Gal. 6, 1-5

Ik draag altijd een zonnebril met goudbruine glazen.
Zo zie ik de wereld in een gouden gloed en zo zie ik de wereld het liefst.
Die glazen waardoor ik kijk hebben invloed op mijn stemming
De kleur van mijn glazen voegt iets toe aan mijn beleving van de wereld.
De manier waarop je in het leven staat heeft denk op eenzelfde manier invloed op hoe je de wereld om je heen ziet en begrijpt! Wij leven in een tijd waarin het persoonlijke centraal staat.
Veel meer dan eerder hebben we het tegenwoordig over ‘persoonlijk geloof’, een ‘persoonlijke mening’ en over iets dat ‘persoonlijk bij je past’.
De positieve kant daarvan is dat je echte eigen keuze’s maakt.
Je zult tegenwoordig maar weinig mensen tegenkomen die geloven omdat het zo hoort.
De kwetsbare kant ervan is dat je de wereld vooral vanuit je eigen gezichtspunt ziet.
Wat je niet bij je zelf vindt passen, kan vast niet waar zijn.
Zo kan persoonlijk geloof doorslaan in een individualistisch geloof
Dat zal ook doorwerken in hoe je de bijbel leest.
Men zegt wel eens: tegenwoordig heeft ieder zijn eigen bijbel.
Dat wil zeggen: ieder zet zijn eigen accenten in het bijbellezen en heeft zo zijn eigen selectie van dierbare teksten.
Dat is heel anders dan: het staat in de bijbel, dus zo is het. Het is zoals het er ‘letterlijk’ staat.
Een ander uiterste!
Is er een middenweg?
Hoe lezen we de bijbel zondag a.s. als Gal. 6, 1-5 voorbij komen
Want twee uitspraken staan op enkele verzen van elkaar en lijken -in de letterlijke vertaling- haaks op elkaar te staan. Je kunt dat nog teruglezen in Herziene Statenvertaling:
“Draagt elkaars lasten, en vervul zo de wet van Christus” (2)
“Want ieder zal zijn eigen pak dragen (5).”
Welk vers spreekt je het meeste aan? Waarom?
Slaag je erin deze twee met elkaar te combineren?
Zondag verder.