10. Schuldigen?

In onze huidige samenleving is er veel aandacht voor slachtoffers. De bittere aanleiding daarvan is dat er veel slachtoffers van anderen blijken te zijn, maar dat die lang niet altijd de aandacht hebben gekregen die je zou mogen verwachten. Maar zoals dat wel vaker gaat slaat de slinger soms te ver door. Ziet een groep mensen zich eenmaal als slachtoffer, dan is er soms geen genuanceerd gesprek meer mogelijk. Voor een slachtoffer is er maar een antwoord passend vindt men: medeleven. Het zou zomaar kunnen zijn dat onze samenleving verdeeld raakt in daders en slachtoffers. Dat is m.i. een te scherp onderscheid, er is immers ook lijden waarbij dit onderscheid tussen daders en slachtoffers eigenlijk niet valt te maken. In het geval van kerkverlating is niet zo gemakkelijk te bepalen wie er nu slachtoffer is: diegene die weg ging of diegene die achterbleef. Het lijkt mij dat beide groepen het slachtoffer zijn van een dramatische scheiding en dat ook beide groepen aandacht verdienen.

Geen idee wat de schilder er destijds mee bedoeld heeft, maar dit schilderij raakt me in wat het me lijkt voor te stellen. Je ziet een grote, hoge, ongenaakbare burcht op een steil uit het water oprijzend rotseiland. Vanuit het standpunt van de kijker ziet het enorme kasteel er dreigend, onneembaar en vooral ook onbereikbaar uit. De golven slaan tegen de rotsen aan de voet van het eiland. De monotone kleur van de burcht wordt alleen onderbroken door twee ronde, kleurige ramen die aan roosvensters in een kathedraal doen denken. Op de voorgrond staat, gescheiden door een brede strook water van het kasteel, een kleine toren op een landtong. De toren en de burcht horen bij elkaar: ze hebben dezelfde bouwstijl, zijn van hetzelfde materiaal gemaakt en ook de kleinere toren heeft twee roosvensters van hetzelfde type. De helderblauwe lucht en het mooie blauwe water ademen iets van een Middellandse Zee-vakantie, maar in dat heldere licht is er hier geen liefelijk plaatje te zien maar een tragisch tafereel dat gestreden strijd, ongenaakbaarheid, verwijdering (het lijkt alsof de kleine toren van de grote burcht gescheiden is geraakt) en de onmogelijkheid de kloof te overbruggen, ademt.

Strijd, ongenaakbaarheid, verwijdering, onmacht en toch verwantschap dat zijn voor mij woorden die de gevoelens weergeven als er binnen een gezin één van de kinderen vertrekt uit de kerk omdat zij het geloof niet meer met hen deelt. Dat is tragisch voor iedereen.

“Je zou je schuldig voelen als je de kerk uit zou gaan. Vervelend dat je je alleen voelt, maar ligt dat aan de kerkverlaters?, was een reactie die ik zag verschijnen op een artikel dat ik schreef over het verdriet van de achterblijvers.
Dat gevoel zou wel kunnen ontstaan en ontstaat er soms ook wel. “Wat doe je ons aan?’, is dan de vraag. Diegene die uit de kerk vertrekt is het zwarte schaap dat de anderen in het verdriet stort. In de periode van een nogal burgerlijke, christelijke cultuur was dat misschien wel het eerste gevoel dat bij de achterblijvers opkwam. Diegene die vertrekt breekt met de fatsoensnormen van ‘hoe het hoort’. De daders gaan weg en de slachtoffers blijven achter. Niet alleen dat je vertrekt uit de kerk is dan erg, maar je vertrekt ook nog eens met het gevoel dat jij de schuldige bent die de anderen in het verdriet stort.

Op de website kerkkater.nl kun je van een onderzoek naar het zgn. ‘Posttraumatisch Kerksyndroom’ lezen.

Het zal ongetwijfeld wel zo gegaan zijn: er lopen veel kerkverlaters met bittere herinneringen rond. Sommigen dragen traumatische herinneringen met zich mee aan de manier waarop gemeenteleden en familie op hun vertrek reageerden of juist helemaal niet reageerden. Op de website kerkkater.nl kun je van een onderzoek naar het zgn. ‘Posttraumatisch Kerksyndroom’ lezen. De term is van de schrijfster Reba Rily. Ze smeedde deze in haar gelijknamige boek. “Door kerkgerelateerde omstandigheden, worstelde zij met God, geloof, christenen in het bijzonder….” (Kerkkater).
Via een onderzoek probeert men boven tafel te krijgen of je inderdaad kunt spreken van effecten die veel kerkverlaters gemeenschappelijk ervaren (1), of kerkleden en kerkleiders ook nazorg hebben verleend, en als dat niet zo is, of dit een extra reden voor kerkverlating is (2). Mocht daar inderdaad sprake van zijn dan hoopt men het kerkelijk leiderschap daarvan bewust te maken en aanbevelingen te doen hoe het op dit gebied tot een beter herderschap kan komen (3). Aandacht voor kerkverlaters is op zijn plaats!

Tegenwoordig is er voor kerkverlaters wel aandacht uit de eigen kring van kerkverlaters. Als kerkverlating samengaat met het verlies van geloof of er sowieso geen sprake is van geloof, is er in Amsterdam meerdere keren per jaar een ‘Dienst zonder God’. “Vier keer per jaar, met de wisseling van de seizoenen, organiseert de Rode Hoed in samenwerking met zangeres en theatermaakster Ricky Koole een jonge, eigenzinnige dienst. In de drukte van de stad sta je anderhalf uur stil bij wat je belangrijk vindt.”  Zo kondigen de organisatoren de dienst aan.
Sinds kort is het als kerkverlater ook mogelijk je verhaal achter te laten op de pagina kerkverlating.nl die weer een onderdeel is van de site: Weet wat je gelooft. 

Toch is kerkverlating niet zelden een tragisch gebeuren waarin zowel de persoon die de kerk achter zich laat als de dierbaren die daar achterblijven verwikkeld zijn geraakt in strijd, gebukt gaan onder verdriet, verwijdering ervaren en zich onmachtig voelen om daar iets aan te veranderen.
Afgezien van zo nu en dan een themanummer in een kerkelijk magazine, een themadag voor de verwanten en een kerkelijke studiedag… is er vanuit de kring van de kerken maar weinig aandacht voor de achterblijvers. Zij hebben dat wel nodig, alleen al zodat zij ondanks al hun ervaringen in contact kunnen blijven met de kerkverlater. Dat is de bedoeling van dit schrijven. Laat goed duidelijk zijn dat aandacht voor het verdriet van de achterblijvers, de vertrekkers nog niet tot schuldige daders maakt. Dat is althans niet de strekking van dit betoog.

Vervreemding komt in de plaats van het vanzelfsprekende vertrouwen van vroeger.

Opvoeders zijn vele jaren met hun hele persoon verbonden aan hun kinderen. Zij hebben hun kinderen niet voor altijd bij zich. In de periode van de opvoeding moeten ze de innige banden met hun kinderen ook weer losser leren te maken. Eenvoudig omdat het doel van opvoeden is dat kinderen -los van hun ouders- op hun eigen benen komen te staan. Die verandering van rol is vaak lastig voor ouders, maar gelukkig komt er uiteindelijk een kostbaar, volwassen contact voor terug.
Kerkverlating kan van deze groei naar zelfstandigheid een pijnlijke verwijdering maken. Vervreemding komt in de plaats van het vanzelfsprekende vertrouwen van vroeger. De afstand lijkt soms onoverbrugbaar te zijn door het wederzijdse onbegrip. Het is alsof een van je eigen ledematen van je losgesneden is: je ervaart pijn die pas minder wordt als beiden weer gehecht zijn en er sprake is van herstel van contact. Heel vaak zal dat niet meer zoals vroeger zijn: er is iets verloren gegaan. Maar gelukkig is het er dan nog wel. Niet alleen in ouder-kind relaties is dit aan de orde; ook leden van het hetzelfde gezin, vrienden e.d. zullen bij kerkverlating verlies ervaren.

Verlaters én achterblijvers verdienen in dit proces beiden de steun van de kerkelijke gemeenschap. Eigenlijk zou je verwachten dat dit vanzelfsprekend is: de gemeenschap verliest immers ook één van de leden van het lichaam. Niet zo nauw verwant als ouders en kinderen maar wel zo dichtbij dat ze de pijn kunt voelen en het eigenlijk natuurlijk is om actief te worden bij het herstellen en instandhouden van het contact.

Dit digitale netwerk heeft grote invloed op de vorming van de jongere generaties.

We kunnen elkaar in de nieuwe werkelijkheid van het seculiere Nederland niet gewoon maar loslaten. Onbedoeld is het resultaat daarvan dat zij dan echt uit ons midden verdwijnen en helemaal losraken. We staan voor de opgave ons van kerkverlating én kerkverlaters bewust te worden. Hun personen en namen voor ons te (blijven) zien. Om dan in deze nieuwe verhouding onze verantwoordelijkheid te kunnen nemen. 

We leven niet zozeer in een ’tijdperk van veranderingen maar in een verandering van tijdperk’ (Meijer & Wierenga 2020). Dat was eerder zo bij de overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd. Toen was de uitvinding van de boekdrukkunst een aanjager van grote veranderingen, nu zijn dat de computertechnologie, het internet en de mobiele telefoon. Dit digitale netwerk heeft grote invloed op de vorming van de jongere generaties. In dat enorme netwerk van contacten raak je elkaar zomaar kwijt. Daar zullen we ons als kerkgemeenschappen op in moeten stellen.

Over Wieb Dijksterhuis

Predikant met Groningse wortels die sinds 2000 in het midden van land woont, samen met zijn vrouw. Hun vier kinderen wonen inmiddels tussen Ermelo en Hasselt (BE). Van 2006-2016 predikant in NGK de Ontmoeting (Voorthuizen-Barneveld). Vanaf 31 januari 2016 de voorganger van de NGK van Ermelo, een warme gemeente tussen de randmeren en de Veluwse bossen. Zijn roots blijven hoorbaar en merkbaar. Hij kan het niet helpen de wereld 'toch' vanuit een Gronings standpunt te blijven bezien.
Dit bericht is geplaatst in Achtergebleven met de tags , , , . Bookmark de permalink.

4 reacties op 10. Schuldigen?

  1. Mooi geschreven, Wieb. Maar jouw woorden zijn ook om wanhopig van te worden. De diepste kern van verlaten van de kerk of het volharden in kerk-zijn is mijns inziens het breed gedeelde besef / gevoel / vermoeden / angst dat God er niet is. Voor sommigen “hier” niet, voor anderen “nergens”. Alle duiding van positieve en negatieve gevoelens ten opzichte van kerk en geloof in God is brandstof voor het vuur van de wanhoop zolang je niet de weg van de overgave hebt gevonden. Zo is ook het leggen van verantwoordelijkheid bij jezelf of de ander en helemaal het duiden van dader en slachtoffer niets anders dan het niet willen of kunnen gaan van de weg van overgave in navolging van Jezus. Of, zoals de deken van St. George’s gisteren zei, de dood aanvaarden als de weg naar opstanding en nieuw leven.

    • Dag Peter, Dank voor je reactie. Maar kun je hem wat verduidelijken. Je schrijft: “Jouw woorden zijn om wanhopig van te worden.” Bedoel je daarmee de wijze waarop ik dit schrijf, wat ik schrijf of bedoel je de zaak (bijv. het benoemen van dader en slachtoffer)? Met dat laatste bedoel ik dat alle vormen van denken richting ‘oplossingen’ hier niet helpen om dat kerkverlating ten diepste het gevolg is van een wanhopig makende vraag?

      • Dag Wieb,

        Ik bedoel dat de vraag die jij behandelt (schuldigen, daders, slachtoffers) wanhopig makend is, omdat het paradigma van schuldigen, daders en slachtoffers geen enkele weg uit de crisis biedt. Volgens mij is de ware kern van de crisis dat wij mensen niet uit eigen kracht en inzicht in staat zijn om uit dat paradigma te stappen. En zolang we in dat paradigma denken wordt de wanhoop bij verlaters en blijvers alleen maar groter.

        De echte vraag is volgens mij: Is God werkelijk? En die vraag kun je alleen tot rust krijgen door overgave aan Zijn aanwezigheid.

        Heb je iets aan deze reactie?

        Groet, Peter

      • Peter, zeer verhelderend. Het is me nu duidelijk wat je bedoelt te zeggen. Dank voor deze waarneming! Je omschrijft iets wat ik vaker op gevoelsniveau kon voelen maar niet duiden, maar waar jij nu woorden aan geeft. Dat help mij en wellicht ook anderen.

Geef een reactie