NGK Ermelo

Op deze pagina staan berichten die in de eerste plaats voor de NGK van Ermelo geschreven zijn. Vaak bedoeld om een activiteit aan te kondigen of uit te leggen. Niet geheim, maar wel beperkt in zijn belang voor anderen. Voel je vrij om ze te lezen, maar realiseer je de beperking.

Een steentje op het graf

Vaak laten bezoekers van een Joods graf een steentje op het graf achter, ten teken dat men er is geweest en de doden heeft herdacht. De oorsprong van dit gebruik is oud en stamt mogelijk uit de oudtestamentische tijd, toen het Joodse volk een nomadisch bestaan leidde. Mensen werden begraven op de plek waar ze stierven en de graven werden gemarkeerd met hopen stenen. Soms werd de overledene op een harde grond onder een hoop stenen begraven. Om het graf in te markeren en te voorkomen dat de overledene werd opgegeten door dieren, werden er stenen op gelegd. Andere bezoekers vulden de stenen uit respect aan.

Later kreeg het plaatsen van een steen op een graf symbolische betekenissen, zoals:

  • Stenen vergaan niet en hebben eeuwigheidswaarde, dat staat voor het eeuwigdurende grafrecht.
  • Een onvergankelijke steen, die weer en wind kan doorstaan, staat voor onvergankelijke liefde en eeuwig geloof.
  • Door een steentje aan de grafsteen toe te voegen, geeft de bezoeker aan verder te willen bouwen op de goede daden van de overleden persoon.
  • Als teken dat het graf bezocht is, zoals op andere begraafplaatsen bloemen worden neergelegd.

Op Paasmorgen willen wij zo ook een steentje achterlaten op het graf van een dierbare. Zij zijn niet door God vergeten, wij kunnen hen ook niet vergeten. Helemaal omdat we nog een gezamenlijke toekomst bij Jezus hebben.

“Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren”
Het vonnis dat God over ons mensen uitsprak na de eerste zonde. Dit zijn ook de woorden die de voorganger op Aswoensdag spreekt, als hij een askruisje op het voorhoofd zet. Volgens de traditie is de as het overblijfsel van de verbrandde palmtakken die het jaar daarvoor met Palmpasen werden gebruikt.
Aswoensdag markeert het begin van de vastenperiode die tot Pasen duurt. Met uitzondering van de zondagen is dat veertig dagen. Die ‘vastentijd’ begin je dus opnieuw met het besef van je zonden om te eindigen met het feest van de verlossing daarvan met Pasen.
Je begint weer bij het begin -je zonde- om weer bewust van het einde -want verlossing van je zonde is toch het einde- te kunnen genieten.

Van huis uit kennen wij gereformeerden dit gebruik niet zo. Niet eten ken ik vooral als straf. Voor straf moest je soms immers ‘zonder eten naar bed’. In onze beleving is de vastentijd een Rooms-katholieke gewoonte. En daar willen gereformeerden zich nogal eens tegen afzetten.
Maar als je verder terugkijkt in de geschiedenis is deze vastenperiode in de Oude Kerk al een gebruik. In het jaar 325 werd er al geschreven over een vasten in deze periode voor Pasen.  Het is dus al een heel oude, christelijke, traditie. En in veel meer christelijke kerken een gebruik dan alleen de Rooms-katholieke.

De laatste jaren keert de gewoonte dan ook weer terug in de protestantse kerken. Op woensdag 1 maart a.s. is dat hier in Ermelo ook te zien. ’s Avonds is er een kerkdienst en daar kun je een askruisje halen. Deze Aswoensdagviering hier in Ermelo is een gezamenlijke viering van de Rooms-katholieke kerk, de Zendingskerk en de Gereformeerde Kerk om het begin van de vastentijd aan te geven. Zou dit ook het begin van onze vastentijd kunnen zijn?

De vastenperiode is een uitdaging om ruimte te maken om zo weer eens na te kunnen denken over het leven met God. Door een aantal gewone dingen na te laten, schep je ruimte waar je die anders niet hebt. Bijv. door te minder of eenvoudiger te eten of anders door minder online te zijn of nog weer anders door minder TV te kijken. Ruimte om na te denken over je zonden, je kwetsbaarheid, je verlossing en het nieuwe leven op de weg achter je Heer aan.

Want wanneer heb je voor het laatst over deze dingen nagedacht? Goed om daar regelmatig ruimte voor te maken. Dat zou voor ons toch ook een reden voor een vastenperiode kunnen zijn? Om zo de periode voor Pasen opnieuw beginnen met het besef van je zonden en je kwetsbaarheid om daarna het Paasfeest weer kunnen te waarderen als uitgangspunt voor een heel nieuw leven. Want als het om Jezus volgen gaat, staat er veel op het spel.

Op onze site verschijnt vanaf 1 maart iedere dag een korte tekst voor de dag. Het zijn citaten uit een boekje dat de anglicaanse theoloog Tom Wright schreef voor ’Lent’, de Engelse benaming voor de vastentijd. Hij volgt het evangelie van Matteüs. Het bij het citaat behorende bijbelgedeelte staat steeds onderaan  (in de gedrukte versie bovenaan!) de tekst.
In de dagen voor Pasen volgen we op deze manier de Heer op weg naar het kruis en zelfs nog even verder. Door in deze  periode van zo dichtbij getuige te zijn van Jezus’ leven hopen we opnieuw doordrongen te raken van de enorme betekenis van Jezus’ lijden voor ons. Zo zijn we in staat het feest van Pasen straks voluit te kunnen vieren.

Ik wens jullie een vruchtbare vastenperiode.

Kerk of kerker?

Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden!
(Matt. 18:20 NBV)

Vorige week las ik dat de geestelijke levenshouding van gelovigen in onze tijd diepgaand geïndividualiseerd is. Dat zou dan betekenen dat we ons geloof in de eerste plaats beleven als iets persoonlijks en dat de kerk daarin niet meer zo’n grote rol speelt. De schrijver beschouwt dit als probleem omdat ons geloven zo losraakt van de gemeenschap van gelovigen. En omdat God in de eerste plaats met de gemeente wil omgaan, zouden we zo ook het contact met God kwijtraken.

Het is alweer een aantal jaren geleden dat ik in aanraking kwam met een ouder echtpaar, dat graag lid wilde worden van onze gemeente. Toen we kennismaakten ontdekte ik tot mijn verbazing dat ze al tientallen jaren alleen bij uitzondering een kerkdienst bezocht hadden. Maar ze beschouwden zich in die tijd wel als christen en zo leefden ze thuis ook. Ze lazen bijbel en baden samen. En ze probeerden de mensen in hun omgeving te helpen waar ze dat maar konden. Dat was niet alleen maar een mooi praatje, ze gaven me indrukwekkende voorbeelden van soms jaren durende hulpverlening. Ze vertelden me dat ze nóg een heel aantal mensen kenden die niet (meer) in de kerk kwamen, maar zichzelf wel als christenen beschouwden en ook zo leefden. Eerlijk gezegd verbaasde het me toen dat te horen, ik had dat niet gedacht. Voor mij viel kerkverlating tot dan toe samen met geloofsverlating, maar dat gaat hier dus helemaal niet op. Het klopt in ieder geval wel met het de indruk van de schrijver die ik eerder noemde: in onze tijd is geloven vóór alles iets persoonlijks.
De laatste tijd kom ik steeds meer mensen tegen voor wie geloven en ‘naar de kerk gaan’ niet direct in elkaars verlengde liggen. Met dat kerkgaan hebben ze moeite. Onder jongeren hoor ik dit de laatste jaren regelmatig. Die kerk is voor een heel stel niet meer vanzelfsprekend. Voor sommigen hoeft die er niet meer zo bij. Er ligt voor hun gevoel vaak een behoorlijk drempel voor de deur van de kerk.

Als de schrijver gelijk heeft, dan zouden zulke gevoelens nu veel breder onder ons moeten leven. Klopt dit? Beleven we de kerk tegenwoordig meer als een kerker? Een instituut waar je in vast komt te zitten. Eerder een verplichting dan een steun? Is de drempel van de kerk voor je gevoel hoger geworden? Dat zou ik wel eens willen weten. Zondag 12 februari is het thema ‘In gesprek over…de kerk’. Dat zou een mooie gelegenheid om hier wat breder met elkaar over in gesprek te gaan. Maar voor die tijd zou ik van jullie wel eens willen horen of je deze trend herkent. En zo ja,  wat er volgens jullie de oorzaak van is? Ligt die vooral bij onszelf of heeft het ook met onze manier van kerk-zijn te maken? Ik verneem het graag van jullie via de bekende kanalen (mail, Facebook, Whatsapp, de Echogroep enz.).
(1-2-17)

Begrijpelijke taal!

Op het eerste gezicht staat hierboven een onbegrijpelijk stukje tekst. Zo te zien iets ouds, maar de meesten van ons zullen er verder niets mee kunnen. Voor hen is het betekenisloos. Enkelen herkennen er misschien oud Grieks in, maar dan is het nog werk voor specialisten om dit te kunnen lezen. Zo hebben we er niets aan.

Toch is dit voor ons een heel vertrouwd stukje bijbeltekst. Afgelopen zondag hebben we het nog gelezen: Bedenk dat het geduld van onze Heer uw redding is (2 Pet. 3:15 NBV). Gelukkig hebben mensen veel moeite gedaan om dit voor ons te vertalen, zodat dit kostbare zinnetje over ‘Gods geduld met ons’ voor ons te lezen en te begrijpen is. Iets wat er op het eerste gezicht onbegrijpelijk uitziet, blijkt voor ons wel degelijk een heel waardevolle boodschap te bevatten.

Toen ik de afgelopen week stukken van de oudejaarsconferences zag, werd me opnieuw duidelijk dat de boodschap van onze Bijbel, hoewel in begrijpelijk Nederlands vertaald, voor veel van onze landgenoten zoiets als het oud Grieks hierboven is. Het ziet er oeroud uit en is voor hen onbegrijpelijk. Het treft me dat het niet alleen zo is dat ze het er niet mee eens zijn. Hun weergave van wat er in de bijbel staat is zo’n karikatuur dat het er werkelijk op lijkt dat ze er niets van begrepen hebben. Je hoort een stel volkomen uit hun verband gerukte zinnen terug, waar ze vervolgens enorm om moeten lachen. Dat ergert me, ze maken zich er zo gemakkelijk van af.

Maar ik kan me wel gaan lopen ergeren, daar verander ik niets mee. Ik kan maar beter accepteren dat voor heel wat van mijn mede-Nederlanders de Bijbel er uitziet als een soort ‘sprookje in spijkerschrift’, een onbegrijpelijk verhaal zonder enige betekenis voor hen.
Misschien komt dat wel omdat ze inmiddels op zo’n grote afstand van de christelijke traditie staan, dat zij er zonder specialistische hulp geen chocolade van kunnen maken.

Dat is een van de opdrachten die wij als christenen hebben dit jaar. Wij staan immers als hun medemensen tussen hen en de bijbel in. Zo kunnen wij voor hen de brug worden tussen de bijbel en de burger. Niet gewoon zeggen wat er staat, dat klinkt hen immers als onbegrijpelijk in de oren, maar in eigentijds Nederlands kunnen vertellen wat het voor ons betekent. Kunnen uitleggen wat het niet is en wat het wel is. Dat zou in ieder geval helpen tegen de karikaturen die nu soms te horen zijn.

Daarom vind ik ons jaarthema ook zo waardevol. In onze gesprekken over de bekende geloofsthema’s kunnen wij ons oefenen in het persoonlijk onder woorden brengen van ons geloof. Als wij dat naar elkaar toe kunnen, zullen we dat ook naar anderen toe kunnen.
Ik ben wel benieuwd hoe jullie het jaarthema tot nog toe ervaren. Wat kun je ermee? Wat zou je ook nog graag willen? enz.
Ik hoop dat 2017 een jaar wordt waarin ‘het heil en de zegen’ van ons geloof in onze gesprekken opnieuw tot leven komt. In begrijpelijke taal. Niet alleen voor ons, maar ook voor de anderen om ons heen.

‘Eeuwigheidszondag’

Komende zondag is het de laatste zondag van het kerkelijk jaar. In veel kerken de zondag waarop je terugdenkt aan de gemeenteleden en familieleden die overleden zijn. Ook in onze gemeente zullen we dat komende zondag doen en niet -zoals andere jaren- tijdens de jaarwisselingsdienst.

Als gemeente denken we terug aan onze zr. Moggré, die afgelopen zomer overleed. Dat doen we doordat haar familie een kaarsje aansteekt dat drijft in in het doopvont. Dat staat er symbool voor dat we  niet alleen terug denken aan haar overlijden maar ook aan de beloften die haar bij het doopvont gedaan zijn. In dit licht kunnen we ver vooruitkijken, zelfs voorbij het graf. Aansluitend mag iedereen die dat wil ook een kaarsje aansteken voor dierbaren die in hun omgeving overleden zijn. Op deze manier denken we samen terug en kijken we samen vooruit.

Voor wie meer wil weten over de traditie van eeuwigheidszondag vond ik een mooie omschrijving op de blog van ds. Mirjam Kollenstaart

Andere mensen…

‘Wacht maar jullie komen 25 jaar achter ons aan’, zei mijn oom. We hadden het weer eens gehad over de ontwikkelingen in onze kerken. Hij was ‘synodaal’ (de voorloper van de PKN) en ik was toen ‘vrijgemaakt’. Uit ‘zijn’ kerk waren al veel leden, vooral jongeren, vertrokken en dat zat hem dwars. In ‘mijn’ kerk zaten nog wel veel jongeren. Ook ik had er wel zien vertrekken, maar veel minder dan hij. Voor mij was het toen duidelijk: ‘als je als kerk dicht bij de bijbel blijft, blijven de kerkleden ook in de diensten komen. Ook de jongeren’. In ‘zijn’ kerk was de bandbreedte immers veel groter.
Inmiddels weet ik dat hij toch ook gelijk had. Ja, uit de PKN zijn nog veel meer mensen weggegaan, maar onze kerken volgen hen wel degelijk is mijn overtuiging. Je leden vasthouden is niet zozeer een zaak van ’trouw aan de bijbel’ blijven en ‘eigentijds kerk-zijn’. Dat weet ik inmiddels uit ervaring. Er is iets anders aan de hand waardoor mensen die uit de kerk komen, zich er op de den duur toch niet meer thuis voelen.

In mijn oude gemeente (NGK De Ontmoeting) getuigt de ’twintigersdip’ daarvan. Een relatief grote groep twintigers haakt af. Daar is meer over te zeggen, maar het is me opgevallen hoe een forse groep jongeren niet meer meekomt met de rest van de gemeente. Dat kan ik niet zomaar verklaren met de manier van kerkzijn o.i.d. Volgens mij komt de boodschap bij een hele groep mensen niet meer over: hoe je ‘m ook verteld. Ik meen dat ook al een beetje in Ermelo te zien (ik ben daar nog maar net). Natuurlijk niet alleen maar, maar ik denk dat er ook bij ons meer zijn dan eerder, die het niet meer zo mee kunnen maken.

Sterker nog, ik constateer een grote onrust onder kerkleden. Er zijn er heel veel aan het verhuizen naar andere gemeenschappen: niet langer thuis waar ze waren, zoeken ze ergens iets anders. In mijn eigen ‘achtertuin’ in Barneveld ontstond in tien jaar tijd een enorme, nieuwe, gemeente. Veel van de leden van die gemeente komen uit andere kerkelijke gemeenten: bijna allemaal kerkleden die het ergens anders zoeken. Deze gemeente is maar één voorbeeld van veel andere kerkelijke verhuizingen in Nederland. Mijn eigen gemeente in Barneveld groeide ook fors door kerkelijke verhuizers. Er is veel onrust, mensen kunnen zomaar weg zijn uit je gemeente omdat ze het ergens anders gaan zoeken. Wat is er met ons aan de hand? Vanwaar die onrust? Zijn we iets kwijt en hopen we het ergens anders terug te vinden? Er is iets veranderd t.o.v. eerder. Zowel wij zijn veranderd als de cultuur waarin we leven. Ik wil graag onderzoeken wat er aan de hand is. Mijn andere studieverloven de afgelopen jaren hadden bijna allemaal iets met deze vraag te maken.

De Canadese filosoof en christen Charles Taylor schreef een paar kloeke pillen over ons ‘zelf’ en over ‘de seculiere tijd’ waarin we leven. Deze vonden internationaal erkenning. Voor veel lezers is door deze boeken hun kijk op ‘secularisatie’ helemaal veranderd. Taylor beschrijft hoe de mensen en de cultuur waarin zij leven veranderd zijn. Immers hoe kan het gebeuren dat het eerst abnormaal is om niet kerkelijk te zijn en inmiddels abnormaal dat je het wel bent?

Vanaf eind mei hoop ik opnieuw een aantal weken studieverlof te hebben en door zijn boeken meer zicht op die veranderingen te krijgen. ‘Wat is er veranderd en wat betekent dit voor ons kerkzijn? ‘, is mijn leidende vraag daarbij. Tijdens en na het studieverlof zal ik jullie van mijn vondsten op de hoogte brengen. (27-4-’16)

Laat je last bij het kruis achter

“Leg uw last op de HEER en hij zal u steunen, nooit zal hij dulden dat een rechtvaardige ten val komt.”
(
Ps. 55:23)

Volgende week komt de lijdenstijd tot een einde in onze Paasviering. In onze gedachten zijn we de afgelopen periode achter de Heer Jezus aan naar Jeruzalem gereisd.
De onderwerpen op de pagina’s van de veertigdagenkalender van Tear hebben ons geholpen dichter bij wat de Heer Jezus meemaakte te komen. Je raakt er van onder de indruk hoeveel de Heer Jezus voor ons verdragen heeft. Niet alleen gebeten door spot en verscheurd door pijn maar ook op afstand van zijn Vader geraakt om uiteindelijk zelfs door Hem verlaten te zijn. Stel je voor beroofd te zijn van een diep dierbaar en hartelijk contact zonder dat je daar zelf schuld aan hebt. Je raakt het alleen maar kwijt vanwege anderen met wie je blijft omgaan. Je hebt je zo met hen geïdentificeerd dat je vader je vanwege hen moet loslaten. En je zelfs in je diepste nood alleen moet laten.
Dat is verschrikkelijk, zowel voor de Vader als voor de Zoon.

Wij zijn die ‘anderen’ voor wie de Vader en de Zoon dat over hadden. Zij droegen op deze manier onze last de wereld uit. Niet alleen moeite maar ook al het kwaad waarin we verstrikt zijn komen te zitten en waar we dus echt zelf schuld aan hebben.
Zij droegen het weg voor ons.
Dat iemand dat voor je doet is natuurlijk geweldig. Toch zul je meemaken dat wij zo’n groot aanbod maar moeilijk kunnen aanvaarden. En zwaar blijven tillen aan onze schuld.
Hoe begrijpelijk ook,  doen we daarmee wrang genoeg zowel onze Heer als onszelf tekort.

Vandaar dat wij in onze samenkomsten volgende week in gedachten onze last, ja ook die waar we zelf schuld aan hebben, symbolisch bij het kruis neer willen leggen. Heel concreet in de vorm van een steen die je zelf zoekt en meeneemt naar de kerk en die je tijdens de samenkomsten op Witte Donderdag en Goede Vrijdag bij een beeld van het kruis kunt leggen. Dat (zie foto) zal dan voor in onze kerkzaal staan. We hopen dat het je meehelpt om het grote geluk van het Paasfeest te beseffen en te beleven. (15-3-’16)