In de zomer van 2023 heb ik mijn studieverlof besteed aan het thema ‘verzoening’. Daarbij kwamen ook allerlei verwante thema’s als ‘vergeving’, ‘herstel’ e.a. vanzelfsprekend naar boven. In een aantal afleveringen van deze blog geef ik enkele inzichten weer die ik tijdens dit verlof heb opgedaan. Deze keer over herstel als doel en meerdere wegen naar verzoening.

De bekende Nederlandse verzetsstrijder en evangeliste Corrie ten Boom betaalde in de oorlog een hoge prijs voor haar verzetswerk. Haar vader en haar zus overleefden de oorlog niet. Toen het gezin werd verraden, overleed haar oude vader als gevolg van de slechte behandeling na zijn arrestatie. Haar zus Betsy stierf in de laatste oorlogswinter in het kamp Ravensbrück, waar zij samen met haar zus Corrie gevangen werd gehouden.
Na de oorlog trok Corrie o.m. door Duitsland met de boodschap van het evangelie waarin de vergeving door Jezus Christus centraal stond.
Tijdens één van deze evangelisatiebijeenkomsten in 1947 stond ze ineens oog in oog met een van de kampbewakers uit Ravensbrück. Het kamp stond haar op slag weer in al zijn gruwelijkheid voor ogen. Het uitgemergelde lichaam van haar zus Betsy, de dreiging die uitging van de leren knuppel die aan de riem van de bewaker hing.
De man sprak haar aan: “Een mooie boodschap, juffrouw. Wat is het goed om te weten dat, zoals u zegt, al onze zonden op de bodem van de zee liggen.” Daarbij stak hij zijn hand naar haar uit. Corrie stond lang als versteend voor hem, helemaal in beslag genomen door de overweldigende herinneringen aan het kamp. Ze wist dat ze hem de hand niet kon weigeren als haar boodschap ook maar enigszins gemeend was. Houterig, haast mechanisch, greep ze zijn hand. En toen gebeurde volgens haar zeggen het ongelooflijke: “het leek alsof er een elektrische stroom uit mijn schouder, door mijn arm in onze verbonden handen terecht kwam”. Vandaaruit bereikte de helende warmte haar hele wezen en bracht de tranen in haar ogen. “Ik vergeef je, broeder!”, zei ze huilend, “met heel mijn hart”. Ik had Gods liefde nog nooit zo intens gevoeld als toen (Keller p. 177).
Een heel bekend verhaal van Corrie ten Boom. Indrukwekkend omdat er voor haar zoveel te vergeven was. Bijna eenzijdig omdat de voormalige kampbewaker niet lijkt te beseffen wie hij daar voor zich heeft en dus ook niet persoonlijk schuld belijdt. Toch ook wel ideaal, omdat Ten Boom niet voor de keuze staat om op hem af te stappen (wat ze waarschijnlijk gezien haar eerste reactie niet gekund zou hebben), maar geconfronteerd wordt met de uitgestoken hand van de man. Zij staat slechts voor de keuze om de vervolgstap te maken. Ook die stap is niet niets, maar de confrontatie en daarmee de vraag is een gegeven.
In die situatie, waar ze net over de vergeving door Jezus Christus had gesproken, kon ze als het ware op de golven van haar geloof in die boodschap, de kloof tussen de beide handen overbruggen. De Geest maakte daarna de vergeving tastbaar, als we afgaan op het verhaal van Ten Boom.
Maar meestal komt de situatie niet naar je toe. Hoe kom je ertoe dat je alleen al afstapt op degene die je onrecht gedaan heeft?
Immers je bent in je vertrouwen geschaad, je hebt de pijn van het onrecht ervaren, en je hebt het niet tegen kunnen gaan. Dat moet je nu allemaal overwinnen voordat je zelf de eerste stap kunt zetten.
In het spreken van de Heer Jezus treft het me, dat het niet allereerst de opdracht is van degene die onrecht aangedaan is om de eerste stap te zetten. De dader, of de dader ‘by assumption’, krijgt van de Heer de aansporing de eerste stap te zetten. Ja, meer dan dat, zij moet zich met haar tegenstander gaan verzoenen. Dat gaat zelfs vooraf aan de verzoening die ze bij God zoekt (Mat. 5, 23-24).
Als je verbonden bent in je geloof in God, mag je van de dader verwachten dat die de eerste stap zet in de richting van verzoening. De schuld die zij draagt tegenover de naaste is ook haar schuld die zij voor God heeft te verzoenen.
Christenen die zijn verbonden in Christus, maar gescheiden door gedaan onrecht, krijgen vanuit hun relatie met God de aansporing zich met elkaar te verzoenen. Waarbij de ereschuld bij de (vermeende) dader ligt.
Toch hoeft het binnen de gemeenschap van Christus niet altijd zo te gaan. De vraag naar verzoening kan ook van het slachtoffer uitgaan. Omdat de relatie, die ieder in de gemeenschap met de Heer heeft, een rol gaat spelen. Vanuit die relatie breng je de ander zijn zonde tegenover God en tegenover jou (het hangt ervan welke tekstvariant je hier volgt) voor ogen. Bedoeling: het wegdoen van het onrecht, het winnen van je broeder of zuster en het herstel van de relatie binnen de gemeente van Christus (Mat. 18, 15-18). Daarbij kun je desnoods de hulp van andere gemeenteleden inschakelen.
De centrale gedachte die beide situaties verbindt is m.i. dat binnen de gemeente van de Heer verbroken relaties -d.w.z. die met God en de naaste- weer geheeld moeten worden. Vrede en eenheid is een groot goed in de gemeente van Christus en daarbuiten. Voor de Heer is het een hoofdzaak in zijn werk en zijn gebed (Joh. 17). Paulus drukt de gemeente van Efeze dringend op het hart de eenheid te bewaren (Efe. 4, 1-6).
Die eenheid gaat niet ten koste van de waarheid. Het onrecht moet altijd benoemd en beleden zijn, zodat het concreet uit die relatie weggenomen kan worden en er ook heling kán zijn.
Als er sprake is van veel onrecht en veel pijn dan hoop je op de eerste stap van de dader, maar de stap kan ook van het slachtoffer komen. Beiden zijn nl. verantwoordelijk voor het herstel van de eenheid van de gemeente van Christus. Toch kan dit voor het slachtoffer heel veel gevraagd zijn.
Jezus zegt in het evangelie van Johannes: ‘heb elkaar lief, zoals ik jullie heb liefgehad’ (13:34).
“In de tegenwoordige wereld, nog niet zo getransformeerd, moet liefde, Christus’ liefde en de onze- vaak lijden; maar juist dat lijden is een middel, de dans van de liefde is het doel. Dat doel is een wereld van liefde, een gemeenschap van schepselen die in goede verhouding tot God en elkaar staan (vrede). Deze wereld en niet God alleen is het doel” (Volf, p. 307).
Alle wegen leiden naar het nieuwe Jeruzalem.
Het concept van ‘vergeving’ is onderdeel van een grotere familie waarin ook leden als verzoening, recht, berouw, herstel, eenheid, omhelzing en vrede thuishoren. Zij vormen met elkaar een netwerk en ze spelen allemaal een rol in het proces.
Toen de Middellandse Zee nog een binnenzee was van het Romeinse Rijk, was de stad Rome, de naamgever ervan, het kloppende hart en het middelpunt van het rijk. Uit alle hoeken leidden de wegen naar Rome, zoals de aders in het menselijk lichaam naar het hart leiden.
Het centrum van het Rijk van God is het Nieuwe Jeruzalem. Alle wegen hebben als uiteindelijk doel deze samenleving van God en mensen. Maar er is niet slechts één weg naar toe.
Welby (p. 264) begint het liefst bij herstel van het vertrouwen, een soort van verzoening met elkaar en reist dan daarvandaan naar de behoefte aan vergeving en verwacht dat je dan ook vanzelf langs recht en waarheid als tussenstations zult reizen.
Ik stel me zo voor dat men deze route misschien wel meerdere keren moet afleggen om ooit tot het ultieme herstel van vertrouwen te kunnen komen.
De behoefte aan verzoening zou kunnen ontstaan, als men moe van het gescheiden optrekken, graag herstel van de verhoudingen zou zien en stappen naar elkaar toezet. De andere noodzakelijke stappen zet men dan later wel, vanuit de rust van de voorlopige aanvaarding van elkaar. Van belang is dan dat men de volgende stappen wél zet, zeker voor hen die hebben geleden onder de ervaringen die aanvankelijk tot de scheiding leidden. Anders blijft de schade die tot de scheiding leidde van invloed op de nieuwe verhoudingen en blijft gedaan onrecht een rol spelen in die verhoudingen.
Het komt me voor dat de Nederlands Gereformeerde Kerken en de voorheen Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) deze weg hebben gevolgd in hun aanloop op de fusie in 2023. Het verlangen naar het herstel van eenheid was een sterkere impuls, dan de zoektocht naar vergeving, recht en waarheid. Hoewel de fusie een feit is, is de weg naar vergeving, recht en waarheid nog niet voltooid.
Er is een sterke motivatie nodig en ook een sterk gevoel van solidariteit om de tegenzin te overwinnen om zich weer te verdiepen in de oorzaken en gevolgen van de verwijdering destijds. Een risico is dan ook dat men het er bij laat zitten, waardoor gevoelens van pijn, onrecht, en een verlangen naar diepergaande vergeving en verzoening in de gemeenschap aanwezig blijven en de hervonden eenheid blijven verstoren en zelfs kunnen gaan bedreigen.
Maar misschien zijn de gebeurtenissen die aan de scheiding voorafgingen zo bitter dat het spontaan niet eenvoudig tot een verzoening komt. Zo was dat het geval na de donkere periode van de Apartheid die voorafging aan de machtsoverdracht aan het ANC in 1994 in Zuid Afrika. De dreiging dat dit uit zou lopen op een uiteenvallen van de Zuid Afrikaanse samenleving langs etnische lijnen was levensgroot.
Op zoek naar verzoening stelde Bisschop Tutu voor om de weg naar verzoening sowieso in te slaan. Hij wilde de reis beginnen bij het (uitvoerig) vertellen van de verhalen van onrecht en geweld (de waarheid). Die leefden zo breed onder de zwarte bevolking en waren in het tijdperk van de Apartheid zo diep weggestopt dat deze eerst wel naar boven zouden moeten komen om ze alleen al aan de vergetelheid te ontrukken en zo ruimte te maken voor de ervaring van onrecht, pijn, verdriet en gemis.
Helaas waren er inmiddels ook zulke verhalen te vertellen van witte zijde, toen die op hun beurt werden geconfronteerd met geweld als reactie op het Apartheidsregime.
De verhalen werden in de openbaarheid verteld in aanwezigheid van de daders van destijds. Zij konden amnestie krijgen, als zij erin bewilligden dat de verhalen in de openbaarheid kwamen.
Na de verhalen kwam het noemen van de gevolgen: de pijn, het verdriet, het gemis e.d.
Pas dan kan er zoiets als vergeving zijn. D.w.z. als men erkent dat zwart en wit hun menselijkheid met elkaar delen. En de pijn die veroorzaakt is ook door de daders erkend is.
Vanuit daar zou -hoopte men- dan aan het vierde deel van het pad begonnen kunnen worden: verzoening en een vorm van samenleven van wit en zwart. Via een heel andere weg bereikt men dan toch hetzelfde doel. De Waarheids- en Verzoeningscommissie die in 1994 zitting nam, heeft deze weg gevolgd.
Ook hier moet men de weg misschien wel meerdere keren afleggen om toch iets van een resultaat te bereiken.
Maar hoe komt men zo ver dat men in staat is deze weg te volgen? Daarvoor moet er overeenstemming zijn over wat men onder bijvoorbeeld ‘vergeving en verzoening’ verstaat. Men moet ook een proces doormaken om persoonlijk zover te kunnen komen. Het lijkt dat de gehele gemeenschap (c.q. samenleving) een steunend kader zou moeten bieden om dit proces mogelijk te maken.