Verzoening?

Het lukt me nog steeds niet er echt blij van te worden,
van de aankondiging -nu al weer meer dan drie maanden geleden-
‘dat de breuk tussen beide kerken (bedoeld zijn de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt) uit 1967 in principe geheeld is.’
De krantenkop: ‘GKv geeft opdracht voor fusie met NGK’, twee weken later, verpestte zelfs regelrecht mijn humeur. Dit roept bij mij het gevoel wakker van een vijandige overname in het bedrijfsleven. Het lukt me niet het ‘halleluja’ van sommige collega’s na te spreken.

Daar sta ik zelf ook wel van te kijken. Jarenlang was verzoening tussen deze twee kerken mijn grote wens. In mijn favoriete dagdroom sloot ik, voorin een volle kerk vol vrijgemaakten en nederlandsgereformeerden, mijn oom Jan in de armen. Die omhelzing bezegelde dan de verzoening tussen de twee kerken.
Oom Jan Houtman (1922-2004) was predikant binnen de NGK, nadat hij -tijdens de breuk- als predikant van binnenverband Heerenveen geschorst werd en overbleef met buitenverband Heerenveen. Hij speelde geen rol in het conflict, maar wilde -volgens eigen zeggen- niet kiezen tussen de twee partijen. Maar dat kon niet in die tijd.
Een andere oom, Hans de Vries (1928-1982), toen predikant in Nijverdal, was dezelfde mening toegedaan als zijn zwager, maar dat accepteerde men van hem ook niet. Zijn broze gezondheid kon de tegenspraak die dat opriep niet aan. Enkele maanden voor de scheuring in Nijverdal moest hij vervroegd emeritaat aanvragen.

In de periode van die dagdroom -vele jaren later- was ik zelf pas vrijgemaakt predikant. De breuk begreep ik -ook na mijn studie theologie in Kampen- niet echt. Verzoening tussen de twee kerken was mijn grote wens.
Verzoening tussen twee kerken en ook die tussen de twee kanten van mijn familie.
Een conflict was er dan wel niet sindsdien, maar toch beslist een ongemakkelijke vrede tussen vaders- en moederskant. Oom Hans was er niet meer om te omhelzen, maar oom Jan was beschikbaar.

Nou dan, wat let je nu?
Precies, oom Hans en oom Jan.
En achter hen mijn opa Jan van Dijk (1899-1980).
Ooit een van de weinige predikanten in zijn classis die zich vrijmaakte,
moest hij -inmiddels met emeritaat -met lede ogen aanzien wat zijn beide schoonzonen aangedaan werd. Zij komen niet in deze verzoening tussen kerken voor en hun gezinnen ook niet. Ze hebben zwaar geleden onder de breuk, maar delen niet mee in de verzoening. Ook postuum zijn hun namen en reputaties niet publiek gezuiverd.
Hun nagedachtenis is niet publiek geëerd. Terwijl zij -met vele anderen- nu juist degenen waren die de breuk niet wilden. Zich verzetten tegen de plaatselijke en landelijke druk om daarin toch mee te gaan. Zij betaalden daarvoor een hoge prijs: hun eer en goede naam raakte bezoedeld in de kerkelijke procedures, ze raakten hun positie kwijt en soms dus zelfs hun gezondheid. Voor veel vroegere ‘vrienden’ bestonden ze na de breuk eenvoudig niet meer.
Ze zullen ook hun vertrouwen wel kwijtgeraakt zijn, zou je denken. Maar dat kon ik niet merken aan mijn oom Jan, de enige die ik hier nog over kon spreken. Hij bleef tegenover mij steeds blijmoedig en mild in zijn spreken over de vrijgemaakte kerken waar ik bij hoorde. Dat is niet gering als je in aanmerking neemt wat hij allemaal meegemaakt had.

Je zou verwachten dat hun opstelling toen in het proces naar de verzoening nu geprezen zou worden. Zij zagen toen al wat anderen nu pas zien: die breuk had er nooit mogen komen. Maar van zulke woorden is me nooit iets gebleken. Wat er dan ook allemaal in de wandelgangen gezegd en persoonlijk geschreven mag zijn, publiek is men niet op de aanleiding voor de breuk teruggekomen.
Nog in 2006 bekrachtigde prof. Trimp zijn keuzen van toen. Hij was zelfs blij met wat hij toen gedaan had. Niemand weersprak dit toen. Bij het overlijden van prof. Kamphuis in 2011 klinkt -op de kritiek van een enkeling na- ook geen verlegenheid met het verleden. En ook bij andere gelegenheden hoor je hier en daar een excuus, maar zwijgt men doorgaans.

Al deze persoonlijke verhalen verdwijnen in een algemene zin in een brief van twee voorzitters aan de twee kerken: ‘Wat begon met een verdrietige en ingrijpende scheuring als gevolg van een reeks conflicten, eindigt nu in verzoening en het samengaan van beide kerkverbanden.’ Alsof er slechts van elkaar onafhankelijke conflicten waren en geen uitspraken van de kerkelijke vergaderingen.

Zo geformuleerd komt dit over als een onpersoonlijke  -formeel aandoende- verzoening tussen kerkverbanden, waarin geen hart klopt voor de mensen die slachtoffer werden van deze breuk.  Een verzoening van kerken maar niet van de werkelijk in de breuk betrokken personen. Maar als het geen verzoening tussen personen is, mag je het dan wel verzoening noemen?

Dit ‘blijde nieuws’ is in iedere geval beslist geen verhaal waarmee ik bij mijn neven en nichten kan aankomen. Laat staan bij mijn tante.  Want ook zij komen niet in deze landelijke verzoening voor. Voor hen wordt er niets geheeld. Alleen in vrij algemene termen achteraf betreurd. De belangrijkste hindernis voor eenheid was de laatste jaren nog de opvatting over ‘de vrouw in het ambt’, lees ik in de persverslagen. Dat bevreemd me zeer! Is dat nu het grote probleem? In de plaatselijke samenwerking met de vrijgemaakten is me daar tot nog toe weinig van gebleken.
Het persoonlijk aangedane onrecht zit voor mij veel dieper.

Laat ik duidelijk zijn: de GKv en de NGK horen bij elkaar. Dat is nooit anders geweest: het ene deel van het vrijgemaakte huis had het andere deel verbannen. Maar wezenlijk waren de verschillen niet groot, zoals ik merkte toen ik zelf van het ene deel naar het andere vluchtte. Zij het dan met dit verschil dat het Nederlands Gereformeerde deel wel geleerd had van de breuk. Zij zetten hun nieuwe kerkelijke leven zo op dat er de kans op formele procedures zonder persoonlijke benadering een stuk kleiner is. Zal die les meegenomen genomen worden in de aanstaande fusie, vraag ik me af? De onpersoonlijke verzoening  zoals die nu zichtbaar wordt geeft daar weinig hoop op.

In deze tijd verlang je ernaar dat er vanuit de kerken inspirerende en hoopvolle verhalen klinken. Geschiedenissen waarin overwinning op onrecht en kwaad doorklinken. Niet alleen bij anderen, maar juist ook in eigen kring. Verhalen waarvan je warm wordt en die je weer nieuwe moed geven. Omdat ze helend inwerken op wat eerder kapot ging. En toch nog goed doen, al zullen ze de schade nooit meer echt omgedaan kunnen maken.
Verhalen die je graag aan anderen doorvertelt: ‘Weet je, in de kerk zijn mensen niet te groot om terug te komen op eerder gemaakte keuzen. In de kerk wordt recht gedaan na onrecht en probeert men te helen wat kapot ging. In de kerk durft men berouw te tonen en vergeving te vragen.’ Kortom, in de kerk hoop je op inspirerende verhalen waar je warm van wordt en die hoop geven. Verhalen waarin al iets zichtbaar wordt van de toekomst in het Koninkrijk van God.

Maar op deze manier treft het me als een verzoening tussen structuren niet tussen mensen. Eerder een herorganisatie van twee kerkverbanden dan herstel van een breuk. Die pijn blijft zitten. En dat is meer dan jammer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Over Wieb Dijksterhuis

Predikant met Groningse wortels die sinds 2000 in het midden van land woont, samen met zijn vrouw en vier kinderen. Van 2006-2016 predikant in NGK de Ontmoeting (Voorthuizen-Barneveld). Vanaf 31 januari 2016 de voorganger van de NGK van Ermelo, een warme gemeente tussen de randmeren en de Veluwse bossen. Zijn roots blijven hoorbaar en merkbaar. Hij kan het niet helpen de wereld 'toch' vanuit een Gronings standpunt te blijven bezien.
Dit bericht werd geplaatst in NGK Ermelo. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s