De zomer van 2023 heb ik mijn studieverlof besteed aan het thema ‘verzoening’. Daarbij kwamen ook allerlei verwante thema’s als ‘vergeving’, ‘herstel’ e.a. vanzelfsprekend naar boven. In een aantal afleveringen van deze blog geef ik enkele inzichten weer die ik tijdens dit verlof heb opgedaan.
Deze keer over de weg naar herstel die veel verder loopt dan het punt van vergeving.

Rachael Denhollander, een slachtoffer van seksueel misbruik schrijft:
“Je hebt nog niet voldoende vergeven en ook te weinig vertrouwen tot je dankbaar kunt zijn voor het kwaad dat je is aangedaan.”
Is dat echt wat vergeving betekend? Het was niet goed, maar ik hoorde het zo vaak van mensen met geestelijke autoriteit dat ik me alleen voelde in mijn verdriet.”
(Geciteerd via Keller p. 93).
Een extreem voorbeeld uit de Verenigde Staten. Men kan zich nauwelijks indenken dat dit zich ook in ons land en in onze verhoudingen zo radicaal zou voordoen.
Denhollander is advocaat, gespecialiseerd in misbruikzaken en zelf helaas ook ervaringsdeskundige. In haar contacten met kerken kwam ze veel – in haar ogen- verkeerd omgaan met seksueel misbruik tegen. Het was bijna routine dat misbruikslachtoffers de raad kregen om te vergeven en te vergeten; om niet luisteren als er alarm werd geslagen over iemands gedrag; ja zelfs om politieonderzoek te veroordelen of te verhinderen.
Denhollander ziet als achtergrond hiervan de leer van de kerk over concepten als eenheid, vergevingsgezindheid en genade, die resulteerde in de ‘pastorale praktijk’ dat de plegers het misbruik werd vergeven terwijl slachtoffers het zwijgen werd opgelegd, omdat het blijven vasthouden aan het misbruik als ‘bitter’ werd gekarakteriseerd (Keller p. 92).
Je mag vrezen dat -zo beschreven- deze benadering ook in de Nederlandse verhoudingen niet ondenkbaar is. Ook in andere dan misbruikzaken zal er vaker op aangedrongen worden om te vergeven omdat anders bitterheid wortel schiet. Vergeving is zo gezien niet alleen eenzijdig, maar wordt ook los gezien van verzoening, heling en herstel.
Meer nog, het onrecht verdwijnt achter de vergeving, zonder dat het onthuld, erkend, beleden is. De vraag laat zich stellen: als het kwaad zo is toegedekt, blijft het op deze manier dan geen rol spelen in de relatie?
Hoewel we in de Bijbel indrukwekkende voorbeelden van vergeving tegenkomen, lijken die in geen geval het toedekken van onrecht in te houden. Zelfs twee, veel aangehaalde, voorbeelden verwijzen naar expliciet onrecht dat in het openbaar en dus voor iedereen waarneembaar, op datzelfde ogenblik gebeurt en hebben niet als doel dit onrecht toe te dekken, maar -zo komt het op mij over- de vergelding van God van het grote onrecht van dat moment te voorkomen. Zowel Jezus in Luc. 23, 24 als Stefanus in Han. 7, 60 roepen op tot vergeving op het moment dat hen groot onrecht aangedaan wordt dat voor iedereen zichtbaar is.
Het lijkt dan ook niet terecht je op deze teksten te beroepen om iemand te bewegen eenzijdig te vergeven zonder dat het onrecht benoemd en beleden wordt. Vooral omdat in andere bijbelgedeelten waar van vergeving sprake is het onrecht altijd duidelijk benoemd wordt.
Als Petrus wordt voorgehouden tot zeventig maal zeven maal te vergeven, volgt daarop een gelijkenis waarin sprake is van een publieke schuld en het ook in de openbaarheid indringend vragen om vergeving (Mat. 18, 23v).
Het m.i. niet terecht slachtoffers van welk onrecht dan ook, te bewegen het onrecht eenzijdig te vergeven, zoals de Heer Jezus en Stefanus deden, als dat in feite het toedekken van het onrecht inhoudt.
Een hoger doel
Als vergeving het hoogste doel is en niet verzoening of herstel, dan zou dat zeer veel geloofskracht van het gelovige slachtoffer vergen. Immers het onrecht blijft niet alleen gedaan, maar a.h.w. ook onaangedaan bestaan. Het gelovige slachtoffer moet de kracht opbrengen om dat wat blijft bestaan van zijn kant los te laten en niet aan aan de dader te rekenen .
Is het niet aanrekenen van pijnlijk onrecht al niet een behoorlijk zware opgave, dan is vergeven zonder dan het onrecht benoemd en beleden wordt nog moeilijker. Het kwaad wordt immers toegedekt en blijft onder de oppervlakte bestaan. De gelovige moet niet alleen de dader vrijuit laten gaan, maar ook het onrecht laten zitten en verder met zich mee dragen.
Dat vraagt heel veel kracht, zelfs al wil de Vader je door zijn Geest sterk en moedig maken.
Maar dit is niet alleen van een gelovige veel gevraagd maar ook veel gevraagd van God!
Moeten we aannemen dat Hij die zijn Zoon liet overleveren om een einde te maken aan het kwaad, het onrecht onbeleden in allerlei menselijke relaties wil laten zitten? Is het Gods weg dat de slachtoffers en het grote Slachtoffer de rekening voor het kwaad krijgen zonder dat dit werkelijk benoemd, beleden, betreurd, berouwd zal worden? Vraagt Hij de slachtoffers zich in feite te verzoenen met het onrecht dat hen is aangedaan?
Dat lijkt slecht te passen bij het doel dat de Heer zichzelf stelt: een einde te maken aan al het kwaad in zijn schepping. Oud- en Nieuw-Testamentische profetieën stellen dat immers als het hoogste doel van Gods optreden voor. Immers kunnen in zijn nieuwe schepping wolf en lam niet samen weiden omdat niemand kwaad doet, niemand nog langer onheil sticht (Jes. 66, 25). Verschijnt onze prachtige toekomst, het Nieuwe Jeruzalem, niet vanuit de hemel met de woorden: “God zelf zal bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.” (Open. 21, 2-4).
Het één: vergeven als het toedekken van onrecht, en het ander: het verlossen van onrecht, passen niet bij elkaar. De Heer heeft een veel hoger doel met zijn schepping voor ogen dan alleen het vormen van sterke gelovigen die het onrecht kunnen verdragen en vergeven. Hij wil dat het onrecht verdwijnt zodat het niet meer gedragen behoeft te worden. Niet door slachtoffers, maar ook niet door de daders.
Vergeving als het niet aanrekenen van onbeleden onrecht kan daar alleen maar een eerste stap in zijn. Een stap gezet uit nood, die in feite schreeuwt om de vervolgstappen: belijden, berouwen en herstel.
Vergeving als de eerste stap
Relaties waaruit alle vormen van onrecht en kwaad zijn verdwenen, vragen om meer dan slechts het verdragen en laten zitten van het onrecht.
De eerder genoemde schrijvers zijn ook die mening toegedaan. Volf begint bij de uitsluiting die vaak het gevolg is van aangedaan onrecht (Exclusion). Immers voor de slachtoffer(s) is de wederkerige relatie met de dader(s) verloren gegaan. Onrecht duwt mensen uit elkaar en sluit dikwijls een normaal vervolg van de relatie uit. Het leven gaat verder zonder de ander(en). Volf kon niet berusten in een wereld zonder de anderen. Hij zoekt naar solidariteit met het slachtoffer aangevuld met de verzoening met de daders (Volf p. 12). Hij streeft uiteindelijk naar het opnieuw in de armen kunnen sluiten van de daders (Embrace). Maar om zover te kunnen komen is de strijd tegen bedrog, onrecht en geweld onontkoombaar (Volf p. 19).
Tussen de beide uitersten van Uitsluiting en Omhelzing zit een grote spanning en dat vraagt om het zorgvuldig afleggen van een route naar daadwerkelijke verzoening.
Bij Welby gaat verzoening zelfs vaak vooraf aan vergeving. Eerst stoppen we met het aandoen van kwaad en gedragen we ons weer ‘normaal’. Vanuit die stap in vertrouwen komt vergeving ook weer in zicht en dus ook recht en waarheid (Welby p. 264v). Hoewel de volgorde anders is, zijn vergeving en verzoening ook hier stappen in een groter proces op weg naar herstel.
Tutu ziet eveneens een langere weg voor zich. Zijn weg volgt weer een andere route: het vertellen van het verhaal, het benoemen van de pijn, het vergeven van het onrecht en de mogelijke verzoening (Tutu, p. 46). Opnieuw is het einddoel herstel van relaties.
Bij Keller tenslotte, vraagt vergeving uiteindelijk ook om uitbreiding in de richting van wederzijdse verzoening (Keller, p. 183v.)
Conclusie
In gesprekken onder christenen komt het thema vergeving nogal eens geïsoleerd naar voren. Los van het te vergeven onrecht, los van de mogelijk te herstellen relatie, los van Gods bedoeling met onze schepping.
Op zijn slechtst verwordt vergeving tot een eis van God aan het slachtoffer om het onrecht maar los te laten, op z’n best vraagt het om een krachtige stap in geloof, zonder dat er inspanning voor recht en herstel wordt gedaan. Op deze manier is vergeving vooral een individuele stap die een gelovige alleen moet doen vanuit de kracht van het persoonlijke geloof die dan -ware het mogelijk- tot herstel van de relatie zal leiden. Het gewicht van dat herstel wordt dan met name door het slachtoffer gedragen.
Het samenleven in de bijbel is minder individueel dan we in onze huidige samenleving vaak zien. In de bijbel worden eerder gelovige gemeenschappen beschreven dan het persoonlijk geloof van individuen.
Geloven is een veel gemeenschappelijker gebeuren dan het nu vaak beleefd wordt. De gemeenschap wordt eerder aangesproken dan het individu. Vergeving is in dat kader een niet zo zeer een individuele oproep maar een gemeenschappelijk streven waarin hoor- en wederhoor, dader en slachtoffer, getuigen en de openbaarheid in de gemeenschap allemaal een plaats hebben.
Vergeving is in die wereld niet de eenzame opdracht aan de enkeling, maar een gezamenlijke stap van een gemeenschap in een gezamenlijke reis naar herstel. Op die weg zijn ook andere stappen van belang en is verzoening en heling het ultieme doel.
Op deze manier wil ik de reis vervolgen, maar waar begin je eigenlijk?