Waarom?

“Waarom zouden we?”
…hoorde ik laatst iemand zeggen. Duidelijk met tegenzin.
Hij bedoelde onze gezamenlijke dienst met de vrijgemaakten op 17 januari a.s.
Niet dat hij er iets tegen heeft, maar erg vóór is hij ook niet.
“Waarom wel met hèn en niet met anderen.”, dat zat er bij hem achter. Hij heeft -met zijn hervormde achtergrond- dan ook geen ervaringen met de vrijgemaakten. Hij niet en zijn familie niet.
Hij heeft ook niets goed te maken en hij snapt dat enthousiasme van sommigen van ons dus niet zo.
Laat staan de ontroering van die éne als hij aan veertig jaar geleden denkt.

“Waarom zouden we?”
…denk je soms, als er weer een schitterend plan voorbij komt op de kerkenraad.
Mooi hoor, maar bewerkelijk. “Hebben we het zonder die plannen al niet druk genoeg?”
Je vraagt je bezorgd af, hoeveel tijd er hier nu weer in gaat zitten.
Tijd waar je niet zoveel van hebt, dat je het maar overal aan kunt besteden.

“Waarom zouden we?”
… denk je als je die dakloze weer bij de Albert Heijn ziet staan.
‘Waarom zou ik een krantje van hem gaan kopen?’ Laat hij gaan werken, dan haalt hij veel meer binnen.
Hou ik hem juist niet van zijn werk, als ik hem steeds maar wat toestop. Je kunt ook té lief voor iemand zijn!’

En, soms wordt je, als je naar je agenda kijkt, in eens overvallen door felle zuinigheid.
‘Meer tijd krijgen ze niet van me!” is de enige gedachte die nog boven komt.
Al het andere valt er tegen weg.
Waar je maar weinig van hebt, daar ben je zuinig op. Natuurlijk!

En toch hè, vanmiddag luisterde ik naar een Podcast van het radioprogramma Andries. Daar hoorde ik Annemieke Niggebrugge vertellen over ‘haar’ opvanghuis voor verslaafden in Leiden. Een initiatief van Annemieke en haar man. Ontstaan na een periode dat haar man op zijn fiets naar zijn werk ging. En al fietsend zag hij dingen die hij eerder niet zag. En de verslaafden die hij op ‘Perron Nul’ van het Station Leiden kon zien overleven, raakten hem diep. Hij kon daar niet aan voorbijfietsen en al snel stonden hij en zijn vrouw met een pannetje soep en witte en bruine bolletjes bij de verslaafden op het perron. Nu na zeven jaar vinden meer dan honderd verslaafden eten en onderdak in hun opvanghuis ‘De Schuilplaats’.
Annemieke heeft in die periode nooit iemand van dat ‘wereldje’ los zien komen.
Je kunt met goed recht zeggen dat de verslavingsproblematiek in Leiden en omgeving er niet door verminderd is. Hier zou je dus ook kunnen zeggen: “Waarom zouden ze?”
En toch heeft zij zich die vraag nooit gesteld, ze zou het -integendeel- niet meer willen missen: “Ik ga graag naar de Schuilplaats” … “Het pept me op en geeft me energie”, zegt Annemieke:  “Je wordt er zelf zo door gezegend, zo door opgepept, ik zou er niet meer buiten kunnen”.

Je kunt aan haar horen dat dit geen goedkope ‘peptalk’ is. Al dat werk en al die tijd die Annemieke en haar man samen met anderen in hun opvanghuis hebben gestoken, komt niet alleen die verslaafden ten goede, maar ook hen zelf.
‘Goed bestede’ tijd, levert dus meer op dan zorgvuldig bewaakte ‘vrije tijd’. Want ik ga er vanuit dat zij en haar man er heel wat ‘vrije tijd’ in hebben zitten.
En ik denk dat dit zo is omdat zij bezig zijn met dingen waarvoor wij mensen bedoeld zijn.
‘Heb God lief… en je naaste als jezelf’, hoor je onze Heer citeren [Mat 22,37 e.v.]. En Hij voegt er het commentaar aan toe dat van die liefde alles afhangt. Het is de schanier waarom het draait in de Bijbel.
Het verbaast me niet dat dat deze aan liefde bestede tijd een recreatiever effect heeft dan veel van onze ‘vrije tijd’. Want wat je bij je bestemming brengt, bouwt je op.

Is dat niet het antwoord op de vraag “Waarom zouden we?”
“Omdat we er voor geschapen zijn! En omdat het (ons) dus goed doet!”
Daarom koop ik maar weer een krantje bij mijn dakloze. Hij wordt er niet minder dakloos van, maar we wisselen méér uit dan alleen geld en een krantje. En dat ‘goed’ nemen we er beiden van mee.
En die schitterende plannen op de kerkenraad zijn natuurlijk ook niet bedoeld als tijdverslinders, maar om inhoud te geven aan onze opdracht om eerst het Koninkrijk te zoeken. Daar worden we dus rijker van.
En die dienst met de vrijgemaakten dan? Ach, de meesten van ons zullen er niets mee goed te maken hebben. Het was ‘vóór onze tijd’ of ‘buiten onze kring’.
Maar zelfs al heb je niets goed te maken, in die dienst komen gelovigen weer samen die bij elkaar horen. En dat na een lange tijd van gescheiden optrekken. Dat is een invulling van liefde zoals onze Heer het graag ziet, meer nog zoals Hij het wil. Daar aanwezig te zijn is toch goede bestede tijd en de moeite waard.
Je neemt er vast veel van mee naar huis
Wie weet is het een voorbode van nog veel meer goeds?

Ik wens ons het komende jaar veel van dit soort ‘gezegende tijd.’ toe.
Veel heil en zegen in 2010!

Over Wieb Dijksterhuis

Predikant met Groningse wortels die sinds 2000 in het midden van land woont, samen met zijn vrouw en vier kinderen. Van 2006-2016 predikant in NGK de Ontmoeting (Voorthuizen-Barneveld). Vanaf 31 januari 2016 de voorganger van de NGK van Ermelo, een warme gemeente tussen de randmeren en de Veluwse bossen. Zijn roots blijven hoorbaar en merkbaar. Hij kan het niet helpen de wereld 'toch' vanuit een Gronings standpunt te blijven bezien.
Dit bericht werd geplaatst in missionair. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s