Wat geen vergeving mag heten (VI)

De zomer van 2023 heb ik mijn studieverlof besteed aan het thema ‘verzoening’. Daarbij kwamen ook allerlei verwante thema’s als ‘vergeving’, ‘herstel’ e.a. vanzelfsprekend naar boven. In een aantal afleveringen van deze blog geef ik enkele inzichten weer die ik tijdens dit verlof heb opgedaan.
Deze keer over de weg naar herstel die veel verder loopt dan het punt van vergeving.

Loch Ness Photo by Steven He on Unsplash

“Het toedekken van misbruik is geen liefde.”

Dat lees ik in een artikel in een landelijk dagblad als uitspraak van een slachtoffer van misbruik binnen het gezin. Zij maakte mee dat, toen ze na jaren haar ouders met het misbruik confronteerde, haar bleek dat haar ouders er de hele tijd van geweten hadden en de dader wel gewaarschuwd hadden maar haar geen aandacht gegeven hadden, laat staan dat ze ingegrepen hadden. Zelfs na jaren geven haar ouders nog geen steun wanneer zij een broer wil confronteren met het misbruik.
Het is inmiddels zo lang geleden dat de misdaad -wat dat is het- verjaard is en er niet meer tot vervolging kan worden overgegaan.

Maar al snel na de confrontatie roept de vader wel op tot verzoening. Hij volgt de weg van de lieve vrede, die inhoud dat men niet ingrijpt in het onrecht, maar wel een sterk beroep doet op vergevingsgezindheid en liefdevolle omgang.
Op deze manier gehanteerd, worden waarheid en rechtvaardigheid als offer voor de vrede gevraagd. Is dat het offer dat vergeving nu eenmaal kan vragen?

Waar heeft het onderzoek naar vergeving ons tot nog toe gebracht? Een tussentijdse conclusie.

De weg van de lieve vrede wordt niet alleen in sommige gezinnen gekozen, maar ook zeker in kerkelijke gemeenten is mijn ervaring. Al snel wordt er een beroep gedaan op redelijkheid, liefde en vergevingsgezindheid, terwijl de werkelijke problemen buiten beeld blijven. Ze worden toegedekt met de mantel der liefde en blijven onder de oppervlakte. Zoals het spreekwoordelijke monster van Loch Ness.
Op deze manier zijn ze niet langer te zien, maar nog wel volop aanwezig. Men heeft er spijt van zegt men, maar men heeft geen openlijk berouw getoond of een poging gedaan het onrecht ongedaan te maken. Het is misschien zelfs niet eens als onrecht benoemd. Het blijft dan de vraag of men spijt van de ontdekking of van het onrecht heeft en of men zich schaamt voor het openbaar worden van de zaak -zij het vaak in kleine kring- of berouw heeft over wat men de ander heeft aangedaan.
In ieder geval is het onrecht niet werkelijk als onrecht benoemd, beleden en weggedaan, echter in kleine kring snel weer toegedekt waar het bijna onaangedaan blijft bestaan.
Omdat het berouw niet diep is gegaan, is de kans heel groot dat het onrecht opnieuw de kop opsteekt, zowel bij de dader als bij het slachtoffer die het als het ware onaangeraakt met zich mee blijft dragen.

Definitie van vergeving

Geen van de auteurs in de literatuur denkt dat afzien van waarheid en recht een offer kan zijn dat men voor vergeving moet brengen. Zij gaan ervan uit dat het benoemen van onrecht als onrecht onderdeel uitmaakt van vergeving en verzoening. Keller geeft als aanwijzingen:

  • Eerlijk de overtreding benoemen als verkeerd en strafbaar, meer dan je ervoor te verontschuldigen.
  • Je te identificeren met de mede-zondaar eerder dan het grote verschil met de ander te benadrukken.
  • Het is beter de overtreder van de aansprakelijkheid te bevrijden en zijn schuld voor jouw rekening nemen dan wraak te zoeken en de ander betaald zetten.
  • Liever streven naar verzoening dan de relatie voor altijd afbreken (Keller, p. 9).

Wat geen vergeving is:

  • Vergeven zonder voorwaarden. D.w.z. je boosheid loslaten en vergeven en vergeten, omdat God onze zonden heeft vergeven en vergeten. Wie niet onmiddellijk vergeeft kan dan zelfs wraakzuchtig genoemd worden. De dader blijft buiten beeld. Het is een eenzijdige vergeving waarvoor de verantwoordelijkheid vooral bij het slachtoffer ligt. Dit is goedkope genade die ruimte maakt voor de zonde (Keller, p. 23 en 24).
  • Vergeven hoeft aan de andere kant ook niet verdiend te worden door de dader (zgn. transactionele vergeving). Vernedering wordt dan de voorwaarde voor vergeving. Dat is in feite een gecamoufleerde wijze om het iemand betaald te zetten. Toch wraak dus.
  • NB. Helemaal niet vergeven is het uiterste. Dat gebeurt in onze samenleving nu volop. De dader wordt voorgoed gecanceld. Sommige overtredingen zijn kennelijk onvergefelijk.

Samenvattend wijst Keller drie vormen van vergeving af: resp. goedkope genade, weinig genade, geen genade (Keller, p, 26v). Andere auteurs zijn dezelfde mening toegedaan.

Vergeving komt niet in de plaats van rechtvaardigheid, schrijft Volf. Vergeving is niet slechts het loslaten van de boze weerzin die een slachtoffer voelt en slechts toegefelijk zijn tegenover het benauwde spijtgevoel van de dader. Dat is een vergeving die geen verandering van de dader vraagt en ook niet het herstellen van onrecht. Integendeel iedere daad van vergeving zet rechtvaardigheid op de troon. Het vraagt aandacht voor de overtreding door de aanspraken te handhaven die de rechtvaardigheid eist.
Meer dan dat, vergeving geeft ons een kader waarin de zoektocht naar het juist verstaan van rechtvaardigheid vruchtbaar kan worden nagestreefd. Dus moet het onrecht wel benoemd en beleden worden.

“Alleen zij die in de waarheid leven door het belijden van hun zonden tegenover Jezus, schamen zich niet de waarheid te vertellen wanneer die verteld moet worden” (Dietrich Bonhoeffer, via Volf, p. 123).

Welby schrijft vooral over verzoening en het zoeken van vrede dat hij omschrijft als het streven naar relaties op alle niveaus van het menselijke leven, die sterk genoeg zijn om van mening te kunnen verschillen zonder deze daardoor verloren gaan. D.w.z. te kunnen winnen zonder triomfantelijk te zijn, concessies te kunnen doen zonder dit als vernedering te ervaren. Verzoening is een lang uitgesponnen proces, soms gedurende meerdere generaties, waarin men ernaar streeft dat doel te bereiken. Vrede vindt men niet door conflicten te vermijden, maar door het op een goede manier met elkaar oneens te kunnen zijn (Welby, p. 13).

Vergeving is niet het gemakkelijk wegwuiven van wat er gebeurd is, al dan niet met een beroep op de kracht van de Geest. Als je echt verlies ervaren hebt, kan het zelfs te veel zijn om dit maar te overwegen. Zeker als het onrecht, dat de aanleiding voor de vergeving is, groot is. Vergeving vraagt vastbeslotenheid, veel moed en ook uithoudingsvermogen. Zeker wanneer de dader niet terugkomt op zijn gedrag en zich in dezelfde lijn blijft gedragen. Het is ook beslist niet vergeten wat er gebeurd is, of wat de gevolgen ervan zijn. Vergeving kan alleen plaatshebben waar waarheid en eerlijkheid de ruimte krijgen. Vergeving kan dus ook nooit betekenen dat er dan maar afgezien wordt van rechtvaardigheid. Tutu noemt het voorbeeld van de misdadiger aan het kruis die vergeving ontving maar wel zijn straf moest ondergaan. Vergeving is daarom geen zwaktebod en niet iets voor bange mensen, het vraagt om een vaste overtuiging, veel moed en een grote dosis kracht (vgl. Tutu, p. 31v).

Overeenstemming in de aard van vergeving

In het geval van vergeving moet men altijd met meer woorden spreken, daar is iedereen het wel over eens. Samen met de vraag naar vergeving moeten ook die naar herstel, verzoening, vrede, waarheid en recht gesteld worden. Die kunnen niet langdurig zonder elkaar, dan maakt men van vergeving een vrijwel onoverkomelijke opgave of blijft het al snel bij een verklaring van bereidheid tot berouw en verandering zonder dat er werkelijk herstel volgt en men heling van de relatie ervaart.

Het toedekken van onrecht met de mantel der liefde als warme deken maakt van de liefde een onderduikplek voor onrecht. Onder de oppervlakte schuilt het monster. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Over Wieb Dijksterhuis

Predikant met Groningse wortels die sinds 2000 in het midden van land woont, samen met zijn vrouw. Hun vier kinderen wonen inmiddels tussen Ermelo en Hasselt (BE). Van 2006-2016 predikant in NGK de Ontmoeting (Voorthuizen-Barneveld). Vanaf 31 januari 2016 de voorganger van de NGK van Ermelo, een warme gemeente tussen de randmeren en de Veluwse bossen. Zijn roots blijven hoorbaar en merkbaar. Hij kan het niet helpen de wereld 'toch' vanuit een Gronings standpunt te blijven bezien.
Dit bericht is geplaatst in Verzoening. Bookmark de permalink.

Geef een reactie