Zonder liefde

De afgelopen weken heb ik het boek ‘Dorsvloer vol confetti’ gelezen van de schrijfster Franca Treur. Het gaat over Katelijne, een Zeeuwse boerendochter van 12, die opgroeit in een reformatorisch milieu. In het verhaal staat Katelijne als enig meisje tussen zes boerenzoons redelijk alleen. De relatie met haar vader en moeder (die ze consequent ‘de vader’ en ‘de moeder’ noemt), is heel afstandelijk. Katelijne smacht naar een arm om haar schouders, maar daar komt het niet van. Het contact met haar oma (‘de oma’) is inniger, maar misschien vooral wel omdat Katelijne geduldig publiek is voor diens getob over haar zieleheil en dat van haar overleden man.
Je voelt aan dat Katelijne geen plek vindt voor zichzelf in haar gezin, niet in de dorpsgemeenschap en ook niet in de kerk. Hoe het afloopt weet je niet, het boek stopt na zo ongeveer een jaar beschreven te hebben.

Het is verleidelijk te denken dat je hier van binnenuit een kijkje gegund wordt in het leven van een reformatorische familie in een Zeeuws dorp. Voor die ‘blik van binnenuit’ is veel belangstelling: inmiddels is het boek het beste debuut van 2009. Franca wordt dan ook in één adem genoemd met Jan Siebelink, Maarten ’t Hart en Jan Wolkers. Hoewel, zo schrijft men, ze niet wil afrekenen met ‘haar’ milieu. In interviews maakt Franca namelijk duidelijk dat ze zich niet langer als christen beschouwt. Als je dat eenmaal weet, lijken Franca en Katelijne samen te smelten tot één persoon en wordt het boek gemakkelijk gezien als een autobiografische beschrijving van een gedeelte van Franca’s eigen levensweg. Zelf ontkent de schrijfster dat en benadrukt ze dat het literatuur is: een (verzonnen) verhaal.

Als ik Treur recht wil doen, mag ik uit haar boek niet zomaar conclusies trekken over het reformatorische milieu. Hoewel haar beschrijving hier een daar overeenkomt met wat ik zo nu en dan van mensen over hun reformatorische jeugd hoor. Er zullen wel autobiografische elementen in het verhaal zitten, denk ik zo. De inwoners van haar geboortedorp herkennen zich er namelijk ook in.

Wat mij trof is het gebrek aan liefde. Je vindt het niet in het samenleven (mensen oordelen keihard over de anderen in het dorp), je vindt het niet in het kerkelijk leven (God is een oordelende god, die maar enkelingen genade gunt), je vindt het eigenlijk ook maar nauwelijks in Katelijne’s eigen gezin (er wordt snel geoordeeld over intenties en nog al eens negatief).
Dat is voor mij de grote armoede in dit verhaal: een verhaal over mensen zonder (veel) liefde. Dat kun je niet zomaar aan reformatorische christenen toeschrijven, zelf in een dorp opgegroeid weet ik dat het dorpsklimaat hard kan zijn. En zelf in een andere kerkelijke richting opgegroeid, weet ik dat het kerkelijke klimaat ook heel hard kan zijn. Dat is niet alleen voorbehouden aan reformatorischen. Maar refo of niet, het is wel erg als het belangrijkste exportproduct van orthodoxe christenen een mix van liefdeloze plichtsgetrouwheid en keiharde oordelen lijkt te zijn. Ik zou willen dat ook dit een verzonnen verhaal was.

Over Wieb Dijksterhuis

Predikant met Groningse wortels die sinds 2000 in het midden van land woont, samen met zijn vrouw en vier kinderen. Van 2006-2016 predikant in NGK de Ontmoeting (Voorthuizen-Barneveld). Vanaf 31 januari 2016 de voorganger van de NGK van Ermelo, een warme gemeente tussen de randmeren en de Veluwse bossen. Zijn roots blijven hoorbaar en merkbaar. Hij kan het niet helpen de wereld 'toch' vanuit een Gronings standpunt te blijven bezien.
Dit bericht werd geplaatst in liefde reformatorisch Franca Treur dorsvloer vol confetti. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s