
Wie heeft de macht?
‘Macht’, vind ik niet zo’n fijn woord.
Laat staan: ‘machthebber’ of de uitdrukking ‘in de macht zijn van’.
Want is het niet zo dat macht mensen corrumpeert?
Met macht komt een hoop ellende mee:
misbruik, uitbuiting, onrecht en onderdrukking.
Hoort onze God eigenlijk wel thuis in dat rijtje met machthebbers?
Als Jezus ‘de heerser over de vorsten van de aarde’ (Open. 1,5) wordt genoemd,
word ik daar op een bepaalde manier niet blij van.
Want dan staat Hij ineens in het rijtje met Poetin, Xi en Trump.
En al staat Hij dan vér boven hen in macht.
Hij wordt hier ‘de heerser over hen’ genoemd.
En in de woorden ‘heerser’ en ‘macht’ komen zoveel negatieve connotaties mee.
Leert de Heer ons niet ‘onze vijanden lief te hebben’,
’te bidden voor wie ons vervolgen’ en niet te vergeten: ‘de andere wang toe te keren als we op de ene geslagen worden’. Hij zegt toch dat Hij niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen…’ [Mat. 20:28]
Een lied dat de macht van de Heer verheerlijkt, kan dan ook vreemd op ons overkomen.
‘Alles buigt voor koning Jezus’, de ‘held die voor ons strijd’, die bolwerken slecht,
Voor eeuwig de heerschappij heeft, een troon heeft die onwankelbaar staat, met ongeëvenaarde kracht heerst en als ‘Jezus, overwinnaar’ is.
Zijn dat nu woorden die bij de zachtmoedige koning die op een ezel Jeruzalem binnenrijdt passen?
Is dit de man die oproept de kinderen bij Hem te laten komen.’
En dan nu: “HEER, onze Heer,
Hoe machtig is uw naam
Op heel de aarde”. [Psalm 8, 2 en 10].
Past dat nu bij onze Heer?