Mijn vader

Op woensdag 8 september jl. overleed mijn vader, 76 jaar oud. We hadden er wel langer rekening mee gehouden, dat dit kon gebeuren. Het ging gewoon steeds slechter met hem. Maar hij leek zich er steeds weer bovenop te vechten. Zo vaak dat wij ook toen het nog slechter met hem ging, we ons zijn sterven maar nauwelijks voor konden stellen. Maar op die woensdagmiddag was hij er toch ineens niet meer: plotseling onvoorstelbaar afwezig.


Zijn sterven is op zich niet zo bijzonder (helaas). Dat wil zeggen voor anderen niet, voor ons natuurlijk wel. Nee, ik bedoel met die opmerking: elke dag sterven er dierbaren en we missen ze zeer.
Dát is niet bijzonder, zijn leven was dat wel.
Hij was nog geen 33 jaar oud toen hij betrokken raakte bij een ernstig auto-ongeluk. Hij raakte zwaar gewond . Hij overleefde het, maar hij zou nooit meer kunnen lopen. Na meer dan een jaar revalideren (Je vraagt je af hoe mijn moeder en hij het in deze tijd gered hebben) in een ziekenhuis in Amsterdam, kwam hij weer thuis in het Groningse dorp Niezijl, grofweg 200 km naar het Noorden. In een rolstoel! Naar huis gaan was hem afgeraden: mensen met zo’n zware handicap gingen in die tijd niet weer naar huis, maar naar een verpleegtehuis. Hij wilde wel naar huis en hij ging!

En zo reed hij op een dag de nieuwbouwwoning binnen (niet aangepast!), waar wij inmiddels naar toe verhuisd waren. Het heeft een tijd geduurd voordat mijn moeder en hij aan hun nieuwe rollen gewend waren. Zij moest nu ook zijn handen en voeten zijn en hij moest haar hulp leren accepteren. Daarin werden zij niet begeleid.
Met veel hulp van anderen, lukte het hen om een min of meer ‘normaal’ bestaan op te bouwen. Nou ja normaal, hun leven kwam weer wat in evenwicht, maar het was een zeer beperkte versie van het leven dat zij eerder hadden geleid.

Ze probeerden niet bij de pakken neer te zitten. En na een vruchteloos avontuur als sokkenbreier, ontdekte hij de elektronische schrijfmachine. Dat was een uitkomst. Hoewel hij alleen nog maar over zijn grove motoriek beschikte, kon hij deze machine met twee door hem zelf bedachte typestokken (twee pvc-buisjes met een rubberdop) bedienen. Al gauw zo snel dat het zakelijk interessant werd. Eenmaal gevestigd als Kopieerinrichting Dijksterhuis verzorgde hij type- en stencilwerk voor de wijde omgeving.
Van het één kwam het ander en zo rond 1970 – drie jaar na zijn thuiskomst!- begon hij Boekhandel Dijksterhuis. Van deze bloeiende zaak is hij tot 2001 de drijvende kracht geweest met mijn moeder en Ada Ramaker -een vriendin- als belangrijkste medewerkers.

Mijn broer en ik wisten niet beter dan dat onze vader in een rolstoel reed. En zagen er toen ook niets bijzonders in. Jongens uit de buurt werkten met hun vader mee, wij ook. Zij voetbalden met hun vader, wij organiseerden een rolstoelbehendigheidwedstrijd.
Al met al leefden wij een redelijk normaal leven. Wij hadden het goed thuis, daar zorgde mijn vader wel voor.
Achteraf realiseren we nu wel, dat het natuurlijk niet zo ‘normaal’ was bij ons thuis vroeger. Mijn vader was het zwaarst getroffen, maar ons hele gezin had een ongeluk gehad.
En dat is heel moeilijk te accepteren en ik vraag me af of hij het ooit heeft kunnen aanvaarden. Hij heeft er, denk ik, mee leren leven. Tientallen jaren na het ongeluk heb ik hem nog wel eens horen zeggen: “ik wilde dat de Here mij nog één keer mijn kracht zou teruggeven, net zoals Simson.”

Maar hoe dan ook, mijn vader bleef actief. Als boekhandelaar, als boekhouder van de kerk, in de ondernemersvereniging, voor ‘Dit Koningskind’ enz. enz. Toen we een jaar of vijf geleden alles op een rijtje zetten, bleek hij er de hele tijd aldoor wat bijgedaan te hebben. Hij ontving voor al die activiteiten erkenning, toen hij in 2006 tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau benoemd werd.
De eerlijkheid gebied te zeggen dat hij dit natuurlijk nooit had kunnen doen, zonder mijn moeder en Ada.
Maar ja, alleen het gezicht dat de buitenwereld ziet wordt beloond, niet de mensen op de achtergrond.


Door de jaren heen kreeg hij regelmatig opnieuw last van zijn gezondheid. Maar hij kwam er altijd weer bovenop. Zelfs nadat hij in 1992 een werkelijk levensgevaarlijke maagbloeding kreeg. Hij leek zo sterk dat wij er aan gewend raakten dat ‘hij er wel weer bovenop zou krabbelen’. Ook de laatste jaren.
Maar natuurlijk is dat niet zo, geen mens ontkomt aan het sterven. Ook hij niet!
Dat kan nog niet op deze wereld. Hij was aan het slot van zijn leven zo moe gevochten dat hij ook niet meer wilde blijven. Hij kon niet meer. Hij wilde naar ‘huis’, naar God. Woensdag 8 september werd het voor hem vrede.

En wij, wij proberen er aan te wennen dat hij er nu ‘echt’ niet meer is.
Maar daaraan zullen we wel nooit gewend raken.

Over Wieb Dijksterhuis

Predikant met Groningse wortels die sinds 2000 in het midden van land woont, samen met zijn vrouw en vier kinderen. Van 2006-2016 predikant in NGK de Ontmoeting (Voorthuizen-Barneveld). Vanaf 31 januari 2016 de voorganger van de NGK van Ermelo, een warme gemeente tussen de randmeren en de Veluwse bossen. Zijn roots blijven hoorbaar en merkbaar. Hij kan het niet helpen de wereld 'toch' vanuit een Gronings standpunt te blijven bezien.
Dit bericht werd geplaatst in Familie, Willem Arie Wim Dijksterhuis. Bookmark de permalink .

2 reacties op Mijn vader

  1. De Bergjes zegt:

    Gecondoleerd Wieb. Je weet pas echt wat je mist als iemand er niet meer is. Sterkte!

  2. Anonymous zegt:

    Ik wens jouw en je familie veel sterkte en kracht.Frans

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s