebben.

Tegenwoordig hoort de helft van mijn naaste verwanten niet meer bij een kerk of is daarbinnen al heel lang niet meer actief. De andere helft heeft zich verdeeld over verschillende kerken in een breder spectrum van evangelisch en midden-orthodox tot vrijzinnig. De kerk is geen gezamenlijke ervaring meer, eerder een persoonlijke keuze.
Dat lijkt overeen te komen met landelijke cijfers. De theoloog Stefan Paas gaat ervan uit dat op dit moment de helft van de nieuwe aanwas vertrekt.

Feit is in ieder geval wel dat kerk en geloof lang niet altijd meer gedeelde familiezaken zijn, en dat is een grote verandering in ervaring vergeleken met vijftig jaar geleden. De vanzelfsprekendheid van een gelovige familie- en vriendenkring is voor ons voorbij. En dat heeft grote invloed op onze beleving van geloof en kerk.

2. Gevoelens

Het is me gebleken dat gevoelens voor de kerk ook veranderen. Steeds wanneer de kerkgemeente iets te vieren heeft, mis je de jouw bekende vertrekkers bij het feest. Dat maakt het feest voor jou minder intens. Feestelijke gebeurtenissen als een doop, een belijdenis of een kerkelijk huwelijk krijgen een pijnlijk, scherp randje. ‘t Is niet jouw kleinkind, ‘t zijn niet jouw kinderen. Zij laten hun kinderen niet dopen, ze doen zelf geen belijdenis van hun geloof en ze wonen al jaren samen. En als ze zouden trouwen, dan zal er geen kerkdienst zijn.

Natuurlijk gun je het je andere broers en zussen in de kerk graag, maar hun feest raakt aan jouw gemis. Zo in de loop van de jaren kan er een heel bezinksel van verdriet op de bodem van je ziel komen te liggen. Dat reist altijd met je mee en filtert veel van wat je verder nog meemaakt aan vreugde in de gemeente.

Daarbij komt ook nog eens dat je je vaak schuldig voelt als je die complete gezinnen in de kerk ziet zitten. Je ziet dat hun kinderen wel belijdenis doen en hun kleinkinderen wel gedoopt worden. Je vraagt je af wat jij verkeerd gedaan hebt. Jouw kinderen zitten immers niet naast je in de kerk. Onwillekeurig vraag je je toch af waar jij het hebt laten liggen.

Ja, en ook komt het voor dat je kwaad bent op gemeenteleden, omdat zij in jouw ogen medeverantwoordelijk waren voor de keuze van je dierbare om uit de kerk te vertrekken. Hadden ze die opmerking maar niet gemaakt waardoor je kind in de knoei kwam. Hadden ze maar niet zo moeilijk gedaan over het jeugdwerk in de kerk, misschien had je kind dan wel een plek gevonden in het midden van de gemeente. Hadden ze zich maar gedragen als oprechte en liefdevolle christenen… dan zag je familie hen nu niet als hypocrieten.

Boven op de lagen verdriet in je ziel komt dan ook nog eens een drempel van wantrouwen en boosheid te liggen, die vormt steeds meer een hindernis, waardoor het steeds moeilijker wordt om jezelf helemaal te kunnen geven in de gemeente. Je vertrouwen is beschaamd. Het kan zo ver komen dat de kerk voor jou steeds meer een opgave en steeds minder een vreugde wordt. En zo kom je zelf ook meer en meer aan de rand terecht. En je zou de eerste niet zijn die achter de kinderen aan de kerk uit groeit.

3. Niet veilig

Het heeft me vaak getroffen dat broers en zussen die zulke verliezen geleden hebben wat gelaten reageren als je hen ernaar vraagt. Ik meen daarin hun schaamte, schuldgevoel en machteloosheid te proeven.

Misschien zit er ook wel behoedzaamheid bij. Bij je broers en zussen kun je immers lang niet altijd met je verdriet terecht. Die praten er liever niet over en zeggen onhandige dingen die schrale troost zijn. Soms zijn ze zelfs ronduit bot.

En zo kan je eigen gemeente aanvoelen als een onveilige plek waar je je verdriet niet kunt delen. Omdat je bang bent dat broers en zussen eraan gaan dokteren, waardoor er alleen maar zout in de wond wordt gestrooid.  

Ook komt het voor dat je gemeente nogal administratief met de vertrekkers omgaat. Het gebeurt zelfs wel dat hun namen alleen even opgesomd worden in de mutaties van het kerkblad, zonder dat er ook maar één pastoraal woord aan gewijd wordt, laat staan dat er voor hen gebeden wordt. Dat geeft je dan het overweldigende gevoel dat ze voor jouw kerk allang weg zijn en dat je broers en zussen blij zijn dat ze hun administratie bij kunnen werken en al die niet-betalende leden nu af kunnen schrijven.

Het einde van een lang proces waarbij je tot het uiterste – soms weleens tegen beter weten in – hebt gehoopt en gebeden dat je dierbaren nog een andere keuze zouden maken, wordt door jouw gemeente ‘zakelijk’ afgesloten doordat ze – tenminste in jouw beleving – de deur van de kerk met een kille klik in het slot laten vallen.

4. Achtergebleven?

Het kan zo ver komen dat je je eerder een achtergeblevene voelt dan nog een volwaardig lid van de gemeente. Geliefde verwanten en vrienden zijn uit de kerk vertrokken. Je kunt je verdriet er niet kwijt, je durft je schuldgevoel niet te delen, je schaamte slik je in en je voelt je niet veilig genoeg om je pijnlijke plekken te tonen. Terwijl jij nog regelmatig verdriet hebt van de keuze die je dierbare geliefden gemaakt hebben, en zij nog altijd – soms al tientallen jaren – in je gebeden zijn, zijn ze voor je medegemeenteleden allang uit beeld. Die hebben hun lege stoelen allang weggezet zodat er niets meer is in de gemeente dat nog aan hen herinnert. Hoelang houd je dat zo nog vol?

Andere lezers zullen tegenwerpen dat dit niet zo bedoeld is. Ze zijn hier juist niet met jou over begonnen omdat ze geen wonden willen aanraken die nauwelijks of niet geheeld zijn. Of ze zijn zelf ook verlegen met het gebeurde en hebben hier gewoon geen woorden voor.

Jij en medegemeenteleden lijken zo als twee oevers waar geen brug tussen is. Hun verlegenheid wordt door jou als onverschilligheid of gebrek aan medeleven beleefd, terwijl je verdriet ongetroost en je zorg ongehoord blijft. Niet de goede bedoelingen van je medegemeenteleden, maar je perceptie speelt hier de grootste rol.

Het is uiterst verdrietig als de plek waar je troost en heling hoopt te vinden, niet biedt wat je nodig hebt. Het is pijnlijk als gemeenteleden stoppen met bidden voor geliefden die zijn vertrokken. Wie bidt er nog voor hen als zij het niet doen? God vergeet hen niet, zal zijn gemeente hen dan wel vergeten? Het is een gedachte die moeilijk te verdragen is.

Het is lastig om in de gemeente het verdriet in het gezicht te kijken, en dat is meer dan jammer. Nu al meerdere tientallen jaren vertrekken er steeds meer mensen uit de kerken, en daardoor zijn er ook veel meer achterblijvers die hier verdriet over hebben. Het zal steeds moeilijker worden om met elkaar te doen alsof dit niet gebeurt.

5. Leren en delen

Er zullen allerlei redenen zijn waarom deze zorg vaak niet gedeeld wordt. Maar als de zorg niet gedeeld wordt, komt het volgende oude Nederlandse gezegde zeker uit: ’t geen men niet weet, deert het herte niet. Dat is zo als je elkaar als gemeenteleden eigenlijk niet goed kent en niet van elkaars verdriet op de hoogte bent. Het helpt echter ook niet als de namen van kerkverlaters letterlijk uit de ledenlijsten geschrapt zijn en dus niet meer bekend zijn. We zouden vormen moeten vinden die ons helpen die namen niet te vergeten.
Ook is het goed om te weten waar achterblijvers mee geconfronteerd worden, sommige gemeenteleden zullen daar geen idee van hebben. Pas wanneer je beseft waar zij mee te maken hebben, kun je je ook fijngevoeliger opstellen wanneer zij hun zorgen met je delen.  

Het is mooi als het persoonlijke verdriet meer ruimte kan krijgen in de ontmoetingen van de gemeenteleden. De kerk zou een veilige plek moeten zijn, waar het delen van verdriet met anderen een grote troost betekent. Kortom, het zou een enorme vooruitgang zijn als we kunnen leren zo’n gesprek met elkaar te voeren.

Geplaatst in Achtergebleven | Een reactie plaatsen

Meet God! Ezechiël 1

Ik maak me meestal wel een voorstelling bij een stem voor de telefoon. Dat is een mens toch wel eigen, dat je je daar iemand bij voor ogen neemt. Meer dan eens had ik een heel ander beeld van iemand op basis van de stem, dan later zou blijken bij de ontmoeting in levende lijve. Tjonge, wat kan er een verschil zitten tussen de stem en het uiterlijk. Een jonge stem blijkt toe te behoren aan een dame die zo te zien toch al behoorlijk op leeftijd is, een hoge wat vrouwelijke stem aan een reusachtige man met enorme spierbundels en die diepe basstem aan een kleine, slanke man.

Welke voorstelling maak je jezelf van God? Als je bid of bij het Heilig Avondmaal? Is Hij de oude man op een wolk, die ons zo sterk aan de Kerstman doet denken? Een lieverd ja, maar je neemt Hem niet zo heel serieus. Is Hij de lieve papa bij wie je al-tijd terecht kunt, die ook nooit iets erg vindt, wat je ook gedaan hebt. Hij begrijpt het wel. Is Hij de strenge rechter voor wie je de ogen neerslaat en van wie je het vonnis vreest? Of -dat hoor je tegenwoordig door velen zeggen- zie je gewoon niemand voor je als je aan God denkt? Ben je eigenlijk een agnost, een niet-weter?

Het Heilig Avondmaal is, hoe plechtig het ook klinkt, een heel persoonlijke uitnodiging van de Heer om als het ware samen met Hem aan tafel te gaan. Goed uitgedrukt nodigt Hij ons uit om samen, als gemeente, met Hem samen aan tafel te gaan. Met Wie gaan wij aan tafel komende zondag? Welke voorstelling moet je je daarbij maken? De oude man, de lieve papa, de strenge rechter of maar helemaal geen voorstelling? Maar kan het wel een echte ontmoeting zijn, als je je er niemand bij voor kunt stellen.

Ezechiël ontmoet God op een plek waar hij het niet verwacht, in een tijd dat hij het niet gedacht had. Hij beschrijft zijn ontmoeting met God in hoofdstuk 1 van het het gelijknamige boek Ezechiël (en ook in hoofdstuk 10). Helpt die beschrijving ons om een beeld van God te krijgen? Wees welkom zondag!

Geplaatst in Preken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

In de put – Jeremia 38

De voormalig Amerikaanse president Trump denkt nog deze zomer terug te kunnen komen in het Witte Huis als de werkelijke president van de VS. Hij zei dat op de Republikeinse Partijconventie in Greenville, North Carolina op 5 juni  2021. Immers zo is hij van mening: de huidige president Joe Biden is via ‘de grootste misdaad van de eeuw’ president geworden.
De partijconventie moet nog gevolgd worden door een reeks grote bijeenkomsten waar Trump op de agenda staat als de ‘ECHTE president van de VS’. Het was deze week te lezen in het buitenlandcommentaar van Jan van Benthem in het Nederlands Dagblad.

Ik kan somber worden van zulke berichten. Immers, dit zijn niet de verwarde opmerkingen van een outsider in de Amerikaanse politiek, dit komt uit de toespraak van een vooraanstaand lid van één van de grote politieke partijen in de VS: de Republikeinse.
En dit is maar niet het bittere verhaal van de verliezer van de laatste presidentsverkiezingen tegen een journalist van het een of andere obscure blad, maar in het openbaar uitgesproken op het belangrijkste podium van deze partij. En het wordt niet weersproken.

En dat, terwijl ik weet dat niet alleen deze partij maar zelfs juist deze ex-president gesteund wordt door een hele grote groep witte christenen in de Verenigde Staten. 
Maar dit zijn toch leugens, we hebben deze ex-president allemaal in actie gezien! Hoe kunnen zij deze leugens dan steunen? Daar kun je een heel verhaal op loslaten, maar het griezelige is dat je de morele keuzes van wie toch je broeders en zusters in de Verenigde Staten zijn, niet meer begrijpt.

Dat vind ik eng, las je je ‘eigen mensen’ niet meer begrijpt. Dat ik een president als Joe Biden, die toch ook thema’s steunt waar ik minder gelukkig van wordt, echt veel beter aanvoel dan een president die toch zegt voor orthodoxe waarden op te komen. Je zou aan jezelf gaan twijfelen.

En helaas is het niet de ver van ons bed show, al lijkt dit gebeuren verder niet door andere nieuwsmedia in Nederland opgepikt worden, terwijl in de VS oud-president Obama dit meende te moeten weerspreken. 

Zijn de Nederlandse media op een valse manier gerust? Immers ook in Nederland speelt dit. In De Ongelooflijke Podcast (een podcast van de EO over ontwikkelingen op geloofsgebied), van 2 juni jl. was de onderzoeksjournalist Sander Rietveld te gast die het boek ‘Nieuwe Kruisvaders’ schreef. Daarin beschrijft hij hoe FvD leider Thierry Baudet en PVV-leider Geert Wilders vaak naar orthodoxe christenen lonken. Hij vraagt zich af of zij in Nederland voor elkaar kunnen krijgen wat Donald Trump in de VS deed: een innige verstrengeling creëren tussen radicaal populisme en christendom. Hij sluit het niet uit.

En daarmee is het ook onze zaak. Hoe moet je omgaan met mensen die je als je broeders en zusters beschouwt, maar van wie je de morele opvattingen niet meer begrijpt? Het is natuurlijk heel erg als christenen onderling verdeeld raken.

Dat was in Jeremia’s tijd ook zo. Daar is de kloof tussen de boodschap die Jeremia brengt in de naam van de Heer en wat zijn volksgenoten willen horen zo groot dat sommigen hem wel kunnen vermoorden.
Niemand -zelfs de koning niet- houdt hen tegen. Ze grijpen de gelegenheid aan om de profeet uit de weg te ruimen.
En zo vindt Jeremia zichzelf terug in het slijk op de bodem van een van de waterkelders onder Jeruzalem. ‘Gods stem’ weggewerkt en ten dode opgeschreven in Jeruzalem. Je zou er depressief van worden.

Zondag gaat het over Jeremia 38. Over in de put zitten en er zelf niet meer uit kunnen komen. Heeft dat iets over de ontwikkelingen in onze samenleving te zeggen?

Geplaatst in Preken | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Zin? Jeremia 1

Waar heb jij zin in? Die vraag hoor ik de laatste tijd nog al eens.

Begrijpelijk onze samenleving gaat langzaam maar zeker weer open en dus kun je meer dingen ondernemen waar je zin in hebt. In Harderwijk zijn veel mensen die zin hebben om op een terras te zitten.
Zeven dagen in de week zitten er de hele dag mensen op het terras. Ze moeten het wel zeer gemist hebben.

Wat geeft jouw leven zin? Dat is nog weer een andere vraag, hoewel hij wel met de vorige samenhangt.
Zondag gaat het over alle betekenissen van zin. Met als kernvraag heb je altijd zin in wat de zin van jouw leven is? Jeremia kwam voor die vraag te staan!

De kinderen kunnen ook weer even komen kijken, ik zet een link in de gemeenteapp.

In de dienst gaat het ook over het verhaal van vijf zendelingen die in de jaren om het leven kwamen bij de Amazone-rivier. Ze werden om het leven gebracht door de Indianen die ze met hun boodschap hadden willen bereiken. In 2006 werd er een film over dit verhaal uitgebracht. Hieronder is de trailer van de film te zien. Moet je nu zeggen dat de poging van de zendelingen zinloos was?

Geplaatst in Preken | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Coronajournaal #2

Bij zijn afscheid als bijz. hoogleraar Geloofsvernieuwing aan de PThU zei prof. Joep de Hart:  “Gestreamde kerkdiensten voelen voor mensen misschien als Heel Holland Bakt kijken zonder iets te kunnen proeven”. Om in het beeld te blijven: in de oplossing zit de afstand mee ingebakken. De online diensten, het is mooi dat ze er zijn, maar ze kunnen het origineel nooit helemaal vervangen.

Er is hard aan de onlinediensten gewerkt, maar dat wil nog niet zeggen dat ze aan jullie behoeften kunnen voldoen. Laat het ons vooral weten wat die zijn. De komende week gaan we met de visiegroep de visiebesprekingen weer oppakken (a.s. woensdag) dan nemen we jullie inzichten graag mee in het gesprek. Geef eens antwoord op de vraag: ‘waar hebben jullie in deze periode behoefte aan?’

Bij het middageten heb ik de gewoonte om naar oude kloostertraditie een hoofdstukje uit een stichtelijk werk te lezen. Deze weken ben ik het boek ‘Growing Young’ aan het lezen. Een boek over kerken en hun jongeren. In het hoofdstukje ‘Waarom zou je moeite doen? Wat kunnen jongeren dan aan je gemeenteleven toevoegen?’ las ik: (1) meer dienstbaarheid, (2) meer passie, (3) meer innovatie, (4) meer geld en (5) een gezondere gemeente. Ik realiseerde me dat ik -naast wat er niet gebeurde- dit wel heb zien gebeuren het afgelopen jaar. Om nu even een aantal jongeren te noemen: Daan en Niek nemen ons met hun inzet, enthousiasme, kennis van nieuwe technieken aan de hand in de onbekende wereld van de onlinediensten, Mart en Mark zetten hun kennis graag in voor de jongerenpagina op de website, Timo komt met het idee voor een wijkactie, Lotte komt met een voorstel voor de kleuren in ons kerkgebouw en zeven andere jongeren omarmen zonder te klagen een onlinegeloofscursus als het best haalbare alternatief voor live en maken er het beste van.. Dat zijn al drie van de kenmerken. En we mogen best zeggen dat hun inzet (en niet alleen die van hen) ons een hoop geld gescheeld heeft dat zijn er al vier. Hun energie maakt onze inzet allemaal een beetje energieker (en dat is vijf!). Ik wil aan de inzet van anderen niets tekort te doen (er is door meer technici heel veel gedaan en heel veel bedacht), maar zonder de jongeren zouden we het niet gekund hebben. En hun passie en inzet is geweldig. Het is hen niet gauw teveel. Vorige week zaterdagmorgen (!) zaten ze alweer in de kerk om een nieuw idee van hun dominee uit te proberen en het lukte hen ook nog! (zie het kindermoment afgelopen zondag). En dat op een moment dat ik het al opgegeven had.

De afstand aan de andere klant van het scherm maakt ons allemaal een beetje tot toeschouwer en voor we het weten worden we een beetje consument. En ik begrijp heel goed dat je het enthousiasme achter de schermen aan de andere kant van het scherm niet kunt zien. We weten heel goed dat we het als team nooit helemaal goed kunnen doen. want de onlinediensten kunnen de andere niet helemaal vervangen. Daarom mijn oproep: doe met ons mee! Dan raak je er meer bij betrokken en kun je je met je eigen inzichten en ideeën inzetten in ons gemeenteleden. Opbouwende inzichten en ideeën zijn altijd welkom. 

Ik ben benieuwd waar jullie mee komen.

  1. Ik wilde graag ‘de eerste zijn die dit leuk vindt’. Maar er gebeurde niets toen ik erop klikte. Dus misschien…

  2. Dag Wieb Vanuit de boerderij, waar ik dit weekend verblijf, temidden van de akkers in het Groningse land reageer ik…

  3. ik weet niet meer wat ik er bij dacht, dat was veel te lang geleden

  4. Mooi verwoord, duizendbunder oneindig! God gaat met ons voort, ook in deze tijd

Geplaatst in NGK Ermelo | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Pinksteren: Zwanger

Een ui ziet er mooier uit!
Wist je niet beter dan zou je zo’n bol weggooien, die lijkt er niet goed uit te zien.
Een wat schilferig, dooiïg bolletje, nog even dan zal het wel helemaal verrot zijn.
Maar wie deze bol nu zou weggooien zou zich ernstig vergissen. Die bol is immers het begin van nieuw leven. Zonder dat je het nu al ziet, schuilt er een belofte in dat onooglijke bolletje: een prachtige bloem, mooi van kleur. In het voorjaar versieren we onze tuinen ermee.
Voor die belofte betalen we grif, want goed beschouwd is het één van de producten waar Nederland over de hele wereld bekend mee is geworden.
Je zou kunnen zeggen dat zo’n bol zwanger is van nieuw leven is.
Elke bol!

Op Pinksterzondag denken we opnieuw terug aan de komst van de Geest naar alle gelovigen toe. Op een gewone morgen in Jeruzalem was zijn komst een sensationeel gebeuren. De stad liep te hoop om het te kunnen zien: storm, vuur en een koor van stemmen in allerlei talen. Stel je het voor in je eigen woonplaats, je was er vast graag bij geweest!

En op deze Pinksterzondag? Wil je er dan ook bij zijn in je eigen kerk, om er maar niets van het gebeuren te hoeven missen? Ik vermoed zomaar dat de meesten van jullie dit als niet zo urgent beleven. Want wat je op die eerste Pinksterdag kon meemaken zul je in onze kerk zeker niet ervaren.
Ja, zelfs niet bij Opwekking.

Is Pinksteren dan niet meer dan een gedenkdag aan wat er ooit eens gebeurde? Ja! Zoals in Jeruzalem toen zullen we het niet snel weer meemaken. En toch is er sindsdien meer veranderd dan je zo op het eerste gezicht zou denken.
Je zou bij jezelf kunnen zeggen: ‘ik slaap op deze Pinksterzondag maar uit!, want ik verwacht er niet zoveel van. Maar dat zou een vergissing zijn. Paulus schrijft daarover in Rom. 8. Hij maakt daar duidelijk dat Pinksteren gaat over een enorme belofte.
Een belofte die je niet vaak genoeg kunt herhalen.

Wees welkom! We beginnen om 10:15 uur via het bekende kanaal.

Geplaatst in Preken | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Imago – Zondag 16 mei

Ik kon zijn ogen niet zien, alleen mezelf in de glazen van zijn zonnebril.
Met mijn verontwaardiging kon ik hem daarom niet bereiken.
Hij straalde afstand en ongenaakbaarheid uit.
Nog zonder dat hij iets tegen me zei was de boodschap duidelijk:
“jij bent in de fout gegaan en daar is geen discussie over mogelijk.”
Mijn Frans was niet goed genoeg om door zijn imago heen te breken.
Engels leek hij niet te verstaan.
Hij liet het bij een waarschuwing, d.w.z. een iets lager geldbedrag.
Verder was er geen gesprek mogelijk.
Die zomer verlieten wij Frankrijk met een verongelijkt gevoel.
Het autoritaire optreden van de Franse agent liet een zure smaak bij ons achter.

Zo’n spiegelende zonnebril hoorde kennelijk bij het imago van de Franse Gendarmerie.
Is er onder christenen ook sprake van een imago? Zo ja, welk is dat dan?
Paulus schrijft zijn jonge beschermeling Timoteüs, in die periode één van de voorgangers in de stad Efeze, over zijn imago. Hij maakt hem duidelijk dat de inhoud van de boodschap niet alleen belangrijk is maar ook zijn persoonlijke uitstraling.
Op welk imago doelt Paulus?

Als je tot je door laat dringen wat Paulus schrijft, begrijp je dat hij het niet over charisma, mooie woorden, radicaliteit of een bepaalde vorm van vroomheid heeft. Nee, Paulus doelt eerder op integer zijn. Dat betekent dat hij vraagt aan Timoteüs een mens uit één stuk te zijn. Hij moet niet het ene zeggen en in zijn gedrag iets heel anders doen. Wij zouden zeggen: de ondertiteling (de woorden) moeten kloppen met het beeld.

In de tijd van Paulus waren beelden evengoed belangrijk. Een keizer toonde zijn macht met zijn schitterende uitstraling van kracht, praat en praal. Van hem stonden ook daadwerkelijk schitterende beelden in zijn hele rijk. De gemeente van Christus toonde het evangelie met een heel andere levensstijl dan men gewend was: meesters en slaven toonden respect voor elkaar; jongeren, ouderen, weduwen, de oudsten, rijken en armen vormden één grote familie en toonden onderling liefde en respect. In die tijd was dat uitzonderlijk. Een fascinerend beeld dat mensen aantrok. Ook een reddend beeld: immers op die manier kwamen mensen met het evangelie van Jezus Christus in aanraking.

Reddende beelden, die zijn ook in onze samenleving nodig. Het is als gemeente van Christus niet alleen belangrijk te weten hoe het zit met de ‘leer van de Bijbel’, maar evengoed dat mensen kunnen zien wat dat voor je dagelijkse leven betekent.
In onze samenleving is opnieuw een beeldenstorm gaande: velen willen daadwerkelijk afrekenen met de standbeelden uit het verleden. Men wil ze van hun sokkel trekken. Maar welke beelden komen daarvoor in de plaats? Wat heeft deze samenleving nodig?

Je kunt het hier nog eens zien (bijbellezing en preek vanaf 21:20) of beluisteren.

Geplaatst in Preken | Tags: , , | Een reactie plaatsen